• Decrease font size
  • Reset font size to default
  • Increase font size

Nieuws

20-08-2016: Link naar brief over ziekte

Tips!

Gebruik het email icoon voor een printervriendelijke versie!
Probeer ook eens de zoekmachine rechts bovenin! Ongetwijfeld bespaart dat veel moeite bij het zoeken.
Hopen in al je klachten PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door G. Hette Abma   
maandag 06 februari 2006 07:55
Lezing voor de PPH te Veenendaal 5 november 2005

Wie had ooit kunnen denken, dat ik nog eens zou spreken voor klaagvrouwen? Schrik niet! Uw inzet is mij zeer sympathiek. Voor de psycho-pastorale hulpverlening die door u achter de vaak zo hoge kerkelijke schermen wordt geboden heb ik veel waardering. Er is een schreiende behoefte aan hulp bij mensen die in psychische nood verkeren. Wat een weldaad als deze broeders en zusters iemand vinden bij wie ze hun emoties mogen uiten, die hen proberen nabij te zijn, om zo te kunnen troosten en bemoedigen.

Geen klaagvrouwen, maar troosters

Alleen de naam die voor u bedacht is: klaagvrouw! Hoe verzin je het? Inmiddels is me wel gebleken dat ik niet de enige ben die zijn bedenkingen wil uiten. De bedoeling is natuurlijk wel duidelijk. Ooit is dit goed omschreven door drs. Rien Schoonhoven: Bij klagen gaat het erom dat verdriet en pijn naar boven komen. Wie zou willen ontkennen dat dit een geweldige opluchting kan geven? Je laat merken dat je in de pijn en moeite wilt meevoelen. Naast het aanhoren van ‘klachten' is het ook de bedoeling troost te verlenen en veiligheid te bieden.

In de handreiking voor psycho-pastorale hulpverlening geeft mr. Marianne Verhage-van Kooten te kennen dat de typering niet direct goed ligt: Klagen heeft in deze tijd meer een negatieve dan een positieve betekenis. Klagen wordt al gauw in verband gebracht met zeuren. Zeuren mag niet. Flink zijn wordt geprezen. Wie drie keer zegt dat het niet goed gaat, loopt kans in het vervolg te worden gemeden. Daarbij verwijst ze naar de bijbelse tijd. In die dagen werd er professioneel geklaagd. Klaagvrouwen moesten een bepaalde sfeer creëren, waarin rouw en verdriet verwerkt konden worden. Een dergelijke gedachte speelde een rol toen de PPH activiteiten ging ontplooien. Men was ervan overtuigd dat het van wezenlijk belang is wanneer gevoelens van verdriet en emotie naar boven kunnen komen. We krijgen zelfs een verwijzing naar de ‘klaagmuur' uit de na-bijbelse tijd. Overigens is het goed te weten dat daarbij een akelig misverstand in het spel is: de Joden zelf spreken bij voorkeur over kotel als ze het hebben over de westelijke muur van het tempelcomplex zoals Jezus dat gekend heeft. Door mensen die het weten kunnen heb ik me laten vertellen dat je de echte klaagmuur moet zoeken in een buitenwijk van Jeruzalem, namelijk bij het belastingkantoor. Daarmee wordt nogmaals onderstreept dat klagen een negatieve klank heeft. Wie een meer dan modaal inkomen heeft moet niet zitten lamenteren over de aanslag van de fiscus. Er zijn echter wel andere omstandigheden te noemen waarin het beslist niet verkeerd is klachten te uiten. Vermoeiende vertroosters roepen dan snel: je moet niet klagen, maar dragen en vragen om kracht. Met een stuk schuurpapier willen ze jouw tranen drogen. Gelukkig dat er dan mensen zijn die juist te kennen geven dat het belangrijk is wanneer iemand de gelegenheid krijgt z'n gevoelens te uiten. Op die manier wordt inzicht in de werkelijke situatie verkregen. Na het doorlopen van een vaak langdurig proces kan genezing het resultaat zijn. Marianne Verhage-van Kooten schrijft: Klagen heeft dan niets te maken met zeuren, maar is veel meer uiting om tot heling te komen. Troost neemt daarbij een minstens zo belangrijke plaats in. Dit brengt mij op de suggestie: kunnen we niet beter spreken over troosters ?

Durven we op een wonder hopen?

Op één punt wil ik in dit verband nog graag ingaan. Bij een verwijzing naar klaagvrouwen in de Bijbel wordt ook verwezen naar de activiteiten die dergelijke personen ontplooiden na het overlijden van het dochtertje van Jaïrus. We kennen het verhaal. Het geduld van de leider van de synagoge wordt geweldig op de proef gesteld, wanneer een vrouw die al twaalf jaar kampt met problemen bij de menstruatie voordringt. Tot overmaat van ramp komen dan mensen hem vertellen: Uw dochter is gestorven! Waarom valt gij de Meester nog lastig? Als Jezus dit hoort spreekt Hij heel bemoedigend tot de leider van de synagoge: Vrees niet, geloof alleen. Wanneer ze dan a rriveren bij woning van Jaïrus zien ze daar een groep mensen luid huilen en jammeren. Duidelijk gehinderd door dit gedrag vraagt Jezus hen: waarom maken jullie zo'n tumult? Waar is dat voor nodig?Het kind is niet gestorven, maar het slaapt! Ze lachen Hem in gezicht uit. Toen heeft Jezus al die klaagvrouwen de deur uitgejaagd! Met de vader en de moeder van het kind en enkele discipelen gaat Hij de kinderkamer binnen. Dan pakt Jezus de hand van het dochtertje en zegt tegen haar: Talitha kumi. Sta op, meisje. Meteen sprong ze uit bed en begon weer rond te lopen. Iedereen stond perplex. Helemaal ervan onderste boven.

 

Mag ik erop attenderen dat Jezus de klaagvrouwen naar buiten stuurt, wanneer Hij een wonder gaat verrichten? Hij kan hen er kennelijk niet bij gebruiken, omdat ze op spottende wijze blijk geven van hun ongeloof. Daar zit naar mijn besef een ernstige waarschuwing in opgesloten. De vraag dringt zich aan ons op: d urven wij vandaag nog op een wonder te hopen? Ook al leven er bij ons allerlei aarzelingen, toch zou ik willen opwekken veel van de Here Jezus te verwachten. Zo spreek ik uit mijn betrokkenheid bij de dienst van genezing en bevrijding. Vast ben ik ervan overtuigd, dat God ook nú in onze tijd wonderen wil verrichten. Tegelijk weet ik ook dat het vaak toch anders gaat. Er volgt geen genezing van lichamelijke kwalen of psychische nood. Hoe komt dat? Telkens weten mensen dat exact te vertellen. Mogelijk heeft iemand te weinig geloof. Het kan ook zijn dat een bepaalde zonde de verhindering vormt om genezing te ontvangen. Het laat zich denken dat een dergelijke benadering in de kring van de pleitbezorgers van de gebedsgenezing bij velen enorme bedenkingen of zelfs afkeer oproept.

 

Graag wil ik me van zo'n grove, onbillijke benadering van lijdende broeders en zusters distantiëren. Toch gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen, dat ieder die verlangt naar uitredding door God vaak in een enorme worsteling terecht komt. Als we de gelegenheid krijgen de bijbelschrijvers in het hart te kijken, merken we dat zij daar ook ervaring mee hebben opgedaan. Graag verwijs ik dan naar mijn lievelingslied: Psalm 130. Ik citeer nu uit de oude berijming: Ik blijf de HEER verwachten; mijn ziel wacht ongestoord; ik hoop in al mijn klachten op Zijn onfeilbaar Woord . Zo ben ik op de titel van mijn verhaal gekomen: hopen in al je klachten.

 

Meer verwachten van menselijk ingrijpen

Eerlijk gezegd vormt het een uitdaging voor mij hier te spreken. Laat ik ook maar vertellen waarom ik dat zo ervaar. Kortgeleden legde de redactie van Soteria, het kwartaalblad voor evangelische theologische bezinning (22 e jaargang nummer 1- 2005) enkele vragen voor aan Rinus Schoonhoven: Wat is de invloed van het geloof op ziekteprocessen en wat is het verband tussen heil, heling en gezondheid? Heel openhartig is hij in zijn beantwoording. Door hem wordt toegegeven dat hij “ i n toenemende mate is gaan twijfelen aan de traditionele, tamelijk rechtlijnige visie op het effect van het gebed op het verloop van – lichamelijke en psychische – stoornissen en ziekten.” De er varingen die hij als zendingsarts in Nigeria had, zijn daarbij van beslissende betekenis geweest. Hoe hebben ze g ebeden en alles gedaan wat medisch gedaan kon worden, maar moesten constateren dat het mocht niet baten. Dit maakte een diepe indruk op hem. Hij was ‘teleurgesteld in God'! Deze e rvaring staat niet op zichzelf, maar is met vele andere uit te breiden. “ Ik denk in toenemende mate – tot mijn schrik – te ontdekken, dat God in het algemeen niet direct ingrijpt in onze werkelijkheid, ook niet op het gelovige gebed. Op genezing van stoornissen op lichamelijk en psychisch gebied ben ik meer gaan verwachten van de geneeskunde/psychologie en minder van het gebed. De ontwikkeling na de Verlichting waardeer ik niet alleen negatief, ook positief.” Verder vertelt hij ook dat hij als psychiater te maken kreeg met mensen die bezeten waren door boze machten en hoe hij veel van gebed verwacht heeft. Maar van lieverlee is hij er naartoe gegroeid ook in deze gevallen meer te verwachten van menselijk ingrijpen – in dit geval van psychotherapie - dan van exorcisme.

 

Aandacht voor de dienst van genezing en bevrijding

Zelf heb ik veel meer een ontwikkeling in omgekeerde richting meegemaakt. Tijdens mijn studie heb ik weinig gehoord over het uitdrijven van demonen. Volgens de moderne theologen behoren zulke verhalen tot een verouderd wereldbeeld. In de vorige eeuw gaf Rudolf Bultmann te kennen dat het voor mensen die elektriciteit gebruiken niet meer mogelijk is te geloven in demonen. Bij alle respect voor de grote geleerde kwam het bij mij over als een geborneerde visie. Ook al maken we dankzij technisch vernuft gebruik van felle halogeen lampen, toch herinnert ons het zonlicht steeds weer aan de grote Schepper van hemel en aarde. Helaas is onder het regime van de duivel als de vorst der duisternis veel ellende in de wereld gekomen. Machtig klinkt dan echter het getuigenis van de apostel: Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken van de duivel verbreken zou. (1Joh.3:9)

 

Nog maar net was ik als predikant werkzaam toen ik erg aangesproken werd door de gezegende bediening van Johann Christoph Blumhardt. Het sprak tot de verbeelding van mijn geloof te lezen hoe God hem gebruikte om Gottliebin Dittus te bevrijden uit de moordende greep van de satan. Toen deze vrouw opnieuw heftig werd aangevallen en met gekromd lichaam en met schuim op de lippen tegen de grond gesmakt werd, greep de predikant haar handen en vouwde ze samen en sprak de woorden die ze mocht bidden. Hardop noemde hij haar naam en zei: “Vouw uw handen en bid: Here Jezus, help mij! Wij hebben lang genoeg gezien, wat de duivel doet, nu willen wij ook zien, wat Jezus kan.” Dit vormde een beslissend moment in de strijd. Zijn tijdgenoten begrepen niet wat Blumhardt bezielde. Maar na een nog lange tijd voortdurende worsteling volgde de algehele bevrijding: Jezus is Overwinnaar! Dit is het begin geworden van een krachtige opwekking. Dit concentreerde zich om twee brandpunten: de genezing van ziekten en vergeving van zonden. Al snel bleek het dorpje Möttlingen in het Zwarte Woud te klein te zijn voor dit machtige werk van God. Blumhardt zette zijn bediening voort in Bad Boll. Typerend voor dit werk van genezing en bevrijding was de sterke verwachting van het Koninkrijk van God. Dit heeft mijn bezig zijn in de gemeente op een beslissende wijze gestempeld.

 

Tegenovergestelde ontwikkelingen

Rien Schoonhoven signaleert volkomen aan elkaar tegengestelde ontwikkelingen. Enerzijds bestaat er de tendens niet zozeer te bidden om genezing, maar te zoeken naar menselijke mogelijkheden om ziekten te genezen. Het gebed heeft zijn betekenis dat er gevraagd mag worden om acceptatie en rust indien genezing uitblijft. Anderzijds is er de trend juist meer van het werk van de heilige Geest te verwachten en een grotere plaats in te ruimen voor genezing en bevrijding. Zowel in evangelische gemeenten, als ook in de reformatorische kerken is er een groeiende aandacht voor. Terecht stelt Schoonhoven vast dat die tegengestelde ontwikkelingen kunnen leiden tot verwarring en polarisatie binnen de christelijke gemeente. Tegelijk hoopt hij dat er een dialoog en toenadering mogelijk zal zijn. Er dat de spanningen minder zullen worden. Het is ook mijn diepste verlangen.

 

Graag wil ik iets vertellen over de positieve ervaringen die wij in de Goudse gemeente hebben opgedaan in de dienst der genezing. Dit is een langzaam proces geweest, waar het ons steeds meer duidelijk werd dat de Here Jezus zijn werk onder ons voort wil zetten. Het gaat bij de verkondiging van het heil niet alleen om vergeving van zonden, maar ook om genezing van ziekten en bevrijding uit de knevelende macht van demonen.

Wanneer je op de ontwikkelingen terug kijkt, merk je hoe we steeds aansluiting gezocht hebben bij wat vertrouwd mag zijn. Toen in het voorjaar 1988 een lid van onze gemeente een verzoek richtte aan de kerkenraad om te handelen conform de instructie van Jacobus, was het ons dankzij de op gang gekomen bezinning reeds duidelijk dat we grote waarde mogen toekennen aan het gebed. Bij het zalven van zieken gaat het niet om een soort magische handeling. Voor zo'n bijgelovige opvatting moeten we juist erg beducht zijn. We kunnen de ziekenzalving het beste zien als een extra bekrachtiging van het gebed. In de Oude Bijbelvertaling komt dit prachtig tot uitdrukking: Is er iemand ziek onder u? Laat hij tot zich roepen de ouderlingen der gemeente en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in de naam des Heren. (Jacobus 5:14) Met het archaïsch klinkende tegenwoordig deelwoord ‘zalvende' wordt perfect aangegeven, dat het gaat om een handeling die het gebed begeleidt. Door het gebruik van olie krijgen we een verwijzing naar het werk van de heilige Geest. De zalving dienen we naar de aanwijzing van Jacobus te verrichten in de Naam des Heren. Zo zal om te beginnen bij ons de vaste overtuiging zijn, dat we dit doen in opdracht van Jezus. Maar bovendien verrichten we die handeling in de intieme gemeenschap met Hem. Nogmaals een mooie aanwijzing voor de betekenis van het gebed. Op allerlei momenten mogen we ons ertoe gedrongen weten in gebed te gaan. Op een heel bijzondere manier is dat in een gebedssamenkomst ten huize van een broeder of zuster, die een beroep doet op de kerkenraad om ziekenzalving te verrichten. Dankzij het herontdekken van deze mogelijkheid zijn we ook veel meer werk gaan maken van het gebed in de samenkomst der gemeente. Met naam en toenaam worden de namen vermeld van hen die geconfronteerd worden met lichamelijke kwalen of psychische problemen. We mogen vragen om genezing en bevrijding. Tegelijk proberen we niet te verzuimen dankzegging te doen voor de uitredding die God wilde schenken. Door de week zijn er de bijeenkomsten van gebedskringen. Met enige regelmaat kennen we de laatste jaren ook de diensten van voorbede en dankzegging in het koorgedeelte van de St.-Janskerk. Tijdens deze samenkomsten wordt er gebeden voor hen, die daartoe een verzoek hebben gedaan. Zwart op wit staan de namen van hen die de motieven noemen die in de voorbede een plaats kunnen krijgen of de redenen waarom we God mogen danken. Tevens zijn er in de kooromgang acht teams van een broeder en zuster die al dan niet met handoplegging bidden met hen die dit vragen. We ervaren op allerlei manier hoe een zegenrijke uitwerking dit heeft voor het geheel van de gemeente.

 

Als er geen genezing volgt?

Wij zijn getuige geweest van de bijzondere uitredding die de HERE wilde schenken. Maar lang niet altijd is er genezing op gebed ontvangen. En hoe gaan we met die ervaring om?

In het evangelie kunnen we lezen dat alle zieken die ze tot Jezus brachten door Hem genezen werden. Waarom gebeurt dat nú niet? Met die prangende vraag moeten we heel serieus omgaan. Dikwijls wordt gezegd dat een zieke de oorzaak voor het uitblijven van zijn genezing bij zichzelf moet zoeken. Of er is iets in zijn omgeving niet in orde. Of er is te weinig geloof bij de zieke of een bepaalde zonde in zijn leven vormt een obstakel voor het werk van de Geest. Deze benadering heeft veel weerzin gewekt. Wie weet daar geen navrante voorbeelden van te noemen. Ondanks de sterke verwachting is iemand niet genezen en dan wordt hij bovendien nog eens opgescheept met het verwijt dat er sprake is van te weinig vertrouwen op de macht van Jezus.

 

In zijn algemeenheid mag dit zo niet gezegd worden. Op die manier schiet je ontstellend tekort in pastorale bewogenheid en liefde. Het is op zichzelf niet verkeerd om na te gaan: heb ik voldoende geloof in de wil van Jezus om mensen te genezen? Is er niet een bepaalde zonde in mijn leven, die een belemmering vormt voor het werk van de Heiland. Terecht heeft dr. Willem Ouweneel opgemerkt, dat er vaak meer sprake is van een gebrek aan geloof of de funeste invloed van een concrete zonde, dan we zouden willen! Wat kan het een bevrijdende uitwerking hebben als hindernissen worden weggenomen. Alleen wanneer we onze zonden hebben beleden en resoluut gebroken met verkeerde praktijken kan de heilige Geest krachtig doorwerken in ons leven. Op grond van het Bijbels getuigenis ben ik ervan overtuigd dat we serieus werk moeten maken van zelfonderzoek en dat we ons ook dienen te concentreren op de heiliging van het leven. Het is positief als we daarop geattendeerd worden, maar er dreigt ook het gevaar dat we erin vastlopen. Er ligt dan ook voor allen die de nadruk daarop leggen een grote verantwoordelijkheid tegelijk goede pastorale zorg te geven. De tegenstander wordt in de kaart gespeeld wanneer mensen eindeloos blijven tobben over de vraag: is er niet een bepaalde zonde in mijn leven die een barrière vormt voor het ontvangen van genezing? Of op een ziekelijke manier zich pijnigen met de vraag: leef ik wel in een volkomen toewijding aan God? Wat schieten pastores dan grandioos tekort als ze niet duidelijk te kennen geven: Hou daar nou eens mee op! Uiteindelijk hangt het niet af van je eigen inzet! Je mag van genade leven!

 

Tussen het reeds en het nog niet

Al mogen we getuige zijn van de genezingswonderen die Jezus ook in onze tijd verricht, toch wordt lang ieder niet beter. Hoeveel oprecht gelovige broeders en zusters moeten verder leven met een chronische kwaal of een blijvende handicap. Soms is er een sterke verwachting dat er genezing zou zijn voor een ernstige ziekte, maar het beloop is anders. Nu komt het levenseinde in zicht. Hoe valt dit te verklaren? Wil Jezus toch niet ieder genezing geven? Hebben we ons vergist? Is er geen reden om teleurgesteld te raken?

 

We mogen weten dat het heil dankzij Jezus Christus volstrekt reëel is. Maar dienen we toch ook te beseffen dat we nog niet de volkomenheid kunnen ervaren die er in de voleinding zal zijn. Terecht heeft Oscar Cullmann erop gewezen, dat we enerzijds leven in tijd van het reeds en anderzijds van nog niet. Op beslissende manier heeft God in de geschiedenis ingrepen door de komst van Zijn Zoon. In kruis en opstanding is het komende Godsrijk reeds aangebroken. Toch blijft het wachten op de dag van de toekomst. Bij voorkeur hanteerde Cullmann de analogie van de D-day en de V-day tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen de geallieerde troepen november 1944 in Normandië aan land kwamen is de beslissende nederlaag door de nazi's toegebracht. Maar het zou nog maanden duren voordat de dag van de victorie gevierd kon worden. In die tussenperiode hebben de gehate overheersers nog veel dood en verderf kunnen zaaien. Zo is het ook met de verlossing van de Here Jezus Christus. Aan het kruis is de schuld verzoend en zijn ook alle demonische machten publiek voor schut gesteld. In de opstanding is de garantie geschonken van de triomf op de dood en het rijk van de dood. Maar het wachten is nog op het aanbreken van de dag van de uiteindelijke openbaring van de glorie van onze Redder. Tot het zover is zal lijden ons deel zijn. Gelukkig zijn er de bemoedigende tekenen van het komende Rijk waardoor de hoop levend mag blijven.

 

Op de keper beschouwd is deze visie op de realiteit voluit bijbels. Paulus maakt ons duidelijk dat de heilige Geest ons is gegeven als een arraboon (=onderpand, zie: 2 Korinthe 1:22 en Efeze 1:14). De apostel gebruikt de treffende metafoor van de aanbetaling. Er wordt al een eerste bedrag van de erfenis uitgekeerd om zo de garantie te geven dat straks de volledige uitkering zal volgen. Er staat nog uit! Eens zal de volle rijkdom van de verlossing geschonken worden. Niemand zal meer zeggen: ik ben ziek. Ook zal dan de dood verslonden zijn tot overwinning. Op dit moment kunnen we gelukkig reeds de helende en bevrijdende kracht van Jezus ervaren. Dankzij zijn kruis en opstanding geschieden tekenen en wonderen. Toch leven we op dit moment nog in een onverloste werkelijkheid, zodat lijden ons deel kan zijn. Straks zal pas ten volle zichtbaar worden wat heil inhoudt.

 

Defaitisme en triomfalisme

Altijd blijkt de verleiding sterk te zijn om de spanning tussen het reeds en het nog niet op te heffen. Vanuit de geschiedenis der kerk kunnen we weten dat vaak het sterke accent gelegd werd op het nog niet. Zo vervielen de gelovigen tot d efaitisme. Kenmerkend is dan de oproep om te leren berusten in lijden. Vaak is deze houding gewaardeerd als het specimen van de ware vroomheid. In het evangelie wordt niet over berusting gesproken. Het klinkt meer als een woord uit de heidense religie. Daartoe vervallen we als er geen verzet meer geboden wordt tegen alles wat niet te aanvaarden is als van God komend. Daartegenover staat aan de andere kant weer een sterke nadruk op het reeds. Dit leidt tot t riomfalisme. Lijden moet tot elke prijs vermeden worden. Op die manier leggen we snel de oren te luisteren bij het welvaartsevangelie, zoals dat in de Amerikaanse cultuur luid verkondigd wordt. En dat is ook al weer erg onbijbels.

 

Het blijkt moeilijk te aanvaarden dat het heil nu nog veelszins verborgen is. Wat kan dat een geweldige spanning oproepen bij confrontatie met ziekte, die helaas zo dikwijls leidt tot de dood. Het gevaar is groot dat we dan teleurgesteld dreigen te raken. We zagen reeds hoe reëel deze mogelijkheid is. En wat dan? Ga niet af op je ervaring, maar val terug op de beloften van de uiteindelijke verlossing. Met de dichter mogen we zeggen: ik hoop in al mijn klachten op zijn onfeilbaar Woord! Met reikhalzend verlangen zullen we dan uitzien naar het openbaar worden van de glorie van de Here Jezus in zijn grote toekomst. Intussen gaan we bemoedigd verder. Dankbaar voor het voorschot dat gegeven wordt. De Geest is immers uitgestort. De charismata zijn geschonken. Als gemeente zullen we blijven bidden voor zieken. Op verzoek zullen de oudsten ziekenzalving verrichten. En daar mogen we veel van verwachten. Het helpt ons erop te rekenen dat God ook nú wonderen wil doen. Steeds blijft dan de vraag: waarom verlangen we daarnaar? Is het ons alleen te doen om de genezing van onze kwalen of gaat het uiteindelijk vooral om de eer van God? Het blijkt in de praktijk van het gebedsleven een sterke pleitgrond te zijn, als we indringend smeken: doe het om der wille van Uw Naam!

 

Tegelijk zullen we ons telkens weer moeten realiseren, dat we leven in de tijd van het nog niet. Onvermijdelijk brengt dat veel strijd met zich mee. Treffend is deze w orsteling vertolkt door Paulus: w ant de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om de wil van Hem, die daaraan onderworpen heeft, in hoop echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot vrijheid van heerlijkheid der kinderen Gods. Zo is het Gods beleid: de schepping wacht op de uiteindelijke verlossing. Als nu vaak geen tekenen van overwinning gezien worden, dan is dat niet onvermijdelijk te wijten aan ongeloof of zonde. We mogen in alle gerechtvaardigde klachten blijven hopen! Je blijft verlangend uitzien naar de verhoring van de gebeden. Dikwijls vormt het een enorme aanvechting wanneer het anders gaat. Met allerlei beschouwingen is daar niet zomaar helderheid over te verschaffen. Hoe onverklaarbaar is het dat de weg van God met zijn kinderen soms door zo onnoemelijk veel lijden heengaat. In bange worsteling mag tot troost zijn dat Paulus verzekert dat God alle dingen wil laten meewerken ten goede voor die Hem liefhebben. Wie als trooster dichtbij broeders en zusters staat, weet dat het niet gaat om zomaar even allerlei bijbelteksten rond te strooien. Met gerust hart mogen we bidden om genezing. We zullen dit niet hardnekkig blijven doen, als de weg anders gaat. Er kan een moment zijn dat je daar niet meer om bidt, maar dat je vraagt om overgave en vrede om te kunnen sterven.

 

Korte samenvatting

Meer dan we vaak durven bidden en denken wil God de kracht van de heilige Geest zichtbaar laten worden in tekenen en wonderen. Meer dan ons dikwijls lief is manifesteert de Geest zich niet zo extraordinair, maar wordt Gods kracht in zwakheid volbracht. Dit strookt niet met het gevoelen in onze cultuur. Alles gaat erom gezondheid te bewaren, lijden uitbannen. De heilige Geest leert op geheel eigen manier met lijden omgaan. God verzekert de zijnen: Mijn genade is u genoeg. Met de apostel mogen we leren zeggen: Zijn kracht wordt in mijn zwakheid volbracht. Veel liever zal ik roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij woont. Op die manier kunnen we b lijven hopen in al onze klachten. We leven in een gebroken wereld, totdat de dag der verlossing aanbreekt! Intussen zullen we elkaar steunen in alles wat het leven zo zwaar maakt. Samen mogen we dan als gemeente ervaren wat de aanwezigheid van de Geest betekent. Zo leren we geduld te oefenen in het lijden en te volharden in de hoop. Wat een geweldig houvast om met vertrouwen te kunnen uitzien naar de toekomst. Graag wil ik afsluiten met een zegenwens voor allen die ernaar verlangen anderen te troosten: De God nu der hoop vervulle jullie met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat jullie overvloedig zullen zijn in de hoop door de kracht van de Heilige Geest (Romeinen 15:13)

 

G. Hette Abma,

predikant te Gouda

 

 

G. Hette Abma is sinds 1983 als predikant verbonden aan de Hervormde Gemeente van Gouda. Daarvoor stond hij in Ederveen en Poortvliet. Hij studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Reeds meer dan twintig jaar is hij bezig op een bijbels verantwoorde manier ruimte te vinden voor de bediening van genezing en bevrijding in zijn gemeente te Gouda. Hij schreef daarover in een brochure Is er iemand bij u ziek? Dienst der genezing, ziekenzalving en biecht (2001) Bestellen: Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken '; document.write( '' ); document.write( addy_text75554 ); document.write( '<\/a>' ); //--> Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken Binnen het Evangelisch Werkverband maakt hij deel uit van de werkgroep ‘dienst van genezing en bevrijding'

 

Doorzoek de pagina

Bezoekers

Artikelweergaven (hits) : 283075