• Decrease font size
  • Reset font size to default
  • Increase font size

Nieuws

20-08-2016: Link naar brief over ziekte

Tips!

Gebruik het email icoon voor een printervriendelijke versie!
Probeer ook eens de zoekmachine rechts bovenin! Ongetwijfeld bespaart dat veel moeite bij het zoeken.
Gave van de Geest PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door G. Hette Abma   
vrijdag 18 juli 2003 08:00

De gave van de heilige Geest

 

Reeds een oppervlakkige oriëntatie op het kerkelijk erf brengt onvermijdelijk tot de slotsom dat er ontzettend veel gelovigen beneden Nieuw-Jeruzalems peil leven. Hoe komt dat toch? Om daar enige helderheid over te verkrijgen zullen we moeten terug­gaan naar het prille begin van de geschiedenis der kerk. Tijdens die onvergetelijke viering van sjewoeot ontstond de gemeente van Jesoea. Lucas geeft daarvan een helder verslag in het tweede hoofdstuk van zijn tweede boek, dat gaat over de Handelingen van de verhoogde Heer door de dienst van zijn apostelen. Een serieuze kennisname van hetgeen ons daar verteld wordt, verlost ons van de foutieve voorstelling omtrent het geloof. Het gaat er niet om dat mensen een aantal abstracte dogma's  voor waar aannemen en bovendien nog een aantal regels voor de praktijk van het dagelijkse leven accepteren. Dat is een uitermate armetierige voorstelling van de zaken, waar het in het geloof om zou gaan.  Oneindig veel rijker is de realiteit van het heil: de Eeuwige zelf wil bij mensen zijn intrek nemen! Aanduidenderwijs wordt daarover door Petrus gespr­oken in de bedoelde rapportage van Lucas als het ontvangen van de gave van de heilige Geest.

 

Nog meer dan de vergeving

 

Onnodig de apostel te vertellen dat dit zomaar niet gaat.  Allen die hem tijdens het gedenkwaardige wekenfeest hoorden, waren er kapot van. Zouden zij zich ondanks al hun goede bedoelingen op gewelddadige wijze aan de Messias van Israël vergrepen hebben? Compleet in vertwijfeling roepen ze: wat moeten we doen? En Petrus gaf hen als antwoord: Bekeert u en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jesoea tot vergeving van de zonden en gij zult de gave van de heilige Geest ontvangen (Hande­lingen 2: 38). Het komt dus aan op de tesoeva, het diepe besef op de verkeerde weg te zitten en daarbij tegelijk het verlangen om radicaal van koers te veranderen. Om niet eindeloos gekweld te worden door wat er misgegaan is in het zondige verleden wijst de apostel op de mogelijkheid zich te laten dopen in de Naam van Jesoea om zo een verzekering te verkrijgen van de algehele reiniging van ongerechtigheid. Tegelijk wordt daarbij de belofte gevoegd dat hen de heilige Geest zal geschonken worden. Tijdens het pinksterfeest zien we hoe God een dubbel geschenk van zijn liefde aan de mensen kwijt wil: allereerst wat Hij voor hen deed in Jesoea om de zonden te vergeven en vervolgens wat Hij in hen deed door de krachtige werking van de Geest. Zonder de waarde van die eerste grote gave te willen onderwaarderen, is het in het vervolg van dit artikel de bedoeling vooral aandacht te schenken aan die bijzondere gave van de heilige Geest. In de loop der eeuwen werd zo sterk gefocust op de vergeving der zon­den, dat de gave van de Geest uit het vizier raakte. Allereerst door de pinkstergroepen en later ook door de charismatische beweging zijn we op deze lacune geattendeerd. De ervaring zal ons hopelijk leren, dat het beslist geen overdadige luxe is als we ons daarmee bezig houden. 

 

Bij het bestuderen van wat er in de bijbel staat over gave van de Geest, blijkt dit op verschillende manieren te worden aangeduid. Er is een bont scala van termen: het ontvangen van de Geest, het gedoopt worden met of in de Geest, aangedaan worden met kracht van omhoog. Met al deze omschrijvingen wordt eenzelfde realiteit aang­eduid. Uiteraard zijn er nuanceringen in de betekenis. Het belangrijkste is echter om vast te stellen, dat het kennelijk gaat om een aparte ervaring die volgt na de bekering of wedergeboorte. Bij voorkeur gebeurt dit onmiddellijk, maar vaak duurt het een geruime tijd voor het zover is. Legio vragen dringen zich dan aan ons op. Helaas moeten we constateren dat er heel tegenstrijdige verklaringen worden gegeven. Het zou ook vreemd zijn als de satan niet zou proberen een speld tussen het heerlijke werk van God te krijgen.

 

Het ontvangen van de heilige Geest

 

Het lijkt me voor geen tegenspraak vatbaar dat de Geest zijn intrek neemt bij ieder die Jesoea als zijn Verlosser aanneemt. Toch leert de ervaring dat dit niet direct merkbaar is. Ooit gaf Jezus de magnifieke belofte: Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van het levende water zullen uit zijn binnenste vloeien. Onmiddellijk heeft de evangelist daarbij tussen twee haakjes een verhelderende notitie geschreven: En dit zei Hij betreffende de Geest, dewelke ontvangen zouden, die in Hem geloven, want de heilige Geest was nog niet, overmits  Jezus nog niet verheerlijkt was (Johannes 7:38f). Inmiddels heeft de gekruisigde en opgestane Here zijn erepositie aan de rechterhand van de Vader ingenomen en stortte uit wat op de Pinksterdag te zien en te horen was. Toch blijkt de Geest niet altijd in de gelovigen te werken als een bron van levend water. Hoe komt dat? Op de een of andere manier zit er een prop voor, zodat de doorstroming verhinderd wordt. De gave van de heilige Geest komt zo niet tot Gods recht! Er is alle reden toe voor iedere gelovige een gedegen onderzoek in te stellen om te weten wat de barrière in zijn of haar leven is voor de krachtige doorwerking van de Geest. Met een ander voorbeeld is het wellicht nog verder te verhelderen. Wanneer iemand wederom geboren wordt, neemt de Geest tegelijk zijn intrek. Maar het kan zijn dat de persoon in kwestie toch de Geest nog niet echt een ontvangst bereid. Als een gast zich naar ons besef te vroeg aanmeldt, laten we die soms eerst nog voor enige tijd antichambreren. We vinden dat alles nog niet voldoende in orde is om onze gast te kunnen ontvangen. Uiteraard laten we het liever niet al te lang duren voor we hem hartelijk welkom heten. Het zou echter een  vreselijke schande zijn als we zo druk in de weer zijn met van alles en nog wat, zodat we er helemaal niet meer aan denken ons bezoek te verwelkomen. Mogelijk zit de Geest bij vele gelovigen intussen nog steeds op dat moment te wachten. Wat een vreugde zou het geven, wanneer de verkwikkende presentie van de Geest werkelijk ervaren werd en ook zijn krachten gemanifesteerd konden worden!

 

Het unieke gebeuren 


Ongetwijfeld worden we er wijzer van als we nauwkeurig lezen hoe Lucas ons be­schrijft hoe het destijds allemaal in zijn werk ging. Aan het slot van zijn evangelie vermeldt hij hoe de Here Jezus vlak voor zijn hemelvaart aan zijn discipelen de in­structie geeft in Jeruzalem te blijven, totdat ze de kracht van boven ontvangen zullen hebben (Lucas 24:39). Naadloos sluit daarbij zijn tweede geschrift aan.  Daar lezen we dat Jezus zijn leerlingen gebood Jeruzalem niet te verlaten om daar te wachten op de vervulling van de belofte van de Vader.  Als nadere verklaring voegt Hij daaraan toe: Johannes doopte wel met water, maar gij zult over niet al te lange tijd gedoopt worden met de heilige  Geest (Handelingen 2:4f). In een besloten ruimte hebben de discipelen met een aantal vrouwen waaronder ook Maria, de moeder van Jezus, met zijn broe­ders dit belangrijke moment in eendrachtig volhardend gebed afgewacht. Na precies tien dagen na hemelvaart was het zover. Na de opstanding waren er zeven sabbatten of zouden we ook kunnen zeggen: een week van weken. En toen op Pentecosta, de vijftig­ste dag na Pesach, werd de heilige Geest uitgestort. Het geluid als van een geweldig gedreven wind werd gehoord en zich verdelende vlammen als van vuur werden gezien. Allen werden ze vervuld met de Geest en begonnen in andere talen te spreken. Op die manier kon het verheugende nieuws aangaande de verlossing door Jezus wereldwijd bekend gemaakt worden. Het bleek een lopend vuur van de Geest te zijn. Het bleef namelijk niet beperkt tot de groep van ongeveer honderdtwintig personen, die er met verlangen naar hadden uitgezien. Ook anderen raakten in vuur en vlam. Dit waren vrome joodse gelovigen en anderen die zich als proselieten bij hen hadden aangesloten om sjewoeot in Jeruzalem mee te vieren. Even dreigde de vurige werking van de Geest gedoofd te worden door de spottende kwalificatie: het lijkt wel een dronkemansbende! Bijna laconiek gaat Petrus erop in door op te merken dat het nog te vroeg is om reeds in beschonken toestand te zijn. Maar op deze manier gaat de profetie van Joël in vervulling. Na berouw vanwege hun zonde getoond te hebben lieten ze zich dopen en ontvingen de gave van de heilige Geest. We vernemen niets van een herhaling van de spectaculaire verschijnselen. Geen bulderend geluid als van een orkaan werd gehoord en ook werd niets waargenomen van vlammen als van een zich voortplantend vuur. Zelfs wordt er niets over meegedeeld dat de drie duizend mensen die tot omkeer kwamen en zich lieten dopen vervolgens ook in andere talen begonnen te spreken. Op die manier mag het ons duidelijk worden dat de Geest nooit stereotiep werkt. Op onze beurt behoeven we echt niet krampachtig te zoeken naar­ een originele manier om onze hoop op een hernieuwde uitstorting van de Geest tot uitdrukking te brengen. Op het eendrachtig volhardend gebed en de ootmoedige belijdenis van schuld gaat opeens het ver­langen naar een opwekking in vervulling. Net als in het begin zijn er verrassende werkingen van de heilige G­eest.

 

Voor herhaling vatbaar

 

Op dwingende wijze is weliswaar vaak door dogmatici te kennen gegeven dat Pinkste­ren gezien moet worden als een eenmalig gebeuren. Wanneer we echter onbevangen lezen wat Lucas ons meldt, blijkt de uitstorting van de heilige Geest voor herhaling vatbaar te zijn. Met drie voorbeelden is dat te staven. Allereerst de opzienbarende gebeurtenissen in Samaria (Handelingen 8). Door de vervolging komt diaken Philippus daar terecht en verkondigt hen de Messias. Zijn prediking vond weerklank. Men voelde dat hij met goddelijke volmacht sprak. Bovendien leverden de wonderen van genezing en bevrijding daarvan een onomstotelijk bewijs. Ze namen Jezus aan en werden gedoopt. Opgetogen verhalen worden erover verteld bij apostelen in Jeruza­lem. Petrus en Johannes worden gestuurd om poolshoogte te nemen. Hoe verheugend de gebeurtenissen ook waren, het was nog wel beneden het peil van Mokum gebleven. Vandaar dat er door hen voor de gelovige Samaritanen gebeden werd om de heilige Geest te mogen ontvangen. Toen ze hen vervolgens de handen oplegden ontvingen zij inderdaad de Geest. Dit maakte diepe indruk op de spraakmakende figuur van Simon de Magier, die reeds vele jaren de bevolking met zijn toverkunsten bedrogen had. Meteen grijpt hij naar zijn buidel en vraagt wat hij moet geven om deze macht te verkrijgen. Op scherpe wijze berispt Petrus hem. De gave van God is voor geen geld te koop! In Samaria vernemen we voor het eerst dat de Geest met handoplegging wordt gegeven. Het is van belang vast te stellen dat het geen strikte voorwaarde is op een dergelijke wijze de Geest  te ontvangen. Wellicht was het bij de Samaritanen van belang om hen aan te moedigen de kracht van boven te verwachten. Tegelijk blijkt hoe snel mensen er op een verkeerde manier mee aan de haal willen gaan. Voor goed mag ieder zich gewaarschuwd weten voor het gevaar van manipulatie!]

 

Ook voor de volken

 

De volgende incidentele herhaling van Pinksteren vond plaats in Caesarea Philippi, een garnizoensstad van het Romeinse bezettingsleger (Handelingen 10). Er was daar een zekere Cornelius, die als centurio zeer bij het geloof in de God van Israël betrokken was geraakt. Aan hem verscheen in een visioen een engel, die de opdracht gaf Simon Petrus vanuit het orthodoxe Joppe te laten komen. Tegelijk werkte God ook van de andere kant. Het lag helemaal niet in de lijn der verwachting dat Petrus aan Romeinse soldaten zou gaan vertellen over Jezus. In een hele serie visioenen werd hem duidelijk gemaakt dat hij moest meegaan. Terwijl een groot laken met allemaal dieren vanuit de hemel naar beneden daalde, hoorde hij de opdracht van Godswege om te slachten en te eten. Met huiver deinsde hij daarvoor terug: nog nooit had hij iets gegeten wat treife (onrein) was. Van de andere kant wordt hem gezegd: wat God kosher (rein) verklaart, mag jij niet voor onrein houden. Op die manier wordt hem duidelijk ge­maakt dat hij met een gerust hart bij de niet-Joden over vloer kan komen. Om een lang verhaal kort te maken: verbazingwekkend is de respons op de prediking van Petrus aangaande Jezus van Nazareth. Vervuld van vreugde begonnen de Romeinen te spreken in tongen en God te verheerlijken. Direct konden Petrus en zijn gelovige vrienden het duiden: terwijl het evangelie verkondigd werd, was de heilige Geest uitgestort op deze gojim, niet-Joden. Dan is er volgens de apostel geen verhindering dat ze ook in de Naam van Jezus gedoopt zouden worden. Opvallend is het dat er blijkbaar geen dwingende volgorde hoeft te worden gehandhaafd. Hier gaat immers de doop met de Geest vooraf aan de doop met water. Van belang om te onthouden dat God volstrekt  soeverein werkt. Wij moeten het dus nooit in een keurslijf proberen te wringen!

 

Tenslotte moet ook gememoreerd worden hoe het enkele decennia later in de mini-gemeente van Efeze het gebeuren van Pinksteren herhaald werd (Handelingen 19). Wanneer Paulus een bezoek brengt aan de gelovigen in Efeze, dan bespeurt hij een manco in hun geestelijke leven. Hij draait niet diplomatiek om deze moeilijkheid heen, maar kaart de zaak aan door een directe vraag te stellen: Heeft u de heilige Geest ontvangen, toen u tot het geloof kwam? De reactie is ronduit verbluffend. Ze geven te kennen, dat ze zelfs nog nooit over de Geest gehoord hadden. Daarop vraagt de apostel verder door naar hun doop. Het blijkt dan dat ze alleen nog maar weet hebben van de doop van Johannes. Paulus geeft hen het nodige vervolgonderwijs. Zo wordt het verlangen wakker geroepen om in de Naam van Jezus gedoopt te worden. Als dit gebeurt en tegelijk de handen worden opgelegd, komt de heilige Geest over hen en beginnen ze te spreken in tongen en te profeteren.

 

Incidentele herhalingen 


Uit het historische verslag is af te lezen dat Pinksteren beslist geen eenmalig gebeuren is. De weg van Jezus hoeft niet opnieuw te worden afgelegd. Kruis en opstanding zijn unieke heilsfeiten. Bij de uitstorting van de Geest blijkt dit toch anders te zijn. Wan­neer God het nodig acht wordt een vernieuwde impuls gegeven. Het is mogelijk erop te wijzen dat dit juist gebeurt wanneer de Geest grensverleggend bezig is. Geheel con­form het door Jezus aangegeven traject bij de evangelieverkondiging (Handelingen 1:8). Eerst op het bekende Pinksterfeest voor de gelovigen in Jeruzalem en Judea, waar duidelijk het centrum van Gods werken ligt.  Dan vervolgens ten gevolge van de prediking van Philippus bij de bevolking van Samaria, waarmee de Joden niet bepaald een vriendschappelijke relatie hadden. Tenslotte bij de gojim (alle niet-Joden) tot aan het uiterste der aarde. Bij Cornelius wordt een scheidslijn overgestoken en later wordt dat nog een keer opnieuw geaccentueerd in de gemeente van Efeze. Onmiskenbaar zijn er unieke momenten in de historie, maar tegelijk mag in alle voorzichtigheid geconclu­deerd worden tot de mogelijkheid dat er later ook weer incidentele herhalingen kun­nen zijn. Op het zendingsterrein is dat dikwijls het geval, maar ook waar al eeuwen een gevestigde kerk is kan door God bij een opwekking de Geest opnieuw worden uitgestort. Uiteindelijk mag ook op grond van het profetisch getuigenis van Zacharia (13:10ff) zeker verwacht worden, dat in de toekomst over de dynastie van David en over de inwoners van Jeruzalem de Geest der genade en der gebeden zal worden uitgegoten.

 

De doop met de heilige Geest

 

Binnen de kring van allen die Jezus als hun Verlosser hebben leren ken­nen, blijft de vraag die Paulus in Efeze stelde nog altijd actueel: heeft u de Geest ontvangen, toen u tot het geloof gekomen bent? Uit de praktijk van het gemeentelijk leven moeten we helaas concluderen dat er hier dikwijls wat aan schort. Bij het stellen van de diagnose gaat men divers te werk. Daarbij gaat het om de vraag wanneer de doop met de Geest plaats vindt. Ik ben geneigd te zeggen, dat de heilige Geest in ons leven komt op het moment waarop we Jezus als onze Redder aannemen en wederom geboren worden. Dan rest de vraag of we de Geest echt de ruimte geven. Vaak gaat er dan nog weer veel tijd overheen voor de krachtige werking van de Geest openbaar komt. Over die heilzame therapie is gelukkig geen verschil van inzicht. Willen we echt leven op het goede niveau, dan is de bewuste ervaring van de overweldigende werking van de Geest een dringende noodzaak. Legio vragen zijn daarover te stellen. Moet niet iemand de handen opleggen opdat de Geest zich gaat manifesteren? Op die vraag moet een ontkennend antwoord gegeven worden. Het is immers Jezus die ons doopt in de heilige Geest op het moment waarop we er echt aan toe zijn. Ongetwijfeld kan het helpen, wanneer iemand de handen oplegt. Het is een oerbijbelse handeling. Noodzakelijk is het echter niet. Op allerlei momenten kan de realiteit van de doop met de Geest erva­ren worden. Bij de een is dat tijdens een kerkdienst en bij een ander als die de afwas doet of ergens rond fietst. Het gebeurt wanneer we er in gelovig vertrouwen om vra­gen! Eens gebeurt dat voor de eerste keer en dan blijkt herhaling noodzakelijk te zijn. Niet voor niets schrijft Paulus: Wordt vervuld met de heilige Geest (Efeze 5:18). Uit de werkwoordsvorm is af te lezen dat het daarbij gaat om een zich steeds weer laten vol maken met de Geest.

 

Het is intens verdrietig dat zo velen niet profiteren van deze onnoemelijke rijkdom. Waarom wordt de heerlijke presentie van de Geest niet ervaren? De oorzaak van dit euvel moet niet gezocht worden bij God. De fout ligt echt bij ons. Om te beginnen werkt de zonde belemmerend in het leven der gelovigen. Het is pijnlijk deze realiteit onder ogen te zien. Vaak verhindert trots om tot erkenning te komen van wat ver­keerd is. Bovendien wordt ook veel over het hoofd gezien. Daarom is het van belang te vragen om de ogen te openen voor wat indruist tegen Gods bedoelingen. Verder is het van essentieel belang dat een gelovige zich geheel overgeeft aan de heerschappij van de Here Jezus. Steeds opnieuw komt het daarop aan. Zo alleen is de vervulling met de Geest een blijvende realiteit met alle gevolgen van dien.

 

Spreken in tongen als bewijs

 

Steeds zal weer de kwestie aan de orde gesteld worden of iemand als hij de gave van de heilige Geest ontvangt ook altijd in tongen gaat spreken. Wanneer we de bijbel daarop nalezen, blijkt dat wel vaak het geval te zijn. Het zit om zo te zeggen in het pakket inbegrepen. Volgens Paulus is de tongentaal van eminente betekenis (1 Corinthe 14). Op die manier heeft hij daar zelf steeds profijt van getrokken en wenst hij het ieder ander gelovige van harte toe. Het biedt namelijk de mogelijkheid een directe communi­catie met God te hebben. Opeens stijgt de gelovige uit boven zijn gebrekkig lofprijzing en aanbidding van God. Tongentaal is het belangrijkste middel om het gelovig ver­trouwen tot uitdrukking te laten komen. Niet gehandicapt door het verstand kan met de geest de mystieke omgang worden beoefend. Het behoeft geen betoog dat het geeste­lijk leven op die manier gebouwd wordt. Wanneer iemand niet in tongen kan spreken, dan betekent dat gelukkig nog niet dat hij dan de Geest niet ontvangen heeft. God is er nu eenmaal volstrekt vrij in aan ieder te geven wat Hij wil (1 Corinthe 12: 11 en 28ff). Het verdient overigens zeker aanbeveling voor iedere gelovige na te gaan of er een bepaalde remming bestaat waardoor het niet mogelijk is om zich over te geven aan de overweldigende werking van de Geest.

 

Breeds scala van gaven

 

Gelukkig kan de gave van de Geest op nog heel andere manieren manifest worden. Er bestaat een heel scala van gaven. Op diverse plaatsen in de brieven van Paulus wordt daarover gesproken. Goed om daar eens bijbelstudie van te maken (1 Corinthe 12, Romeinen 12 en Efeze 4). De apostel wilde de gemeente op dit punt niet onkundig laten. Die charismata zijn voor de groei en verdere ontwikkeling van de gemeente als het lichaa­m van Christus van eminent belang. Als iemand de Here Jezus als zijn Redder aanneemt, ontvangt hij de gave van de Geest. En op zijn of haar beurt zal de Geest iedere gelovige op zijn minst één, maar vaak ook meerdere gaven schenken. Helaas zijn velen in de kerk niet in staat die gaven te herkennen. Tegenwoordig is er de service van een gaventest. ­Nog niet zo'n dwaas idee. Alleen als een gelovige weet welke gave hij bezit, is het mogelijk deze ook te benutten. Gemeenteleden behoeven dan niet langer de rol van toeschouwer te vervullen. Ook ­hoeft de voorganger niet meer allerlei soorten van werk te verrichten. Ieder mag naar de geschonken gaven meewerken aan de opbouw van de gemeente van Christus. 

 

In het gewone leven geldt wat velen van hun moeder hebben geleerd: wie vraagt, die wordt overgeslagen. Op het geestelijk vlak blijkt het anders te zijn. Juist wie dringend vraagt, die zal ook veel ontvangen. Paulus moedigt de gelovigen ertoe aan om ervoor te ijveren de geestelijke gaven te mogen ontvangen (1 Corinthe 14:1). Maar we moeten niet vergeten, dat hij tegelijk ook ertoe oproept de liefde na te jagen. Enthousiasme kan immers gemakkelijk tot liefdeloze hoogmoed leiden. Ook al zouden we de meest spectaculaire gaven hebben en daarbij de liefde missen, dan zouden we nog nergens zijn. Die diepe toon wordt door hem aangeslagen in het hooglied der liefde (1 Corinthe 13). Laat ieder beseffen dat zo'n magnifiek lied door hem niet werd opgegeven om  slechts tot verpozing van de aandacht te zingen.

 

G. Hette Abma
 

Doorzoek de pagina

Bezoekers

Artikelweergaven (hits) : 283090