• Decrease font size
  • Reset font size to default
  • Increase font size

Nieuws

20-08-2016: Link naar brief over ziekte

Tips!

Gebruik het email icoon voor een printervriendelijke versie!
Probeer ook eens de zoekmachine rechts bovenin! Ongetwijfeld bespaart dat veel moeite bij het zoeken.
Israëlzondag PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door G. Hette Abma   
vrijdag 10 oktober 2003 08:03
Israëlzondag ds. G. Hette Abma Iedere zondag zou eigenlijk Israëlzondag moeten zijn. Je bent geneigd te denken dat met zo’n uitspraak een open kerkdeur wordt ingetrapt? Toch blijken nogal wat mensen juist als het hier om gaat voor een gesloten deur te komen. Ooit zei een oud-ambtsdrager tegen zijn predikant: u moet het in uw preken niet steeds over Israël hebben. In argeloosheid antwoordde de dominee deze bezorgde broeder: dan moet u me maar een andere bijbel geven! Altijd Israëlzondag Wie het nieuws goed probeert te volgen merkt wel dat Israël vanwege de gespannen situatie in het Midden-Oosten dagelijks onder de aandacht gebracht wordt. Ongetwijfeld is het daarom zo moeilijk over Israël als volk, land en staat te spreken. Als ergens blijkt dat het Woord van God slaat op de volle realiteit, dan is dat wel wanneer we letten op de positie van Israël in het grote wereldgebeuren. Aan alle kanten worden pogingen ondernomen om het plan van God te dwarsbomen. Wanneer conform een goed advies steeds naast de krant de Bijbel wordt geopend, kunnen we weten dat dwars door alle obstructie heen de bedoelingen van de Eeuwige gerealiseerd zullen worden. Israël zal treden aan de spits van de volkeren. Jeruzalem zal gesteld worden tot een lof op aarde. Van Sion zal de Thora uitgaan. De volheid van de gojim zal ingaan en op die manier zal geheel Israël behouden worden. Gelet op de politieke realiteit is het voor een modaal kerkganger moeilijk te geloven dat al die magnifieke beloften ooit in vervulling zullen gaan. Daarom is het een prima idee om op één speciale zondag eens een extra stimulans te krijgen om bezig te zijn met de bezinning op de plaats van Israël binnen Gods heilsplan. Dat is echt geen overbodige luxe. Zelfs een fervent tegenstander van al die speciale themazondagen zal de hand over zijn hart willen strijken. Mits hij wat het Joodse volk betreft het hart op de goede plaats heeft zitten. Uiteraard heeft de bevlogen gelovige gelijk met zijn bewering dat voorkomen moet worden dat de aandacht voor onze verbondenheid met Israël slechts tot die éne zondag beperkt blijft. Kort na de Tweede Wereldoorlog verscheen er van het schrijverstrio C. Aalders, B. van Ginkel en P. ten Have een handleiding voor hen die de Heidelbergse Catechismus bij het onderwijs aan de jongeren wilden gebruiken. De tweedelige uitgave kreeg als sprekende titel mee: altijd zondag. Met een knipoog naar deze publicatie zou ik in de praktijk van het kerkelijk leven als slogan willen promoten: altijd Israëlzondag! Instelling van de Israëlzondag Sinds wanneer kennen we het fenomeen van de Israëlzondag? In een brief van de Raad voor de verhouding van Kerk en Israël de dato 30 november 1948 is de Generale Synode gevraagd een Israëlzondag in te stellen. Uiteraard vormde de stichting van de staat Israël daartoe een stimulans. Men ziet de mogelijkheid tot een nieuwe ontmoeting tussen de synagoge en de christelijke kerk op voet van gelijkheid. Op 20 mei 1949 is door de synode het verzoek van de Raad van Kerk en Israël besproken om “een bepaalde Zondag, de Zondag voor de grote Verzoendag bij voorkeur, te bestemmen voor opwekking van liefde voor Israël. Op die Zondag kome in de prediking uit, wat de plaats en de toekomst van het Joodse volk is in de heilsgang van het Koninkrijk Gods. De dienst drage in hoge mate het karakter van gebedsure”. Men besluit de kerkenraden te vragen wat de gevoelens hieromtrent zijn. Aan de classicale vergaderingen zenden ze een toelichting aan de hand waarvan de discussie gevoerd kan worden. In de zitting van 16 juli zijn de binnengekomen rapporten behandeld en wordt het besluit tot instelling van een Israëlzondag genomen. Dit zal zijn vlak voorafgaande aan de viering van de Grote Verzoendag. Een jaar later wordt echter vastgelegd dat de Israëlzondag voortaan altijd op de eerste zondag van oktober zal zijn. Van meet af is er dus de aandacht gevestigd op Jom Kippoer (Grote Verzoendag), die zijn lichtende glans vooruit werpt in de Yamim Nora’im, de tien ontzagwekkende dagen vanaf het Joodse Nieuwjaar. Wanneer wij in de christelijke gemeente zeggen te leven in de feestloze helft van het kerkelijk jaar vieren de Joodse gelovigen juist hun belangrijke gedenkdagen. In de maand Tisjri (september/oktober) vallen de grote feestdagen, zoals Rosj Hasjanah (Nieuwjaar), Jom Kippoer (Grote Verzoendag), Soekkot (Loofhuttenfeest) en Simchat Thora (Vreugde van de Wet of beter: goddelijke Onderwijzing). Onmogelijk toch dat de kerken daar zomaar aan voorbij leven. Na de verschrikking van de sjoa en het opzienbarende feit van de stichting van de staat Israël wordt de aandacht van de gemeente gericht op de wijze waarop het door God uitverkoren volk het geheim van het geloof viert. Op die manier is het mogelijk iets gewaar te worden van de ondoorgrondelijke wijze waarop de Eeuwige zijn plan volvoert. De plaats van Israël en van ons Lange tijd is er geen enkele behoefte toe gevoeld aandacht te schenken aan een bijzondere positie van Israël in de heilsgang van het Koninkrijk van God. Algemeen veronderstelt men met het grootste gelijk van de kerkelijke wereld dat de rol van het volk is uitgespeeld, omdat het Jezus als de beloofde Messias heeft verworpen. De oprichting van een eigen vrije en onafhankelijke staat noopt tot een diepgaande herbezinning op een eeuwenlang ingenomen standpunt. Dit blijkt dikwijls moeizaam te zijn, maar tegelijk ook altijd heilzaam te wezen. Al gebeurt dit voor de gemeente slechts op één zondag, dan zal het toch gedurende het gehele jaar zijn zegenrijke effect mogen hebben. Voor alles zullen we onze eigen plaats moeten weten. Op plastische wijze heeft Paulus daar reeds over geschreven in zijn brief aan de Romeinen. Wij zijn als wilde takken geënt tussen de natuurlijke takken van de olijfboom Israël (Romeinen 11:17). Telkens hoor je spreken over de ontdekking van de Joodse roots. Dit is bij nader inzien toch wat te radicaal (radix = wortel). Daarbij blijft de stam met zijn ontelbaar vele jaarringen ongenoemd. Moet er niet gedacht worden aan de eeuwenoude rabbijnse traditie wanneer de apostel schrijft dat we deel hebben gekregen aan het sap van de olijfboom? Met het volk der Joden mogen we als gelovigen uit de volken op die dankbare manier stoelen op dezelfde wortel. Het mag ons weerhouden van hoogmoed. De waarschuwing van Paulus om bedacht te zijn op het gevaar van het koesteren van een hoge dunk van onszelf was niet zonder reden (Romeinen 11: 20). Met de hoogmoed van de vervangingstheologie is de kerk helaas lelijk voor de val gekomen. De toekomst van Israël Bij het verzoek aan de synode een Israëlzondag in te stellen wordt eraan gedacht dat in de prediking niet alleen aandacht geschonken kan worden aan de plaats, maar ook aan de toekomst van het Joodse volk in de heilsgang van het Koninkrijk Gods. In het schrijven van de synode in 1949 lezen we: “De ‘letterlijke’ uitlegging van de profetische beloften aan Israël houdt er geen rekening mede, dat in het ‘Nieuwe Testament’ de vervulling hiervan reeds in universele zin gezien is in de geestelijke ontplooiing van de Gemeente als Abrahams zaad in het geloof. Maar de ‘vergeestelijking’ van de Oud-Testamentische belofte anderzijds houdt er geen rekening mee, dat het volk Israël als tastbaar gegeven nog steeds bestaat, en dat God in de prediking van het Nieuwe Testament juist aan dit concrete volk nog een te vervullen rol in Zijn heilsgeschiedenis heeft toegekend.” Zo wordt er op de evenwichtsbalk van het correcte kerkelijke denken geprobeerd recht te doen aan de beloften voor Israël. Wie verlost raakt van allerlei krimp en kramp zal op de duur moeilijk helemaal gevrijwaard kunnen blijven van wat met een onheilsspellende term als chiliasme wordt aangeduid. Om te beginnen zullen de bergen van Judea vrede dragen en de heuvels van Samaria heilig recht. De komende Koning zal voor zijn volk vrolijk op doen dagen het heil ooit toegezegd. Twist en wrok verdwijnt. Alles zal door de vrede bloeien. Universeel is het bestuur van de Messias. Van zee tot zee zal Hij regeren zover men volkeren kent. Men zal hem van de Eufraat (Irak) vereren tot aan het einde van het aardrijk (Psalm 72) In de stijfdeftige taal van de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland wordt gezegd dat de gemeente mag delen in de aan Israël geschonken verwachting. Vaak overvallen door gevoelens van hopeloosheid mogen de gelovigen uit de volkeren opnieuw leren uitzien naar de komende verlossing. Israël is het volk van de levende verwachting par excellence. Het volkslied getuigt ervan: hattiqwa, de hoop. Het mag voor ons zijn aanstekelijke werking hebben, zodat we met de leden van de vroeg-christelijke gemeente leren uitzien naar de komst van de Messias (Openbaring 22:20). Er wordt dan niet langer aarzelend gevraagd: kunnen wij wel ‘maranatha’ roepen. Het wordt eenvoudig gedaan. Liefde voor Israël Intussen is er nog geen aandacht geschonken aan de overweging van de Raad voor Kerk en Israël, dat die specifieke zondag in de tijd van de Hoge Feesten van het Joodse volk bestemd mag worden voor de opwekking van liefde voor Israël. Daar raken we aan een lastig punt. Misschien lukt het nog wel respect en zelfs waardering voor bijzondere vertegenwoordigers van het Joodse volk op te brengen. Maar het spreken over het uitverkoren volk wordt al direct als aanstootgevend ervaren. Zeker voor het besef van de moderne mens is het een verwerpelijke vorm van discriminatie. Toch is dit het getuigenis van de Schrift. De gedachte aan de verkiezing krenkt ons gevoel van eigen waarde en grieft ons in de waan van onze eigen superioriteit. Intussen heeft God zijn volk niet uitverkoren vanwege uitzonderlijke kwaliteiten, maar alleen op basis van een onverklaarbare liefde (Deuteronomium 7:6). Het uiteindelijke doel van de verkiezing is niet exclusief voor het welzijn van Israël alleen, maar inclusief tot zegen voor alle volken. Deze overwegingen zijn van belang bij het opnieuw oplevend antisemitisme. Schokkend is het te merken hoe extremistische moslims van hun hart geen moordkuil maken en uiting geven aan hun anti-Joodse sentimenten. Sinds de laatste wereldoorlog is het gruwelijk duidelijk geworden dat we dan niet even een andere kant mogen uitkijken. Tevens zullen we ook binnen eigen kerkelijke kring bedacht dienen te zijn op nauwelijks verholen haat tegen het volk van Gods bijzondere liefde. Meestal is antizionisme de verkapte vorm van antisemitisme. Door de politieke situatie in het Midden-Oosten worden velen zwaar beproefd in hun liefde voor Israël. Wat dagelijks door de media wordt voorgeschoteld vormt een uitnodiging om fervent tegen Israël partij te kiezen. We mogen onze ogen niet sluiten voor het leed van de Palestijnen. Aan dit geplaagde volk zal recht gedaan moeten worden. Niemand hoeft dit aan de Joden te zeggen, want dat is door de boodschap van hun eigen profeten overbekend. Alleen is het de vraag hoe ooit de spiraal van geweld doorbroken wordt. Iedere poging verder te komen in het proces van vrede verdient support. Maar de bijdrage van de kerk zal mogen zijn: ieder die de nakomelingen van Abraham, Isaak en Jacob vloekt, die kan onmogelijk gezegend worden (Genesis 12:3). Gebed voor Israël Zoals vaak wegen ook nu de laatste loodjes het zwaarst. In het verzoek van de Raad werd tenslotte gezegd: “De dienst drage in hoge mate het karakter van gebedsure.” Bij mijn speurwerk naar de invoering van de Israëlzondag bleek me dat aanvankelijk gesproken werd over een ‘Gebedszondag voor Israël’. Het is toch niet verwonderlijk dat die typering al snel in onbruik is geraakt? Brengt de oproep tot voorbede ons niet in een pijnlijke verlegenheid? Wat moet de inhoud van het gebed zijn? De vragen worden hier onvermijdelijk concreet. Wie er moeilijk woorden voor kan vinden, die doet er goed aan zich te laten leiden door het Woord. Bidden zal voor alles zijn een pleiten op de beloften van Gods trouw, die Hij nog nooit aan Israël heeft gekrenkt. Bij de voorbede volgen we de dringende raad van de dichter van Psalm 122: bidt om de vrede voor Jeruzalem. In dat verband zal gevraagd worden dat het besef levend mag zijn, dat de Eeuwige Jeruzalem gesteld heeft tot een lastige steen voor de volken. Opdat allen zullen weten dat ieder die deze poogt op te heffen zich lelijk zal verwonden. Een dichter stelt de retorische vraag: is Israël in nood. Wij mogen bidden in de vaste overtuiging: er zal verlossing komen. Gods goedheid is zeer groot. Dat is de garantie. Het gebed voor Israël is niet allereerst de vraag dat er zoveel mogelijk Joden tot het geloof in Jezus als hun verlosser zullen komen. Bij het gebed voor Israël gaat het om de redding van geheel Israël (Romeinen 11: 26). Dit krijgt zijn beslag als de volheid der gojim ingaat. Laten we daar dan ook om vragen. Wat zal het geweldig zijn wanneer we in de lijn van het verlangen van de apostel Paulus Israël tot jaloersheid mogen wekken (Romeinen 11: 11). Velen zijn bezig met de vraag om de bekering van Israël, maar daaraan gaat eerst de bekering van de volkeren vooraf. Dit alles kan onmogelijk allemaal vertolkt worden op één ‘gebedszondag voor Israël’. Iedere zondag mag er voor Israël gebeden worden. P.S. De attente lezer heeft wel opgemerkt dat er in het artikel met geen woord gerept is over het feit dat het Joodse volk zelf niets heeft met de zondag. Het brengt mij tot de stelling dat een Israëlzondag per definitie overbodig is voor allen die de sjabbat vieren. Israël en de kerk 2e jaargang nummer 2 september 2003
 

Doorzoek de pagina

Bezoekers

Artikelweergaven (hits) : 298896