• Decrease font size
  • Reset font size to default
  • Increase font size

Nieuws

20-08-2016: Link naar brief over ziekte

Tips!

Gebruik het email icoon voor een printervriendelijke versie!
Probeer ook eens de zoekmachine rechts bovenin! Ongetwijfeld bespaart dat veel moeite bij het zoeken.
De last van een onverwerkt verleden PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door G. Hette Abma   
vrijdag 18 juli 2003 08:05

De last van een onverwerkt verleden

 

"Allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of welke grond ook is niet toegestaan". Zo luidt de letterlijke tekst van artikel 1 van de Grondwet. Als de Nederlander geacht wordt de fundamentele wet van ons land te kennen, dan wordt hij daarbij wel perfect geholpen want deze woorden staan - als gold het een goddelijke regel  - in steen gegrift op een monument voor het gebouw van de Tweede Kamer. Dit verbod om te discrimineren zou wel de hoeksteen van onze tolerante samenleving genoemd kunnen worden. Wie daaraan wil wrikken moet wel weten waar hij aan begint. Beter dan iemand anders had juist een man als Pim Fortuyn moeten beseffen, dat dit onvermijdelijk overkomt als vloeken in de linkse kerk! Het had dan ook ingrijpende gevolgen toen hij in een interview met een redacteur van de Volkskrant (9 februari 2002) te kennen gaf dat naar zijn overtuiging het nondiscriminatiebeginsel op de helling moest. Wanneer hij als de lijsttrekker van Leefbaar Nederland later geen concessies wil doen aan zijn opvattingen, wordt hij door de top van zijn partij aan de kant gezet.Twee maanden tevoren had hij met een gracieus gebaar te kennen gegeven: at your service. Op slag waren bij Leefbaar Nederland zijn aangeboden diensten niet langer welkom. Hoe kon het zover komen?

 

De politici reageren geschokt

 

Daags na de moord op Pim Fortuyn gaf de politieke filosoof Paul Cliteur te kennen dat hij het volkomen legitiem vond, wanneer iemand zich afvraagt of een Grondwetsartikel van nog geen twintig jaar oud geen ongewenste effecten heeft. Maar de veel furore makende Fortuyn kreeg heel wat over zich heen toen hij te kennen gaf dat heilige beginsel ter discussie te willen stellen. Hoogst ongelukkig hebben de politici van de gevestigde partijen volgens Cliteur keer op keer gereageerd op de gevreesde nieuwkomer door hun kritiek niet op de opvattingen te richten maar op de persoon. Het dieptepunt was wel toen de flamboyante politicus had gezegd dat artikel 1 van de Grondwet op de helling moet. Bijna alle Haagse politici vielen over hem heen. Hans Dijkstal gaf er blijk van zeer geschrokken te zijn: "Dat artikel van de Grondwet is het hart van onze beschaving. Ik betreur het zeer dat hij dat ter discussie brengt. (...) Het lijkt wel op een combinatie van Janmaat en Dewinter. Ongebruikelijk fel was de reactie van Ad Melkert. Geschokt door de uitspraken van Fortuyn liet hij heel theatraal de oproep horen: "Nederland wordt wakker!" Geagiteerd riep Paul Rosenmöller: "Dit is niet gewoon rechts, maar extreem rechts". Volgens Thom de Graaf was hij nu echt over de schreef gegaan. Verontwaardigd zei hij: "Hier vlakbij staat het Achterhuis van Anne Frank ....". Op die manier werd hij niet alleen onder verdenking van racisme gesteld, maar ook nog in de antisemitische hoek gedrukt. Veelbetekenend kopte het Reformatorisch Dagblad: "Reacties gênanter dan uitspraken van Fortuyn". Bovendien schreef de politiek journalist Bart Jan Spruyt: "Het is teleurstellend te zien dat de ChristenUnie er zaterdagmiddag als de kippen bij was om zich braaf in dit koor te voegen".

 

De pers brandmerkt als fascistisch

Ook in de pers werden stevige pogingen ondernomen om Fortuyn in de extreem-rechtse hoek te drukken. In een column eind vorig jaar in Trouw werd hem de intelligentie van Hitler en de charme van Himmler toegedicht. De schrijver en de hoofdredactie hebben later overigens de excuses voor deze vergelijking aangeboden. Uitgerekend op de dag van de lafhartige moord stond er een bedenkelijk commentaar in NRC Handelsblad: "Dezer dagen kan niet over samenleven en politieke keuzes worden nagedacht zonder daarin de figurant Pim Fortuyn te betrekken, die op een hoofdrol lijkt af te stevenen. (...) Staat straks Fortuyn als premier met een krans op de Dam, de man die de islam 'achterlijk' vindt en mensen uit Marokko en Turkije niet behorend tot >de moderniteit=? Deze dagen symboliseren de heroprichting van het vrije Nederland, waar je mag zeggen wat je wilt, geloven wat je wilt, ongeacht huidskleur, ras of nationaliteit. Het is de trots van Nederland dat we hier juist niet de ene cultuur beter vinden dan de andere. Dat we hier mensen gelijk behandelen in een open samenleving. Dat we ons hier de xenofoben en racisten van het lijf wensen te houden. Het is een grote schande dat we zestig jaar na dato een politicus in ons midden daaraan moeten herinneren". Zo konden we lezen in wat dan een kwaliteitskrant genoemd wordt. Met ettelijke bewijzen kan gestaafd worden dat te snel de schaduw van de Tweede Wereldoorlog over de discussie heenvalt. Al enkele decennia is het met name in linkse kring gebruikelijk politieke tegenstanders als fascistisch te brandmerken. Zo denkt men het eigen morele gelijk te kunnen halen.

 

Sfeer van haat gecreëerd

 

Door de politici en de pers werd wel erg gretig een aktuele vergelijking gemaakt met Haider, Dewinter of Le Pen. Alles met de kennelijke opzet te suggereren: die man is gevaarlijk! Heeft dit er niet toe bijgedragen dat er een sfeer van haat rond Fortuyn gecreëerd is, waardoor de verbijsterende politieke moord kon plaats vinden? Alles wijst er toch op dat er een klimaat is geschapen waarin niet alleen eventueel een labiele figuur tot actie zou kunnen overgaan, maar vooral ook een extreemdenkende persoon er niet meer voor zou terugdeinzen een ultieme oplossing te zoeken om het dreigende onheil te keren? Terwijl we gefixeerd waren op extreem rechts bleek het gevaar van extreem links te komen. Naar we mogen aannemen heeft iemand uit het wijdvertakte netwerk van actiegroepen zijn dodelijke slag kunnen slaan. Er heerste paniek in die wereld vanwege de voorspelling dat Fortuyn op een ongekende stembusoverwinning afstevende. Men was bang dat hij weldra de kans zou krijgen de bezem door het linkse actiewezen te halen. Laten we hopen dat dit in de komende periode zal gebeuren. Het is van belang het netwerk uiteen te raffelen en ook te kijken naar de verwevenheid met politieke partijen. Waarom zou dat niet gebeuren? Wie geen kwaad op zijn geweten heeft, heeft niets te vrezen!


 

Er moet helaas worden vastgesteld dat er een ongekende hetze is gevoerd tegen Fortuyn. Is het dan mogelijk voor de hoofdrolspelers van de media en de politiek de handen in onschuld te wassen? Advocaat Hammerstein heeft met kantoorgenoot Spong de politici en journalisten aangeklaagd wegens het aanzetten tot haat. Voor alle duidelijkheid moet hierbij wel opgemerkt worden, dat Fortuyn de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel had. Hij werd echter nauwelijks met argumenten bestreden, terwijl hij zo graag zijn tegenstanders op die manier had willen overtuigen. Ongetwijfeld was hij een lastige opponent die men moeilijk in het debat kon verslaan. Met felheid in de verkiezingsstrijd hoeft nog niets mis te zijn. Volgens de advocaten ging het te ver toen de politicus in verband gebracht werd met het nazisme. Bij hun aangifte zit niet de bedoeling voor de aangeklaagden verantwoordelijk te stellen voor de moord op de politicus. Het gaat hen om de het 'demoniseren' van zijn persoon. Inmiddels hebben vijf advocaten vanwege deze aangifte een klacht ingediend tegen Hammerstein en Spong. Ze zouden de advocatuur geschaad hebben. De tuchtrechter zou sancties kunnen opleggen variërend van een waarschuwing tot een schorsing. Voorlopig zullen we nog wel even naar de juridische touwtrekkerij kunnen kijken. Het is veelbetekenend dat Fortuyn zelf politici in het algemeen en de regering in het bijzonder beticht heeft van het aanzetten tot haat. Tijdens een gesprek met Robert Jensen bij Yorin-tv heeft hij bijvoorbeeld gezegd: De Nederlandse regering, en dat vind ik bloody shame, helpt mee een klimaat te creëren van demonisering van mijn persoon. En als mij straks wat gebeurt (...) zijn de politici medeverantwoordelijk. Dan kunnen ze niet zeggen: ik heb die aanslag niet gepleegd". In dit artikel gaat het er niet om stiekem de plaats van de rechter in te nemen. Er bestaat ook een collectieve schuld, waar nooit door een reguliere rechter een vonnis over kan worden uitgesproken. Hoe gaan we daar mee om? In profetisch perpectief is dat een zeer aangelegen vraag. Eens zullen immers alle volken geoordeeld worden!

 

Erfenis van de Tweede Wereldoorlog

 

Met het oog op de verantwoording die we als samenleving moeten afleggen is de vraag urgent: Hoe gaan we om met een belastend verleden? Als we er daarmee niet in het reine komen zal dit ondergronds blijven voortwoekeren. Daarover zegt de filosoof Hans Achterhuis zinvolle dingen. Met verbijstering reageerde hij op het reeds genoemde redactionele commentaar van NRC Handelsblad. In dat hoofdartikel wordt het een grote schande genoemd dat een politicus in ons midden herinnerd moet worden aan de dingen waar Nederland trots op mag zijn, waaronder de overtuiging dat xenofoben en racisten van het lijf gehouden moeten worden. Op deze manier werd Fortuyn onrecht aangedaan. Achterhuis memoreert het feit dat hij in 1995 samen met Fortuyn werd uitgenodigd als gastsprekers ter gelegenheid van de viering van de bevrijding. De herdenkingsbijeenkomst was in het beroemde hotel 'De Wereld' waar vijftig jaar tevoren de capitulatie had plaats gevonden. Tevoren waren er bij Achterhuis ambivalente gevoelens bij een gezamenlijk optreden. Maar die bleken toch niet terecht te zijn. Ze waren het helemaal met elkaar eens. "Wij vonden elkaar ook in een veroordeling van de slechte Nederlandse gewoonte om elk actueel politiek vraagstuk te herleiden tot de morele normen van goed en kwaad uit de Tweede Wereldoorlog".

 

Het mag tot dankbaarheid stemmen wat Achterhuis daarbij naar voren brengt: "Nog steeds is (vooral links) politiek Nederland bezig de huidige politiek te duiden met de maatstraven van de toenmalige strijd tegen het fascisme. Dit leidt tot een demonisering van politieke tegenstanders die elk constructief politiek debat verhindert". Hij wijst erop dat Fortuyn de discussie wilde aangaan over de waarde van culturen, waarbij hij de fundamentalistische cultuur laag aansloeg. Met een verwijzing naar ons heldhaftige verzetsverleden wordt zo'n gedachtenwisseling taboe verklaard. Het is immers de trots van Nederland de ene cultuur niet beter te vinden dan de andere. Daarop reageert Achterhuis: "O ja? Ik dacht dat de strijd hier juist om ging. Het fascisme met zijn felle afwijzing van de moderniteit was toch slechter dan de westerse, christelijk-humanistische op tolerantie gebouwde beschaving?" Zo komt hij tot een belangrijke slotsom: "Ik vind dat de vaderlandse politiek eindelijk van deze moreel geladen erfenis bevrijd moet worden. (....) De strijd tegen het fascisme is voorbij. De nieuwe politieke uitdagingen zullen met kracht van argumenten moeten worden aangepakt in plaats van met gedateerde scheldwoorden te worden gereduceerd tot simpele zwartwit-tegenstellingen. Na de taartaanslag bij de presentatie van zijn programma zei Fortuyn dat hij vooral pijnlijk was getroffen door 'de van haat vertrokken gezichten van de daders'. Dit soort haat van het morele gelijk is een erfenis uit de Tweede Wereldoorlog waar we eindelijk afscheid van moeten nemen" (NRC Handelsblad 8 mei 2002).

 

Drie belastende ervaringen

 

In zijn boek De verweesde samenleving (1995) heeft Pim Fortuyn zelf hierover ook in een nog wat bredere kontekst behartenswaardige dingen geschreven. Zo kort mogelijk wil ik pogen de kern daarvan  weer te geven. Het cultuurrelativisme vormt op twee gebieden een bedreiging, namelijk als het gaat om de buitenlandse betrekkingen en als we zoeken naar een manier van omgaan met andere culturen in onze samenleving. Het gebrek aan besef van onze Nederlandse identiteit maakt ons volstrekt weerloos in de benadering van uiterst ongewenste cultuuruitingen als van het moslimfundamentalisme. Met ons relativisme en daaruit voortvloeiende onverschilligheid hebben we dat niet in de gaten. Met harde hand zullen we er straks aan worden herinnerd, schreef hij enkele jaren voor de aanslag op de Twin Towers en het Pentagon. Het ons bewust worden van onze nationale identiteit is niet minder dan een levensnoodzaak om recht te doen aan onszelf en al die andere volken waarmee we op dezelfde aardbol leven. Daarbij is de inzet een leefbare samenleving, waar ook de vreemdeling zijn plaats kan innemen.

 

In West-Europa zijn er volgens Fortuyn een drietal ervaringen, die de discussie over het vreemdelingenvraagstuk bepalen. In ons collectieve bewustzijn hebben we die maar zeer ten dele verwerkt. Allereerst is dat de ervaring van de moord op zes miljoen Joden door het nazi-regime van Adolf Hitler. Er is nauwelijks sprake van enige echte introspectie. We maken ons daar met de jaarlijkse herdenkingen wel erg gemakkelijk vanaf. Algemeen wordt verondersteld dat we ons goed en soms zelfs heldhaftig hebben gedragen. Er is geen besef van een collectieve schuld aan de gruwelijke moord op de Joden, die in onze samenleving onder regie van het nationaal-socialisme heeft plaats gevonden. Vervolgens is het met de verwerking van ons koloniale verleden niet veel beter gesteld. Nimmer is er een diepgaand zelfonderzoek geweest betreffende de door ons gevoerde koloniale oorlog, die steeds eufemistisch als 'politionele acties' wordt aangeduid. Er is sprake van een collectieve verdringing. Het onverwerkte verleden wreekt zich in de onevenwichtige politiek. Het dekolonisatieproces mondde in de loop van de jaren zestig uit in het geven van ontwikkelingshulp. In het versluierende jargon van het daarop volgende decennium werd er moraliserend gesproken over ontwikkelingssamenwerking. Tenslotte is er de ervaring met het werven van gastarbeiders. Eerst uit Zuideuropese landen en later uit Noordafrikaanse landen en Turkije. Een groot deel van deze als tijdelijk bedoelde arbeidskrachten vestigt zich hier in de loop der jaren definitief. De ervaring van deze dikwijls moeizaam verlopende inburgering van grote groepen met name uit landen als Turkije en Marokko afkomstige gastarbeiders is nog niet geheel verwerkt. Op het ter sprake brengen van dit onderwerp rust een nauwelijks te omzeilen taboe.

 

Cultuurrelativisme

 

In dat verband noemt Fortuyn het nondiscriminatiebeginsel. Het is een heel nieuw artikel dat bij de laatste grondwetswijziging is ingevoerd en direct de eerste plaats heeft gehaald. Hij spreekt er om te beginnen opvallend positief over: we zijn daar terecht trots op! Het heeft zijn gunstige uitwerking gehad wat betreft de gelijkberechtiging van vrouwen en de gelijke behandeling ongeacht de`seksuele geaardheid. Al valt er nog veel te verbeteren. Dan vraagt hij zich af hoe we omgaan met Joden gezien de antisemitische tendenzen in onze cultuur. Vooral vestigt hij de aandacht op de toestroom van grote groepen vreemdelingen. In de loop der eeuwen hebben velen van elders komend hun toevlucht gezocht in ons land. Graag laten we ons voorstaan op een traditie van gastvrijheid en verdraagzaamheid. Dit moet ook weer niet overdreven worden want een welbegrepen eigenbelang speelde daarbij een rol. Nooit vormde de integratie een probleem. En dat is nu wel het geval. Het gaat dan over hen die afkomstig zijn uit cultuurgebieden, die ver tot zeer ver afstaan van onze joods-christelijke en humanistische cultuur. Door ontzuiling en ontkerkelijking is het bewustzijn aangaande die culturele bronnen sterk afgevlakt. Dit uit zich in het over de hele linie manifesterend cultuurrelativisme. Zo bezien is er geen adequaat antwoord op de presentie van moslims met extremistische opvattingen. Ook in ons deel van de wereld zal het fundamentalisme zich manifesteren, als we er niet in slagen medeburgers uit een islamitische cultuur economisch, sociaal, cultureel en politiek te integreren in onze Westeuropese samenleving.  Aangezien het normatief bewustzijn op collectief niveau zo vervlakt is, blijkt het nauwelijks mogelijk ijkpunten voor de integratie te noemen. De uitvoering van beleid op dit punt is vaak niet meer dan een goedbedoelde slag in de lucht. Dit blijkt telkens weer als er zo gemakkelijk gesproken wordt over de multiculturele samenleving.

 

Door de maatschappelijke ontwikkelingen is het toekomst perspectief voor de nieuwkomers en ook van de tweede generatie niet rooskleurig. Een onevenredig groot deel van hen moet beroep doen op de rechten in onze verzorgingstaat.  De sociale structuur van de buurten waar zij wonen met de daarin functionerende netwerken raakt overbelast. In de achterstandwijken is een overconcentratie van mensen die van elders naar ons land gekomen zijn. De woningbouwcorporaties die desintergratie probeerden te voorkomen door een gericht spreidingsbeleid werden door de oud-burgemeester van Amsterdam, Ed van Thijn. beticht van verkapt racisme. Het navrante van het verspreidingsverbod is volgens Fortuyn een uitwerking van artikel 1 van onze grondwet, waarin discriminatie verboden wordt.  Hij stelt heel scherp dat de opvang en integratie van vreemdelingen geen probleem is van de Nederlandse samenleving, maar een probleem  van achterstandswijken in steden van enige omvang in ons land. De dikwijls verdrongen vraag of Nederland vol is, dient dus niet in de eerste plaats te worden gesteld aan bewoners van middenstandswijken, doorzonwijken en villaparken, maar moet gesteld worden aan bewoners van achterstandswijken. Zijn zij van mening dat er nog meer mensen bij kunnen van buiten Nederland uit nog andere culturen? Deze vraag kan alleen op een onbevangen manier onder ogen gezien worden, wanneer we bereid zijn het verleden te verwerken. Dan kunnen we nuchter, zonder vooroordeel en zonder taboes kijken naar het vraagstuk van de multiraciale en multiculturele samenleving. 

 

Vrijheid van meningsuiting

 

In het geruchtmakende interview met de Volkskrant heeft Fortuyn uiteindelijk helemaal geen dingen gezegd, die hij al niet eerder in één van zijn boeken had geschreven. Om een goede indruk van zijn bedoeling te krijgen volgt hier een letterlijk citaat uit het interview: "Ik sta achter wat Voltaire zegt: ik kan uw mening nog zo abject vinden, maar ik zal uw recht verdedigen om die te uiten. Ik ben ook voor het afschaffen van dat rare Grondwetsartikel: gij zult niet discrimineren. Prachtig. Maar als dit betekent dat mensen geen discriminerende opmerkingen meer mogen maken, en die maak je in dit land nogal snel, dan zeg ik: dit is niet goed. Laat mensen die opmerkingen maar maken. Er is een grens en die vind ik heel belangrijk: je mag niet aanzetten tot fysiek geweld". Wat is het navrant die laatste regel na 6 mei 2002 te lezen!

 

Intussen mag het duidelijk zijn dat er een gevoelige snaar geraakt wordt door het pleidooi voor het afschaffen van artikel 1 van onze Grondwet. Bij velen leeft de gedachte dat het eerste ook het voornaamste artikel is. Al jaren bestaat het streven alle andere grondrechten ondergeschikt te maken aan het nondiscriminatiebeginsel. Heel simpel gezegd: het moest verboden zijn een afwijkende  mening erop na te houden. Met een beroep op artikel 1 dreigt de vrijheid van meningsuiting beknot te worden. Door rechters wordt het antidiscriminatiebeginsel zwaarder meegewogen dan het recht op vrije meningsuiting. Fortuyn wilde dat omkeren door de vrijheid van meningsuiting voorrang te geven op het verbod op discrimineren. Was het niet opmerkelijk dat in de commotie over het interview alleen de SGP-leider Bas van der Vlies hiervoor begrip aan de dag kon leggen? In zijn kring beseft men welk effect het kan hebben als alle andere grondrechten ondergeschikt gemaakt worden aan artikel 1 van de Grondwet. Aangezien vrouwen niet volwaardig lid mogen worden van de SGP zou dit kunnen leiden tot een verbod van deze partij. Zo werd inmiddels bepleit door de Democraten die zich gedateerd weten in de roerige jaren zestig van de vorige eeuw. Op die manier wordt dan wel de vrijheid van vereniging en vergadering opgeofferd op het altaar van de nondiscriminatie!

 

Vrijheid van godsdienst

 

Op allerlei manieren wordt de laatste tijd getornd aan grondrechten. De inmiddels demissionaire minister van integratie en grotestedenbeleid Roger van Boxtel irriteert zich aan het toelatingsbeleid van bijzondere scholen. Bij het christelijke onderwijs zou men de opvang van allochtone leerlingen teveel overlaten aan openbare scholen. Daarom pleitte hij voor de afschaffing van artikel 23 van de Grondwet, waarin de vrijheid van onderwijs gegarandeerd wordt. Onder het mom van het streven naar democratie in de hoogste graad dreigt juist de democratie om zeep geholpen te worden. Gelukkig is inmiddels de paarse coalitie onmogelijk geworden anders zou men in arrogantie de macht misbruiken om anderen de mond te snoeren. Gelukkig is dit vanwege de Grondwet nog steeds niet mogelijk geweest. Door de wetgeving van de paarse regering is wel bevorderd dat grondrechten gaan botsen. Door de euthanasiewet is het voor velen die in de gezondheidszorg werkzaam zijn moeilijker geworden om te functioneren. Wie op grond van geloofsovertuiging homoseksualiteit als levenswijze afwijst, moest wel als ambtenaar bij de burgerlijke stand door de invoering van het homohuwelijk in moeilijkheden komen.

 

Het moet aan een onverwerkt verleden worden toegeschreven dat in onze tijd zo de nadruk gelegd wordt op het gelijkheidsbeginsel. Bovendien is aan alles merkbaar dat men in onze moderne samenleving weinig waardering kan opbrengen voor het christelijk geloof.  Juist op dit punt wreekt zich dat er zo weinig historisch besef is. Wie beseft dat de vrijheidsrechten in ons land ten nauwste samenhangen met de strijd om de vrijheid van godsdienst bij het ontstaan van onze natie? Bij het juist verwerken van wat er in vroeger tijd verkeerd gegaan is wordt de mogelijkheid geboden meer waardering op te brengen voor het goede uit ons verleden!

 

Dit artikel werd opgenomen in de zevende editie van de Goudse stemmen. Deze bundel werd als liber amicorum uitgegeven ter gelegenheid van het afscheid van ds. Wouter Klouwen van de Hervormde gemeente van Gouda op 22 september 2002
 

Doorzoek de pagina

Bezoekers

Artikelweergaven (hits) : 283089