• Decrease font size
  • Reset font size to default
  • Increase font size

Nieuws

20-08-2016: Link naar brief over ziekte

Tips!

Gebruik het email icoon voor een printervriendelijke versie!
Probeer ook eens de zoekmachine rechts bovenin! Ongetwijfeld bespaart dat veel moeite bij het zoeken.
Strijdt om in te gaan (luk. 13:24v) PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door G. Hette Abma   
donderdag 03 juli 2003 08:12

KERKDIENST

in de Oostpoort te Gouda op zondagmorgen 23 februari 2003

Tekst van de prediking:
Strijdt om in te gaan door de enge poort (Lucas  13: 24v)

Voorganger: ds. G. Hette Abma

Het correspondentieadres is:
Ds. G. H. Abma,
De la Reijlaan 39,
2806 DA Gouda
e-mail: Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken

ORDE VAN DIENST

 
Welkom
Zingen: Psalm 100: 1 en 2

Bemoediging en groet

Zingen: Psalm 100: 3 en 4

Wet des HEREN

Zingen: Gezang 304: 1, 2, 3 en 4 [EL]

Gebed om de opening van het Woord

Schriftlezing: Lucas 13: 22–30

Tekstlezing:  En iemand zei tot Jezus:

Here, zijn het weinigen, die behouden worden?

En Hij zei tot hem: Strijdt om in te gaan door

de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten

in te gaan, doch het niet kunnen (Lucas 13: 23–24)
Zingen: Psalm 118: 7 en 10

Verkondiging

Zingen: Gezang 409: 1, 2, 3 en 4 [ EL]

Dankgebed en voorbeden

Zingen Gezang 205: 4 en 5
Zegen

 
GEBED OM DE OPENING VAN HET WOORD

Grote en machtige HERE, liefdevolle Vader, verwonderingwekkend dat we steeds weer opnieuw zo maar bij elkaar kunnen komen. In het verlangen dat U door Uw Woord en Geest tot ons wilt spreken. We danken U, dat wij U onder de heilige ogen kunnen komen, want we hebben toch wel reden tot vrees en schaamte. Maar we danken U, dat U zich toch in liefde tot ons wendt. En dat U steeds weer opnieuw  wilt laten zien dat we altijd bij U terechtkunnen. Ja dat U ons juist heel in het bijzonder ertoe wilt aanmoedigen, omdat U zo oneindig goed bent. Geef dat we dat allen mogen ervaren, jong en oud.

Wij bidden in het bijzonder voor de kinderen die een deel van de dienst kunnen meemaken. En die ook op een wat andere manier – voor hen veel begrijpelijker – mogen horen wat U voor bedoeling heeft met ons. Hoe dat U door de loop der eeuwen Uw plan heeft gehad met Uw volk Israël, tot op de dag van vandaag, ook met het oog op Uw toekomst. En dat U ook met Uw gemeente wilt zijn. Zodat wij in het wondere geheim van Uw heil mogen delen. We bidden U, laat zo jong als we zijn dat voor ons duidelijk worden, zodat we er wat aan beleven. En dat we al van jongs af aan het verlangen hebben om U echt te kennen, zodat we U ook in heel onze manier van doen mogen dienen.

Wij bidden U, dat U ons wilt leiden door Uw Geest bij de verkondiging van Uw getuigenis. Laat ons open staan voor Uw Woord. Geef dat we erdoor  gestimuleerd worden om steeds weer opnieuw alles en nog wat los te laten. En geheel ons vertrouwen alleen te stellen op de Here Jezus Christus.

We danken U Vader dat we hier mogen zijn. We bidden U ook voor degenen die we vanmorgen op deze plaats niet ontmoeten. Die er even op uit getrokken zijn om wat tot rust te komen. Geef dat ook zij een moment mogen vinden om naar Uw Woord te luisteren. Hetzij met Uw gemeente die elders in de wereld bij elkaar komt, of ook misschien in de kleine kring van hun gezin.

We bidden U om Uw werk dat de wereld omspant te zegenen. Opdat wij moed en kracht mogen vatten, wetende dat ondanks alle ontwikkelingen – soms ook zorgwekkende ontwikkelingen – Uw plan gerealiseerd wordt. Dat U juist ook door de nood naar U toehaalt. Dat U alles gebruikt om ons nauwer met U te verbinden. En wij bidden U, wilt U ons ook stevig aangrijpen door de werking van Uw Geest? Zodat we in de volle overgave van het hart U mogen prijzen. Nu in de dienst en ook heel ons verdere leven. Laat het een loflied zijn ter ere van Uw grote Naam. Want U bent het waard om gediend, om geprezen te worden. Hoor ons om der wille van de Here Jezus die zit aan Uw rechterhand, onze enige Verlosser. Uit genade. Amen.
 
VERKONDIGING

Gemeente van onze Here Jezus Christus, opeens duikt er zo maar iemand op! En je merkt het direct: hij wil een vraag stellen aan de Here Jezus. ‘k Weet echt niet waarom dat hij ermee op de proppen komt. Maar hij vraagt aan Jezus: zijn het er ook weinigen die zalig worden? Misschien is het wel een dogmatische peuteraar. Iemand die precies wil weten hoe het allemaal in elkaar zit. Hoe de vork in de steel steekt. Ongetwijfeld is het iemand die heel diep over alle dingen nadenkt. En nu ziet hij zijn kans schoon om zijn vraag voor te leggen aan Jezus.

Het is geen onbelangrijke kwestie waar hij mee komt. Het raakt echt de kern van het Evangelie. Deze man beseft het goed: de Here Jezus wil perspectief geven aan ons leven. Hier en nu schenkt hij al aandacht aan de mensen. Hij weet Zich betrokken bij hun omstandigheden. Is er ziekte, dan geeft Hij telkens op een verrassende wijze uitkomst. Blinde mensen krijgen het gezichtsvermogen terug. Kreupelen worden op de been geholpen. En mensen die gebonden zitten in de greep van demonische machten en krachten, die komen op adem. Maar uiteindelijk geeft de Here Jezus vooruitzicht op die heerlijke toekomst van volkomen redding, vanuit alle nood en dood.

En nu is deze man niet een oppervlakkige persoon, die denkt: oh, dan zal het uiteindelijk allemaal wel op de poten terechtkomen. Dan hoeven we niet zo veel zorgen over de toekomst te maken. Nee,  hij beseft: het is een eeuwig wonder van Gods ontferming, wanneer ik in die glorieuze toekomst zal mogen delen. En wat is het fijn, gemeente, als we ons in die man herkennen!

Wanneer er gelegenheid gegeven wordt  - nadat iemand een lezing heeft gehouden en we hebben even een moment van pauze gehad -, om vragen af te vuren, dan zie je het soms gebeuren. Mensen draaien zich helemaal achterste voren om heel nieuwsgierig te kijken: wie is dat eigenlijk die daar het woord voert? En soms is dat met een zekere bevreemding op het gezicht. Men kijkt elkaar aan alsof men wil zeggen: wat idioot, wat een stomme vraag om daar nu mee te komen! Maar je ziet het ook wel dat mensen heftig knikken, alsof ze willen zeggen: ja dat is eigenlijk precies hetzelfde wat ik ook wilde vragen. Daarom geven ze een teken van herkenning. Al zullen er altijd ook mensen zijn die zeggen: nee, dat is helemaal verkeerd. Wie vraagt er nu zoiets? En die zitten een beetje met hun hoofd te schudden, alsof ze willen zeggen: nee dat kan mijn goedkeuring niet wegdragen. Zoiets zou ik nu nooit gevraagd hebben. Want ik ga er vanuit dat het uiteindelijk allemaal wel terecht zal komen.

Waarom zou iemand zo’n vraag aan de Here Jezus stellen? Het is nog een beetje pijnlijk ook.’t Is te vergelijken met de situatie dat iemand bij een dokter komt. En voordat er verteld wordt wat de problemen zijn, wordt de impertinente vraag gesteld: dokter zijn er ook weinig mensen die bij u genezing vinden? Hoe durft zo iemand het, denk je bij jezelf. Wat brutaal om zo’n vraag te stellen. Want daarmee beledig je zo’n arts toch. Is het dan ook niet een bewijs van minachting om te vragen aan Jezus: zijn het er uiteindelijk maar weinig mensen die in de verlossing zullen delen? Om zo de suggestie te geven: het sorteert toch niet zo veel effect wat U allemaal doet. Is het eigenlijk niet een hopeloze onderneming?

Toch stoot de Here Jezus Zich gelukkig niet aan deze naar het ons lijkt onbeschaamde manier van optreden. Hij is er kennelijk van overtuigd dat deze vraag bij veel meerdere mensen leeft. Daarom zegt Hij tot de vragensteller en tegelijk ook alle anderen: strijdt om in te gaan door dat nauwe poortje. Want er zijn velen die zullen het proberen en het lukt ze niet. Daarmee geeft de Here Jezus dus geen rechtstreeks antwoord. En dat getuigt van een grote wijsheid.

Had de Here Jezus gezegd: nee, man, dat zijn er - zoals je zelf al zegt - maar heel weinig, dan wordt er ongetwijfeld bij velen een gevoel van wanhoop wakker geroepen. Zal ik het uiteindelijk wel ooit redden door dat poortje binnen te komen? Zal ik straks in de verlossing van de Here Jezus mogen delen?

En als de Here Jezus aan de andere kant zou zeggen: o nee, dat valt zo mee, er zullen heel veel mensen zijn die van de redding mogen profiteren, dan werkt dat lichtvaardigheid in de hand. Dan denken ettelijke mensen: o dan hoef ik er niet zo veel moeite voor te doen. Dan zal alles uiteindelijk wel terechtkomen. Ook met mij, want ik ben echt niet minder dan al die anderen.


De Here Jezus geeft geen direct antwoord en laat Zich ook niet verleiden tot een wat vrijblijvende discussie. Zo in de trant van: als je het ziet in vergelijking met die grote massa mensen die er leven gedurende alle eeuwen, dan is het eigenlijk maar een heel klein clubje. Of dat de Here Jezus omgekeerd zegt: het lijkt bij die grote schare van vele miljoenen mensen een kleine groep, maar het is toch een ontelbare massa die in die toekomstige glorie zal mogen delen.

De Here Jezus verliest Zich dus niet in allerlei erg ingewikkelde of zwaarwichtige beschouwingen.  Maar Hij stelt voor de persoonlijke keuze: Strijd om door die nauwe poort naar binnen te gaan. Want er zijn een heleboel mensen die ondernemen wel een poging, maar ze redden het niet. ’t Is net echt alsof de Here Jezus die man beetpakt en een duw geeft en zegt: kijk dat nauwe poortje, probeer daar nu met alle macht doorheen te komen! Want er is geen tijd om je te verliezen aan allerlei deliberaties.

Als een huis in lichterlaaie staat, ga je toch niet met elkaar in zo’n woning confereren en zeggen: zullen er veel mensen gered worden of zullen het er maar een paar zijn? Zullen de meeste mensen straks jammerlijk omkomen in de vlammen? Nee, op zo’n moment ben je toch echt niet geïnteresseerd in statistische gegevens.

Het gaat er om dat je gered wordt. Zet alles op alles om door die nauwe poort naar binnen te gaan. Het mag ons opvallen dat de Here Jezus niet de nadruk legt op de genade van God. Dat Hij zo antwoordt: naar de mens gesproken is het onmogelijk om gered te worden.  Maar alles is mogelijk bij God, dankzij Zijn oneindige liefde en genade. Dat zegt de Here Jezus niet. Al was dit volstrekt in overeenstemming met het Evangelie geweest. Misschien hebben wij er onwillekeurig wel een beetje op gerekend, dat dit geluid zou doorklinken. En toch zegt de Here Jezus wat anders. Hij doet net alsof het allemaal van ons afhangt. De Here Jezus maakt Zich er geen zorg over uitgemaakt te worden voor een remonstrant avant la lettre. Voor mensen die dus denken: als ik er niet voor kies, als ik me er niet voor inzet, dan wordt het niks. Nee, de Here Jezus Christus is niet zo bang dat mensen op het verkeerde spoor terechtkomen. Hij wijst juist de goede weg. Terwijl Hij zijn oproep laat horen komen we ook in beweging. Dat is Zijn bedoeling. Alsof het van onze uiterste inspanning afhangt, dat wij ons aansluiten bij die grote massa. En dat we ons ook door dat nauwe poortje trachten heen te wringen. Want de Here Jezus wil mensen niet stijven in passiviteit. Zodat ze op een afstandje kijken en zeggen: zou dat nu wel lukken? ‘k Moet dat eerst nog eens even rustig bezien. Jezus wil niet, dat mensen laks worden en toekijken. Beslist niet! Zie zelf hoe heilzaam dat eenzijdige antwoord van onze Heiland is.

De Here Jezus drukt het op een heel mooie, beeldende manier uit. Je kunt er meteen een goede voorstelling van maken. Het is jammer dat de kinderen er op dit moment niet bij zijn, want die zouden het prachtig kunnen tekenen. Zo heel lastig is die opgave niet. Het gaat om zo’n heel oud kasteel met forse hoektorens. We kunnen het ons allemaal prima voorstellen: een burcht met heel dikke, hoge muren met zo heel af en toe een kleine spleet, waar je doorheen kunt kijken. En de toegangspoort is opmerkelijk klein. Het is maar een piepklein poortje dat open staat. Vreemd zo’n reusachtig kasteel kan een enorme massa mensen bevatten, maar toch heeft het maar een opvallend kleine toegangspoort. En als je daardoor naar binnen gaat, dan kijk je werkelijk je ogen uit. Want dan kom je een zaal binnen, een ridderzaal is er nog niks bij vergeleken. Een gigantisch grote ruimte is het. Er staan allemaal tafels met banken waarop ze kunnen aanliggen. Helemaal zoals dat vroeger was. Om te kunnen eten  leunden ze met de elleboog op de tafel. Onmiddellijk zien we aan het hoofdeinde van de lange tafel: Abraham en Izak en Jacob. En als je vervolgens langs de rijen kijkt, dan zie je ook allemaal profeten. Niet alleen Jesaja, maar ook Jeremia, Ezechiël en Daniël. Allen hebben ze een plekje gekregen aan de tafel. En er schuiven er nog steeds weer anderen bij aan. Die zijn die gigantisch grote zaal van de vesting binnengekomen door dat nauwe toegangspoortje

Nu kijken we toch nog even buiten op het plein voor het kasteel. Er staan allemaal mensen te redeneren. En op een afstand kun je al zien waar ze het over hebben. Want er staat één man met een grote mond en tegelijk gesticuleert hij heel druk. Hij wijst in de richting van dat kleine poortje. We horen hem krijsen: houdt er toch over op. Wat is dat nu voor een dwaasheid. Moet je eens zien wat een groot gebouw dat is en dan met zo’n stom klein poortje. Dat is toch niks, belachelijk gewoon. Onverstandig om het zo te bouwen. Daar had immers een veel bredere entree moeten zijn.

Maar weten we eigenlijk wel waarom dat toegangspoortje zo heel klein is? Op die manier wil de Here Jezus ons duidelijk maken dat het veel moeite kost om binnen te komen. We zullen ons tot het alleruiterste moeten inspannen. Het vergt ontzettend veel van ieder om binnen te komen. Je moet namelijk heel klein worden. Je moet een erg diep bukken om door dat smalle lage poortje binnen te komen. Bovendien moet je een heleboel achterlaten van je kostbare spullen, waar je vaak bijzonder aan gehecht bent

Je komt daar bij het kasteel aan en je denkt: ik wil toch wel het één en ander mee naar binnen nemen. Misschien wat mooie kleren en andere dure dingen. U weet zelf hoe dat is wanneer je op reis gaat. Je stopt je koffer helemaal vol. En het gaat in dit geval om een heel belangrijke reis, want de bestemming is je eeuwige toekomst. En wat neem je mee? Nou een heleboel. Want ja, dat wil je echt niet  missen en daar doe je niet graag afstand van. En daar worden ook heel zorgvuldig – als de rits is open gedaan – in dat smalle vak allemaal papieren gedaan. Het zijn getuigschriften met daarop vermeld de lofwaardige prestaties die we geleverd hebben. Fantastisch wat we in de loop der tijd niet hebben gedaan. Je staat er zelf perplex van. Niet te vergeten worden er ook alle diploma’s bij gedaan. Ongetwijfeld van belang als het nodig is duidelijk te maken wat we allemaal hebben gepresteerd. En op welke kwaliteiten we ons kunnen laten voorstaan.

Als je echter bij die poort komt, kun je al die zaken onmogelijk meenemen. Je zult zelfs die mooie jas waar je zo graag mee pronkt, nog uit moeten doen. En dan gaat het net. Als je zo heel klein wordt en alles achterlaat, dan kun je binnenkomen. Je moet alles loslaten  waar we zo verzot op zijn en waar we zo moeilijk afscheid van kunnen nemen. Ook onze hoogmoed, onze zelfingenomenheid. Want ja, het is zo vernederend. Je paradeert graag een beetje branieachtig: kijk, hier kom ik aanlopen. En opeens moet je jezelf helemaal in elkaar proppen om je als het ware door dat poortje heen te wurmen. Dat wil zeggen: dat we eigenlijk alles van onszelf verliezen. Dat we - zoals het wel uitgedrukt wordt - met onszelf eraan gaan. En dan geeft de Here Jezus ons het nieuwe leven. Heerlijk is het om dat te ervaren. Je hoort de mensen zingen, terwijl ze hun voetstappen zetten op de drempel van dat kleine poortje. En zo komen ze die feestelijke ruimte binnen.

Valt het u niet op dat de Here Jezus niet gaat uitwijden over dat poortje? ‘k Heb er eigenlijk al te veel over gezegd. Want de Here Jezus is bang dat we ons verliezen in allerlei beschouwingen. Dat is altijd weer een enorm gevaar. Toen was dat al het geval en dat is ook op de dag van vandaag. Daarom dwingt de Here Jezus ons tot de keuze. Daar moet het toch echt toe komen. Kijk je kunt heel vaak naar de kerk toe gaan en proberen het zoveel mogelijk in je op te nemen wat er gezegd wordt en toch gewoon verder gaan met je eigen leventje. Maar het komt aan op die besliste keuze. Of we er nu van jongs af aan mee opgevoed zijn – misschien wel op een heel dwangmatige manier ermee geconfronteerd – of dat we er tot onze verrassing opeens bij betrokken geraakt zijn, doordat we op een alpha-cursus verzeild raakten. Het doet er niet toe. Het gaat er om dat we allemaal weten: het komt op die besliste keuze aan! We moeten ons werkelijk ervoor inspannen om door dat poortje binnen te gaan!

En wie verlangt er eigenlijk niet naar om die poort binnen te gaan? Wel diegenen die het hebben afgeleerd om eindeloos te redeneren: waarom is het zo’n smal poortje? Zullen er maar weinig mensen zijn die daardoor binnenkomen? De vraag van die man is velen uit het hart gegrepen. Maar wat is het een bevrijding als je niet langer zit te dimmen en dammen. Wie naar binnen gaat, zal zijn ogen uitkijken: hoeveel mensen zitten daar! Nog steeds schikken anderen aan. Ze krijgen allemaal een plekje. Tot het moment dat opeens Degene die helemaal aan het hoofdeinde zit van zo’n mooie hoge stoel opstaat. Dat is de Gastheer. Met genoegen heeft Hij gekeken dat de mensen allemaal een plek konden vinden. Het leek er even op dat er plaatsen open zouden blijven. Maar je ziet het steeds voller worden. En dan, nadat er een kort moment niemand meer is binnengekomen,  staat de Heer des huizes op. Want Hij denkt: Ik heb nu lang genoeg gewacht. ’t Is ondertussen erg laat geworden. In het holst van de nacht zal er geen van Mijn kinderen meer thuiskomen. Zo’n belediging zullen ze Mij niet willen aandoen. Ze durven toch niet te laat op het feest aan te komen? Daarom loopt Hij door die grote zaal in de richting van dat poortje. En dan doet Hij het dicht. Er was niemand meer in aantocht en daarom schuift Hij die zware grendels heel behoedzaam voor de toegangsdeur. Al Zijn kinderen zijn toch thuis? Wie er nu nog komt, behoort kennelijk niet tot Zijn kinderen. De poort heeft lang genoeg opengestaan. Wie wilde die kon komen.

Maar dan opeens hoort Hij gestommel aan de andere kant. Mensen die zitten te frunniken aan de krik van de toegangspoort. Ze proberen die open te krijgen. En beginnen te bonzen op de deur. En ze roepen: Here doe ons open! Op dat moment klinkt het onthutsend antwoord: wie bent u eigenlijk? Waar komt u vandaan? En ze proberen in herinnering te roepen, in Uw aanwezigheid hebben we gegeten en gedronken. En we hebben zo heel dikwijls naar U geluisterd. Aan Uw zeer aansprekende preken hebben we altijd zoveel gehad. We luisterden zo graag naar U. En wat hebben we ervan genoten, wanneer we met U aan de Avondmaalstafel zaten. En opnieuw klinkt het:  Ik zei het jullie al, Ik ken jullie niet. Maak dat jullie wegkomen, werkers van ongerechtigheid. En ze worden naar de voor hen bestemde plaats verwezen. Waar een akelig gehuil gehoord wordt. En waar mensen gruwelijk met hun tanden knarsen. En dan zegt Jezus: en ze zullen door zo’n kleine spleet heen kunnen kijken in die zaal vol met licht en feestelijke vreugde, waar Abraham, Izak en Jacob hun plaats hebben ingenomen. En daar zitten ook velen die gekomen zijn uit het Oosten en het Westen, het Noorden en het Zuiden. En jullie zullen buiten geworpen zijn. Buiten geworpen? Alsof de Here Jezus wil zeggen: eigenlijk hoorden jullie er helemaal bij. Jullie hadden zomaar je gereserveerde plaats kunnen innemen en nu worden jullie er toch uitgezet. Jullie hebben fantastische voorrechten genoten, maar jullie hebben het niet gewaardeerd. En nu moeten jullie dit met groot verdriet vaststellen. Tranen biggelen over jullie wangen. En er wordt ook op een akelige manier geknarst met de tanden. Dat is een teken van wroeging, dat jullie niet echt gehoor hebben gegeven aan Mijn oproep.

En dan komt de Here Jezus als Hij dit verhaal zo beeldend vertelt, toch nog weer op die vraag terug: of het er weinigen zijn die straks zullen delen in het heil? Even lijkt het daarop. Want die mensen die buiten staan hebben hun plekje niet kunnen innemen. Maar de Here Jezus laat weten dat er geen lege plaatsen aan tafel zullen zijn. Toen bleek dat er mensen waren die verstek lieten gaan, zijn anderen genodigd uit het Oosten en het Westen, het Noorden en het Zuiden. En die nemen de plaats in van degenen die zich misschien wel hebben laten voorstaan op het feit dat zij waren uitverkoren. Dat zij in de voorrechten van Gods verbond mochten delen. En zij werden toch buiten geworpen.  In hun plaats komen arme sloebers die zo van de straat zijn geplukt. Van die psychiatrische patiënten, die nog wat voedsel uit de vuilnisbak moeten graaien, die mogen ook in die feestelijke vreugde delen. En het maakt helemaal niks uit of je met de Here Jezus ooit een maaltijd hebt genuttigd, of je zo met groot genoegen hebt geluisterd naar wat Hij allemaal in zij preken vertelde. Het komt er alleen op aan dat we leerden vertrouwen op Hem, Die erop aandringt door die nauwe poort naar binnen te gaan. Uit genade, alleen uit ontferming van God is de entree door die nauwe poort. En dat is de Here Jezus Christus.

Het is verrassend te zien, dat mensen die achteraan stonden als eersten binnenkomen. Schokkend echter te bemerken dat degenen van wie je dacht dat ze wel voor aan hun plek in de rij zouden innemen,  opeens helemaal achteraan blijken te staan. Dat is nu de goddelijke revolutie: de rollen worden radicaal omgekeerd. Als je die feestzaal binnenkomt word je door een grote verwondering aangegrepen. Je ziet mensen van wie je nooit had verwacht, die daar nog te zullen ontmoeten. En toch zijn ze er. Is dat niet een enorme troost als je  denkt, dat je wellicht niet in die toekomstige heerlijkheid van God zult mogen delen? En je het je vertwijfeld afvraagt, zal ik wel ooit  gered worden? Word ik zalig? Bemoedigend om te weten, die je er nooit verwacht had, die zijn er. Maar je mist er ook  van wie je stellig had gedacht, dat ze een heel prachtige plek zouden krijgen aan die feestelijke tafel.

Dit alles heeft de Here Jezus verteld, opdat we ons heel klein voelen, zo klein dat we door dat poortje heen kunnen komen. Er is alle reden ons te verootmoedigen, omdat we met zoveel anderen hebben zitten redeneren. Ook met die vragensteller, van wie we ons misschien nu  wel afvragen: zou die man wel in die feestzaal zijn binnen gekomen? Is hij nog net op tijd binnen geweest? Op die vraag krijgen we geen antwoord. Opnieuw zegt de Here Jezus tot ons: zet alles op alles om door die nauwe poort naar binnen te gaan. Bemoei je nu even niet met de anderen. Laten we daarom ophouden om te zitten cijferen, maar laten we ons beijveren om door die poort binnen te gaan.

Zo wil de Here Jezus ons als het ware – terwijl we in zo’n ijle lucht van allerlei beschouwingen en redenaties ons bevinden – aan beide voeten naar beneden trekken. Zodat we langs de weg van de verlossing zouden wandelen naar die toegangspoort van Zijn Koninkrijk. Het is echt allemaal niet zo ingewikkeld. U vraagt: Waar gaat het dan om? Gewoon doen wat de Here Jezus van ons vraagt. Gehoorzamen aan Zijn Woord. Strijdt om in te gaan om binnen te gaan door dat nauwe poortje.

En hoe komt dat nu, dat er toch mensen staan te kloppen op die poort en die niet binnen kunnen komen? Moeten we nu aannemen dat wanneer we de lijsten van de genodigden pakken hun naam er niet op vermeld staat? Of dat ze misschien wel een uitnodiging hadden ontvangen, maar dat er toch eigenlijk niet op hen gerekend werd. Dat ze niet uitverkoren waren. Nee, de Gastheer zegt niet: Sorry, u kunt er niet in want u staat niet op de gastenlijst. We hoorden het, dat de Gastheer roept: ga weg, ruk in werkers van de ongerechtigheid. Mensen die de ongerechtigheid aan de hand hebben gehouden. Het zijn dus niet slachtoffers van een onvermijdelijk noodlot dat hen trof. Maar het is vanwege hun eigen zonden. Met name de zonde van de ongehoorzaamheid. Dat is het allerergste: het ongeloof in de Here Jezus. Het niet ingaan op wat Hij zo heel direct en indringend ons zegt, dat is de ergste zonde die je kunt bedenken. Al die andere zondige praktijken zijn natuurlijk afschuwelijk, van moord en doodslag, van overspel en diefstal. Verschrikkelijk, het één nog erger dan het ander. Maar het allerergste is, als we niet geloven in de Here Jezus Christus. Dat is de grootste ongerechtigheid die je kunt bedenken. Als we met al onze zonden niet de toevlucht hebben genomen tot onze enige Redder om vrede te vinden bij Hem. De Here Jezus heeft immers  de poort  geopend, zodat wij uit volle borst zouden zingen: ik zie een poort wijd open staan!

We hoeven die toegangspoort niet eigenhandig te openen. Misschien denkt u: als ik daar aankom en ik sta voor dat poortje, hoe moet dat poortje dan open? Nee dat poortje blijft open staan. ’t Is echt een soort kerkpoortje. Dat is toch het beeld wat je mag hebben van een kerkdeur. Als we geroepen worden omdat het kerktijd is, dan staat de deur open. Zo is de deur van het Koninkrijk van God nog altijd geopend. En als u het niet gelooft, kijk dan op Golgotha. Daar laat Jezus het ons zien. De poort staat wijd open, daar hoeven we niet over te discussiëren. Zonder enig oponthoud wil Hij ons de verlossing schenken. Laat alstublieft geen kostbare tijd verloren gaan. Het kan ook een keer te laat zijn. Dan is de poort wel gesloten. En daarom, strijdt om in te gaan. Zet alles op alles om door dat nauwe poortje naar binnen te gaan. Want dat nauwe poortje staat wijd open. Amen.

 

DANKGEBED EN VOORBEDEN

Grote en liefdevolle Vader in de hemel, we willen U danken, dat U ook vandaag ons nog weer een keer nadrukkelijk voor de besliste keuze hebt willen stellen. Wat is het een voorrecht als we echt weten, dat we die keuze eens en voor goed gemaakt hebben. Maar we hebben alle reden U ervoor te danken, dat U er steeds weer op terugkomt, zodat we toch werkelijk door die nauwe poort naar binnen gaan. Want HERE, alleen wanneer we alles er aan geven ook van  alles wat ons soms zo ontzettend lief is en waar we zo aan verknocht zijn, is er eeuwige redding verzekerd. U liet het ons vandaag opnieuw weten, dat we uiteindelijk alleen dankzij Jezus Christus mogen ingaan in het Rijk van Uw eeuwige vreugde. Ook nu reeds wilt u ons al iets van die onuitsprekelijke blijdschap laten proeven. Het is ons echter niet goed mogelijk een voorstelling ervan te maken. Wat zal dat een machtig gezicht zijn: als in die zaal van louter licht en vreugde de aartsvaders en de profeten van Israël zitten! Temidden van allen die ons zijn voorgegaan, zijn er ook de arme sloebers die van hot en her gekomen zijn om gehoor te geven aan Uw oproep door die nauwe poort naar binnen te gaan om te delen in die feestelijke vreugde. Wat een eeuwig wonder, HERE, als we daar zelf ook bij present mogen zijn. Zo’n heerlijk vooruitzicht geeft moed en kracht, juist ook als we met allerlei nare beproevingen te maken krijgen.

Geef dat we het niet op de lange baan blijven schuiven, wanneer we nog niet echt gehoor hebben gegeven aan de oproep van de Here Jezus. Het zou zo roekeloos zijn als we denken: o dat komt later nog wel. We mogen toch nu reeds door Uw genade weten dat we door die poort te zijn binnengetreden. En dat hoe lang het nog duurt, eer we zullen sterven, of hoe snel het al het geval zal zijn, dat we dan vast en zeker zullen mogen delen in die hemelse vreugde, die eens op de vernieuwde aarde ten volle werkelijkheid zal zijn. U heeft ons toch de machtige garantie gegeven, dat het rijk van vrede en gerechtigheid, het rijk van Uw eeuwige vreugde eens zal worden opgericht.

Liefdevolle Vader in de hemel, zegen zo het werk dat in Uw Naam gebeurt. Laat her en der waar Uw gemeente bijeenkomt, het Woord gehoord mogen worden. Dat er bemoediging uit ontvangen mag worden en waar het nodig is ook de waarschuwing. Zodat velen zich zullen haasten om der wille van hun eeuwig behoud. Dat ze uw verlossing niet op het spel zullen zetten door zich te verliezen in allerlei beschouwingen.

Trouwe en liefdevolle Vader geef dat er mensen mogen zijn die zich getrokken voelen tot Uw dienst en die fulltime daarin bezig willen zijn. En laat het ook voor ons ieder een vreugde zijn het werk in Uw Naam te doen. Ook hier in onze gemeente. We bidden of het werk van de Dienaren van het Woord mag gebeuren met volle kracht, tezamen met zo vele ambtsdragers in de verantwoordelijkheid voor de pastorale zorg, diaconaal dienstbetoon op diverse terreinen. We willen U er ootmoedig voor danken dat het alles gebeurt onder de bezielende leiding van de HeiHeilige Geest. Laat het een aanstekelijke werking hebben, zodat steeds meer mensen werkelijk aandacht zullen schenken aan anderen en hen hun liefde willen bewijzen. Aangeraakt als ze zijn door Uw Geest.


We bidden voor hen die verantwoordelijkheid dragen voor de zaken van de kerkvoogdij. We danken u dat we onze gaven ook daarvoor mogen afzonderen, zodat dit werk goede voortgang kan vinden. Geef dat we niet karig zullen zijn. Het is triest als wij U onthouden waar U eigenlijk recht op hebt. Laat daarom de knip van onze beurs los gaan, zodat we bijdragen naar vermogen.

We willen voorbeden doen voor allen die met ziekte te kampen hebben: wilt u genezing schenken? Hartelijk zeggen we U dank voor de uitkomsten die gegeven werden. U bent de Hoorder der gebeden.

Gebed voor hen die een gevoelig verlies moeten verwerken: Wilt Gij Uw goddelijke vertroosting geven? De bemoediging om toch verder te kunnen gaan, in de wetenschap dat U wat beters hebt voorbereid, zodat onze geliefden in die vreugde van Uw heil te mogen delen.

We bidden U voor allen die hulp verlenen aan jongeren. We danken U HERE dat U hen de liefde hebt gegeven voor de kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd. Laten zij dat werk mogen doen in een hartelijk vertrouwen op Uw ondersteuning.

We bidden U voor de zendingswerkers, die met de volle inzet van hun krachten bezig mogen zijn. Wij vragen of ze zich daar gedragen mogen weten door de kracht van de Heilige Geest.

Goede en trouwe Vader wij danken U dat we hier in vrede bijeen konden komen. We denken aan zo velen die verdrukt en vervolgd worden. Geef moed en kracht aan hen die in angst en spanning leven. HERE u leidt toch alle dingen. Bewaar HERE voor het uitbreken van geweld als dat mogelijk is. We weten dat bij de nadering van Uw toekomst er oorlogen zullen zijn en ook geruchten  van oorlogen. Er zal een gruwelijke strijd geleverd worden.  Laat de hoop levend blijven op de uiteindelijke verlossing. Eens zal het feestmaal der volkeren staan aangericht. Wat een geweldig vooruitzicht tezamen met Abraham, Izak en Jacob en met het volk van Uw verbond te delen in de heerlijkheid van de Messias van Israël.

Hoor ons, HERE, als we er nu nog aan mogen toevoegen die dingen waar we zo intens dankbaar voor kunnen zijn. Of waar we toch zoveel moeite en verdriet over hebben. We grijpen de gelegenheid aan om het in stilte aan U voor te leggen (gebed in stilte).

Hoort u ons, om der wille van de Here Jezus, Die het ons geleerd heeft om te bidden:  Onze Vader…

 

                                                                                                      Amen

 

 

Doorzoek de pagina

Bezoekers

Artikelweergaven (hits) : 283094