• Decrease font size
  • Reset font size to default
  • Increase font size

Nieuws

20-08-2016: Link naar brief over ziekte

Tips!

Gebruik het email icoon voor een printervriendelijke versie!
Probeer ook eens de zoekmachine rechts bovenin! Ongetwijfeld bespaart dat veel moeite bij het zoeken.
Zijn chiliasten geen fantasten? PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door G. Hette Abma   
vrijdag 18 juli 2003 08:23
ZIJN CHILIASTEN GEEN FANTASTEN?

 

Niemand zou ik het advies willen geven op z'n visite-kaartje te vermel­den, dat hij chiliast is. Wie zich op een dergelijke manier presenteert, moet namelijk rekening houden met minder plezierige reakties. Vele kerkgangers weten misschien ternauwernood te vertellen, dat met het chiliasme de leer van het duizendjarig rijk wordt aangeduid. Toch zijn ze er stellig van overtuigd, dat de aanhangers van die dwaling wel ernstig in de gaten gehouden moeten worden. Terwijl de vermeende dwaalgees­ten meer dan een doorsnee gelovige de aarde trouw blijven, wordt toch juist hen het verwijt gemaakt zweverig te zijn. In dit artikel willen we nagaan of chiliasten werkelijk zulke fan­tasten zijn, waar ze meestal voor uitgemaakt worden.

 

We moeten op onze hoede zijn voor nodeloze polarisatie. Er kan opeens verschil van opvatting blijken te bestaan betreffende de verwach­ting van de toekomst. Maar dan is het nog niet nodig om ons om die reden direkt heel fel tegen elkaar af te zetten. Wanneer we ons samen verbonden weten met de Here Jezus als onze Heiland, mogen we niet van elkaar laten vervreemden vanwege diversi­teit van inzicht. Het zou afschuwelijk zijn als we vijandig tegenover elkaar kwamen te staan, terwijl we broeders en zusters van elkaar zijn dankzij de verlossing door het kruis en de opstanding van Jezus Christus. Het getuigt van wijsheid, als we ons in het beantwoorden van de vragen betreffende de toekomst van de Here wat meer be­scheiden­ zouden opstel­len. Laten we elkaar niet meteen verketteren.

 

Wat is het chiliasme eigenlijk?

 

Om te beginnen zullen we goed dienen te weten waar we het precies over hebben. De direkte oorsprong van de voorstelling van het chili­asme moeten we zoeken in het twintigste hoofdstuk van de Openba­ring van de Here Jezus aan Johannes op Patmos. Het gaat dus om een gedeelte uit Gods Woord, dat ieder gelovige aanvaardt. Wie trouw wil zijn aan de bijbel­se boodschap, die gelooft der­halve aan een duizendjarig rijk. Wie zou glashard willen ontkennen wat Johannes ons daar beschrijft? Hij deelt ons mee, dat de satan gedurende dui­zend jaar gebonden zal zijn. Gedurende die periode zal Christus zijn gezegende bestuur over de aarde uitoefenen. De problemen rijzen echter, wanneer wordt aangegeven wat we ons er exact bij mogen voor­stellen. De één vat het heel realistisch op en de ander meent dat het allemaal meer symbolisch verstaan dient te worden. Daarmee hangt direkt ook samen de vraag wanneer we die regering van Christus is. Gaat dat over een reeds achter ons liggende fase uit de geschiedenis? Of leven we er op dit moment midden in? Of moet het nog komen? En dan neemt de één weer aan dat het gaat om een periode van vrede vóór het aanbreken van de eeuwige heerlijk­heid. Terwijl de gedachten van de ander uitgaan naar het bestuur van de Here Jezus over de nieuwe aarde, waarop dan eindelijk gerech­tigheid zal zijn.

 

In de eerste drie eeuwen van de geschiedenis van de christelijke kerk hield men er onvervalst chiliastische opvattingen op na. Men zag er met verlangen naar uit, dat bij de komst van de Messias het duizendjarig rijk zou aanbreken. Sinds Augustinus zijn uitleg gaf aan hetgeen Johannes beschrijft in het genoemde hoofdstuk van de Openbaring, veranderde alles radikaal in de kerk. Het duizend­jarige rijk was reeds aangebroken. Ieder die meende hier toch toekomstmuziek te beluisteren, die kwam in de sektarische hoek terecht. Men bestreedt de chiliastische gedachte. Na de wrede vervolging van de christenen was immers een periode van rust en glorie gekomen. De kerk verkeerde sinds keizer Constantijn in een zeer begunstigde positie. Niemand kon toch meer loochenen, dat het Godsrijk zich had baan gebroken.

 

Tussen de eerste en tweede komst

 

Het lijkt me raadzaam om de verschillende opties nog eens wat kritisch te bezien. Allereerst schenken we dan onze aan­dacht aan de gedachte van een duizendjarig rijk - heel globaal genomen - tussen de opstanding van de Here Jezus én zijn weder­komst om te oordelen de levenden en de doden. Dat is dus de vrij algemeen gehuldigde opvatting sinds Augustinus. Hoe iemand de opvattingen van deze grote kerkvader taxeert, hangt er ten nauwste mee samen hoe hij het corpus christianum (de gekerstende samenleving) waardeert. Is de totale omwen­ding van ver­drukte min­derheid tot begunstigde gemeenschap voor de kerk wel echt zo positief te duiden? Bracht die hele ontwikkeling niet juist een enorme verwereld­lijking met zich mee? Vanuit de Schrift moeten bovendien kritische kanttekeningen bij die voorstelling gemaakt worden. Heeft Johannes het namelijk niet over een totale binding van de satan? De indruk wordt immers gewekt, dat de grote tegenstander van God dan iedere mogelijkheid tot handelen is beno­men? We lezen in Openbaring 20, dat de duivel in de afgrond gewor­pen is. Wanneer men de traditionele opvatting huldigt, wijst men er graag op hoe het evangelie in de wijde wereld kon worden verkondigd.  Maar leert de geschiedenis gedurende de christelijke jaartelling ons niet hoe de satan steeds de volkeren heeft ver­leid om de gelovigen te vervolgen? Het blijft tenslotte ook opmerkelijk, dat men aan de ene kant denkt thans te leven in het duizendjarig rijk en aan de andere kant ook waarschuwt tegen de listige omleidingen van de vorst der duisternis. Hij gaat rond als een briesende leeuw, terwijl hij zoekt wie hij zou kunnen verslin­den (1 Petrus 5:8). De christenen worden met de woorden van de apostel Paulus aangemoedigd om de geestelijke wapenrusting aan te trekken ten einde de boze machten van de satan te kunnen weerstaan (Efeze 6:12). Bij een dergelijke uitleg van de Schrift blijkt willekeur een rol te spelen.  Wanneer het duizendjarig rijk werkelijk was aangebroken, zouden dergelijke waarschuwingen achterwege kunnen blijven. De satan is dan gebonden en heeft geen bewegingsvrijheid om iemand kwaad te doen.

 

Het slaat op de eeuwige volkomenheid

 

Anderen projecteren het duizendjarig rijk in de tijd, die volgt op de jongste dag. Dan slaan alle profetiëen betreffende vrede en gerechtigheid op de situatie in de voleinding. Toch is het onjuist om het vrede­rijk in de eeuwigheid te verplaatsen. Twee argumenten wil ik daarvoor noemen. Volgens de apostel Paulus komt er op een bepaald moment een einde aan de regering van Christus. Wanneer Hij alle heer­schappij en alle macht en kracht teniet gedaan zal hebben, geeft Hij het koning­schap aan de Vader over. Al zijn vijanden moet Hij namelijk onder zijn voeten leggen. De laatste vijand die teniet gedaan wordt, is de dood. Dan treedt de eeuwige toestand in: Er zal niet langer meer een speciaal bestuur van Jezus zijn, maar God is alles en in allen (1 Korinthe 15:24-28). Ik wil echter nog wijzen op een ander wezenlijk punt. Johannes deelt ons ook mee, dat na de periode van duizend jaar de satan weer voor een kort moment zal worden losgelaten. Hij krijgt voor zijn defini­tieve ondergang nog even de gelegen­heid om zijn vernieti­gende slag te slaan (Openbaring 20:7). Het laat zich toch moeilijk denken, dat zo iets na de voleinding zal plaats vinden. Dan kan de eeuwige toe­stand moei­lijk volmaakt genoemd worden!

 

Het staat ons nog te wachten

 

Wanneer we de boodschap van de Schrift voluit ernstig nemen pleit er veel voor om aan te nemen, dat er een duizendjarig rijk zal zijn na de wederkomst van Christus en vóór de voleinding. Ten diepste gaat het er namelijk om of op de aarde - waar sinds het debâcle in het paradijs zo onnoemlijk geleden is - ook nog eens vrede zal zijn en gerechtigheid geoefend worden gedurende de glorierijke heerschappij van de Messias. Het trieste hoogtepunt van het lijden zien we op Golgotha. Boven Jezus stond in diverse talen te lezen: de Koning der Joden. Het was als spot bedoeld. Uit de opgeroepen ergernis blijkt dit zijn uitwerking niet gemist te hebben. Pilatus wilde desgevraagd geen wijziging aanbrengen. Het stond nu eenmaal zo geschreven. Maar het zal ook eens zo geschieden. Dan zal blijken hoe de Gekruisigde de van Israëls God gegeven Koning is.

 

Bij de vragen rond het chiliasme gaat het vooral om de visie op het koningschap van Jezus op aarde. Helaas wordt zijn regering meestal vergeestelijkt. Het verdient aanbeveling om het eens te beproeven de teksten niet langer symbo­lisch op te vatten, maar heel realistisch te nemen. Dan zullen we de toekomstmuziek erin horen. Het gehele gebeuren van de geschiedenis vindt zijn bekroning binnen de historie. Naar de eeuwenoude beloften zal de Verlosser immers eens zijn rechtvaardige bestuur over de wereld uitoefenen. We moeten dit niet alleen betrekken op zijn regering vanuit de hemel. Het blijft namelijk niet bij de besturing op afstand. De bijbelschrijvers hebben er zwaarwegende motieven voor, wanneer ze telkens de komst van de Messias aanduiden als de parousia. Zij willen daarmee zeggen: Ook al oefent de Here Jezus nu reeds zijn koninklijke heerschappij uit, toch zal op dat moment zijn macht en majesteit eerst in volle glorie openbaar komen. Eindelijk vindt Hij dan bij zijn verschijning op de dag van zijn wederkomst op aarde de erkenning, die Hem toekomt. Een specifieke plaats nemen de martelaren in. Zij staan op uit de doden en mogen met de Messias gedurende duizend jaar regeren. Wanneer we recht doen aan hetgeen Johannes in het be­faamde twintigste hoofdstuk van de Openbaring zegt, mogen we deze verwachting van de toekomst koesteren.

 

God doet zijn profetisch woord gestand

 

De critici van het chiliasme vragen zich af: Wordt er niet teveel aan één gedeelte van de bijbel opgehangen? Wie zich echter op een derge­lijke manier tegen iedere chiliastisch getinte visie afzet, moet bedenken dat dan belangrijke gedeelten uit de geloofsleer geschrapt moeten worden. Diverse voorbeelden zouden daarvan te geven zijn. Ik beperk me tot het geven van één illustratie. Iemand tekent er verzet tegen aan, dat er een sterk aksent op de bevinding gelegd wordt. Slechts één keer wordt daar door Paulus over geschreven (Romeinen 5:4). Is dat niet een wat zwakke basis om een hele spirituele theologie op te bouwen? Wie evenwel de ervaring van de Geest opdeed, die zal direkt verkla­ren: het woord mag dan wel alleen in die ene tekst voorkomen, de zaak is overal in de bijbel aan de orde. Op die manier kunnen we ook over de chiliastische voorstelling spreken. Maar dan moet je er wel erg in gekregen hebben. Ten diepste gaat het erom hoe we de Schrift lezen.

 

De verwachting van het duizendjarige rijk mag bij nader inzien geheel in overeenstemming blijken te zijn met het getuigenis van de oudtestamentische profeten. Petrus heeft zijn volksgenoten met het oog op de periode van verkwikking opgeroepen tot bekering. Straks komt Jezus terug, zei hij. Tot het moment van het herstel van alle dingen moest Hij in de hemel opgenomen worden. Over die heerlijke toekomst heeft God volgens de apostel gesproken door de mond van al zijn heilige profeten (Handelingen 3:19-21). Het mag duidelijk zijn, dat we hier onmogelijk kunnen denken aan de volmaakte situatie na de voleinding van de geschiedenis. Petrus doelde kennelijk op de toekomstige regering van de Messias in het rijk van vrede en gerechtigheid.

 

De verwachting voor Israël


 

Bij de verschillende getuigenissen van de profeten blijkt een specifieke plaats aan het Joodse volk te zijn toegewezen. Het is toch ongehoord om de vele profetieën betreffende het herstel van Israël direkt allemaal te vergeestelijken. Het is merkwaardig met welk gemak men nog steeds denkt aan een letterlijke vervulling van de oorde­len over het volk van God en tegelijk de zegenrijke beloften betrekt op de kerk als het geestelijk Israël. We hebben hier beslist niet met onschuldige dingen te maken. Met de voor­stelling van een kerk die in de plaats van Israël gekomen is, wordt de basis gelegd voor de antisemitische oplos­sing van het zogenaamde Joodse vraagstuk.

 

De methode van de vergeestelijking van de bijbelse boodschap is minder spiritueel, dan men op het eerste zicht zou denken. Geen mens behoeft eraan te twijfelen, dat er op die manier de nodige stoffering voor een heel stichtelijke preek gevonden kan worden. Toch wordt met de allegorese nog geen verantwoorde exegese van de tekst geleverd. Wanner de profeten spreken over de vrede onder de volken, hebben ze het niet over de vrede in het hart van de gelovigen of ook in de hemelse gelukzaligheid. Ze doel­den dan onmiskenbaar op de regering in het duizendjarige rijk, waarover Johannes op Patmos profetisch heeft gesproken.

 

Je behoeft er maar een aantal verklaringen van de oudtestamenti­sche profetieën op na te lezen om te bemerken in welke vreemde bochten men zich wringt, wanneer men te kennen geeft dat alles symbolisch verstaan moet worden. wat een heerlijk oecumenisch perspektief wordt er bijvoorbeeld door Jesaja (2:1-5) ontsloten: Het ene volk zal het geestelijke zwaard niet tegen het andere volk opheffen. De kerkelijke zwaarden en spiesen zullen omgesmeed worden tot spaden en sikkelen. Wie vindt dat bij een dergelijke uitleg toch wel willekeur in het spel is, die moet zich dan maar niet wagen aan een dergelijke vergeestelij­king.

 

Krachtige afwijzing

 

Ongetwijfeld verdient het aanbeveling na te gaan, waarom men zich in de loop der eeuwen zo krachtig tegen de chiliastisch gekleurde opvattin­gen gekeerd heeft. Ik probeer om een begin te maken enkele mogelijke redenen op te sommen. Onderling bleken degenen, die in deze geest de bijbel verklaarden, het vaak lang niet met elkaar eens te zijn. op zich is dat op het kerkelijk erf geen onbekend ver­schijnsel. Het is van ernstiger aard, dat mensen met chiliastische inzichten zich er dikwijls toe lieten verleiden om falende berekeningen betreffende de eindtijd te maken en ook de meest buitensporige beschouwingen over het komende vrederijk ten beste te geven. De materiële welvaart werd dikwijls heel dwaas geduid als een soort luilekkerland. Uiteraard heeft men dat natuurlijk gretig aange­grepen om iedere chiliast als fantast aan de kaak te stellen. Het krachtige verzet ten tijde van de reformatie tegen het revolutionaire chiliasme kon verdedigd worden met een verwijzing naar het afschuwe­lijke drama van Munster. De wederdo­pers leverden er een triest voorbeeld van waar je met een chili­asti­sche verwach­ting van een heilsstaat op aarde terecht kunt komen. In onze eeuw kan met sukses gewezen worden naar de gewaag­de verklaringen van de ex-sleepbootkapitein Hal Lindsey. Zo'n benadering is natuurlijk niet fair. Het kost niet veel moeite om met het hele christelijke geloof af te rekenen door maar eenvoudig weg te wijzen op enkele extre­me voor­beelden.

 

Verkort perspektief

 

Dit geeft evenwel niet de vrijheid om andere bezwaren niet voluit ernstig te nemen. Uiteraard kan in het kader van dit artikel niet breeduit worden ingegaan op wat er in de loop der eeuwen tegen de chiliastische voorstelling is ingebracht. Daarom schen­ken we vooral onze aandacht aan één steeds weer genoemde beden­king. Volgens de binnen de kerken meest gangba­re opvatting van de toekomst zal Christus op de jongste dag wederkomen om te oordelen de levenden en de doden. In die optiek is er geen ruimte voor de verwachting van een duizendjarig rijk. Door allerlei dromerijen betreffende een toekomstige regering van de Vredevorst zouden de mensen zelfs verhinderd kunnen worden om zich te prepa­reren op het komende eindgericht. Hoe zit dat dan eigenlijk? Het heeft naar mijn besef te maken met het verkorte perspektief in de boodschap van de profeten. Als we in een berglandschap wandelen, kan het lijken alsof de heuvels één geheel vormen. Aanvankelijk worden de tussenliggende dalen niet gezien. Terwijl we onze tocht voortzetten bemerken we hoe plotseling voor ons een nieuw vergezicht geopend wordt. Wanneer we te snel allerlei konklusies trekken, kunnen we totaal verkeerd uitkomen.

 

Het was toch uitein­delijk aan kortzichtigheid te wijten, dat vele Joden destijds in rabbi Jezus van Nazareth niet de beloofde Messias konden herken­nen. Wanneer de Here Jezus erover spreekt op welke manier hij zou sterven, reageren zijn tijdgenoten meteen: Wij hebben uit de Thora gehoord, dat de Messias blijft tot in der eeuwigheid. Met diverse Schriftplaatsen zouden ze die gedachte kunnen staven (Johannes 12:34). Zij verzuimen te geloven alles wat de profeten gezegd hebben. De beloofde Verlosser moest immers via een weg van lijden tot zijn heerlijkheid ingaan. Het eenzijdig beroep op bepaalde teksten maakte het voor de Joden vaak niet mogelijk Jezus als Messias te belijden.

 

Wanneer we de boeken van de profeten lezen, zien we hoe de eerste en tweede komst van Jezus direkt met elkaar verbonden worden. Er wordt vaak meteen over gesproken hoe Hij gericht zal oefenen. Lees er bijvoorbeeld de profetie van Maleachi maar eens op na. Op het eerste gezicht was er dus maar heel weinig ruimte gelaten voor de eeuwen van onze christelijke jaartelling. Precies op dezelfde wijze mogen we aannemen, dat er door God opnieuw een fase in de geschiedenis lijkt te worden ingelast. Er komt voor het uiteinde­lijk oordeel van de jongste dag nog een periode van het duizend­jarige rijk. We hadden het kunnen verwachten, want hoevele belof­ten uit het profetische woord moeten nog vervuld worden! Daarop mag de hoop gericht zijn. Wat op grond van de profetie verwacht wordt, gaat de stoutste fantasie toch verre te boven!


 

 

Gespreksvragen

 

1. Binnen een kerkenraad blijken verschillende broeders er grote moeite mee te heb­ben, als steeds duidelijker blijkt dat vanuit de bijbel­kring chiliastische opvat­tingen gepropa­geerd worden. Waar richten hun bezwaren zich vooral op naar uw besef? Hoe staat u tegenover de gebruikte argumenten?

 

2. Een predikant probeert op heel voorzichtige wijze zijn wat chiliastisch gekleurde opvattingen binnen zijn gemeente uit te dragen. Waarom zou hij volgens uw indruk deze gedachten van zo wezenlijke beteke­nis vinden voor ieder gelovige?

 

3. In een leerhuis bezinnen vele gemeenteleden zich op de positie van Israël in het actuele situatie van het Midden-Oosten. Welk verschil maakt het dan of je al dan niet verwacht, dat er een dui­zendjarig rijk zal komen?

 

G. Hette Abma, Zijn chiliasten geen fantasten? In: Hoop doet leven, over de christelijke toekomstverwachting, Amersfoort, z.j. (pag. 42-50)

 

Doorzoek de pagina

Bezoekers

Artikelweergaven (hits) : 298876