• Decrease font size
  • Reset font size to default
  • Increase font size

Nieuws

20-08-2016: Link naar brief over ziekte

Tips!

Gebruik het email icoon voor een printervriendelijke versie!
Probeer ook eens de zoekmachine rechts bovenin! Ongetwijfeld bespaart dat veel moeite bij het zoeken.
Hoe lezen we de profeten? PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door G. Hette Abma   
vrijdag 18 juli 2003 08:24

HOE LEZEN WE DE PROFETEN?

 

In één van de chassidische verhalen horen we hoe een jonge­man iedere dag naar een groot rabbijn ging om onderwijs te ontvangen uit de Tenach en de Talmoed. Zodra zijn leermeester echter een aanvang maakte met de verklaring van de Schrift moest hij direkt naar buiten gedragen worden. Het greep hem namelijk emotioneel gewel­dig aan, wanneer de rabbijn alleen nog maar begon met de woorden: En God sprak. In het portaal sloeg hij met zijn handen tegen de houten wand, terwijl hij het voortdurend uit­krijste: En God sprak! Van de grote wijsheid van zijn leermeester heeft hij op deze manier niets kunnen opsteken. Toch is hij één van de meest be­roemde chassidische vromen geworden. Hij kende de ontroering over het feit, dat er een sprekende God is. Iets daarvan zullen we ook moeten kennen, willen wede profeten van Israël kunnen verstaan.

 

Kennismaking met de profeten

 

"Mag ik aan u voorstellen?"  Het gebeurt dagelijks, dat op die wijze mensen geïntroduceerd worden. Hopelijk beschouwt niemand onder ons het als volmaakt overbodig om nader kennis te maken met de profe­ten van Isra­l. Wanneer ik hen met enkele woorden in de aan­dacht aanbe­veel, gevoel ik hoe snel er afbreuk gedaan wordt aan de grootheid van hun stature. Om hen echt te leren kennen moeten we heel nauwgezet naar hen leren luisteren.

 

Iedere profeet is namelijk de spreekbuis van God. Met het Griekse woord profètès wordt iemand aangeduid, die in naam van een ander spreekt. Het vormt de vertaling van het woord dat de persoon aanduidt, die in het He­breeuws nabi genoemd wordt. Voor zo iemand is kenmerkend dat hij ver­vuld met de Geest een goddelijke boodschap moet bren­gen. dat is mogelijk dankzij het heel persoonlijk kon­takt met God. Soms gaat dat gepaard met bijzondere psychische verschijnse­len, zoals het in extase raken of het krijgen van een visioen.

 

De ontvangen boodschap hebben de profeten aan hun volksgenoten moeten doorgeven. Meestal in gesproken woord, maar soms ook door symbolische handelingen. Het is uiteraard niet op wetenschappelijke basis aannemelijk te maken, dat een profeet spreekt in direkte opdracht van God. Het aanvaarden van zijn boodschap blijft dan ook een zaak van geloof. Geen wonder dat dit door de loop van de eeuwen allerlei vragen heeft opgeroepen. Hoe is het te herkennen, dat iemand wel echt met de volmacht van God  spree­kt? In de bijbel zijn daar enkele indicaties voor gege­ven. Wan­neer iemand aanspoort tot afval van God, dan kun je gevoeglijk aannemen dat je met een valse profeet te doen hebt (Deuteronomium 13:2-6). Ook is het een criterium of zijn woord uitkomt (Deuteronomium 18:21)

 

De plaats van de profetie in de bijbel

 

Voor we verder gaan met de vragen rond de interpretatie van de profetische boeken van de bijbel is het dienstig eerst na te gaan waar we het dan precies over hebben. Zoals bekend spreekt Israël over de Tenach. Deze benaming van de Joodse bijbel is samengesteld uit de beginletters van de drie hoofddelen van de bijbel: Thora (Onderwijzing), Nebi'iem (Profeten) en Chetoebiem (Geschriften). De eerste vijf boeken van de bijbel vormen het be­lang­rijkste gedeelte. Mozes geeft daar het dictaat van God. Vaak wordt dat de wet genoemd, maar we kunnen het beter met Martin Buber de Weisung (het onderwijs) noemen. Daarin ontvangt het volk namelijk alle nodige aan­wijzin­gen voor de omgang met de HERE en ook om gestalte te kunnen geven aan het geloof in de praktijk van het dagelijkse leven. Het tweede hoofdgedeelte van de bijbel wordt volgens de rabbijnen gevormd door de boeken der profeten. Het gaat dan niet om de bijbelboeken, die wij als zodanig aandui­den, maar om Jesaja, Jeremia, Ezechiël en de kleine profeten, Hosea tot en met Maleachi, de zogenaamde late profeten. Verder worden er toe gerekend wat de Joden de vroege profeten noemen. Wij spreken dan op grond van een vervelend misverstand over de historische boe­ken: te weten Jozua tot en met Konin­gen. Het gaat echter niet om geschiedschrijving, maar om de interpretatie van de historie. De profeten van Israël hebben alle gebeurtenissen steeds willen zien tegen de achtergrond van het handelen van God. Op die manier worden ongekende diepten ontdekt en onverwachte perspectieven geboden.

 

Het laatste gedeelte van de bijbel, de Geschriften, laten we op dit moment buiten beschouwing. Het is de respons van de gelovige op de goddelijke openbaring. Opeens kan een psalmdichter ook een profetische allure krijgen, maar dat wordt pas goed geïnterpreteerd als we de betekenis van het tweede gedeelte van de bijbel leren kennen. De profetische boeken zijn heel nauw verbonden met de eigenlijke bijbel, dat is de Thora. In opdracht van God wordt het volk kritisch en bemoedigend toegesproken. Steeds weer blijkt het noodzakelijk, dat Israël bestraft moet worden vanwege het over­treden van de geboden en inzettingen van God. De profeten roepen hun volksgenoten op tot bekering. Voor het geval zij zich evenwel ver­harden, wordt het oordeel aangekondigd. Wanneer ze zich tot God bekeren, wordt het gericht afgewend. Bijna altijd klinkt de belofte van het heil door. Het gaat om de prediking van oordeel en genade!

 

Toekomstmuziek

 

Een belangrijk element van de profetische openbaring vormt de voorzegging van de toekomstige gebeurtenissen. Met name moeten we dan ook denken aan de aankondiging van de komende Messias. Door een eenzijdi­ge rationele benadering hebben vele geleerden geoor­deeld, dat de profeten bij het spreken over de toekomst door hun eigen horizon bepaald waren. Vaak wordt dan bovendien nog aange­nomen, dat de profetie aangaande de toekomstige verlossing eerst na de bevrij­dende gebeur­te­nissen gegeven werd. De messiaanse profe­tie is volgens die opvatting eerst na de periode van de balling­schap ontstaan. We zijn intussen wel op onze hoede voor dergelijke uitleg­gers van de bijbel.

 

Intussen is allerminst gezegd, dat het niet belangrijk zou zijn om een nauwgezet­te exegese van de bijbelgedeelten te geven. We kunnen het profetische Woord van God onmogelijk verstaan, wanneer we de tekst niet voortdurend bestuderen en ons geen rekenschap geven van de kontekst waarin de schrijver zich bevond. We moeten heel zorgvuldig de verschillen van de tijd en de kultuur in ogenschouw nemen, anders gebeuren er onherroepelijk ongelukken als we de lijnen vanuit de profetische geschriften doortrekken naar het heden. Te vaak laat men de profeten buikspreken.

 

De hermeneutiek van synagoge en kerk


Van meetaf dienen we te beseffen hoe bij de uitleg van de Schrift bepaalde vooronderstellingen gehanteerd worden. De bezinning daarop noemt men met een duur woord de hermeneutiek (de vertolking). Er is bijvoorbeeld een groot verschil in de wijze, waar­op de profeten enerzijds in de synagoge en anderzijds in de kerk geïnterpreteerd worden. Voor ons als christenen zijn de aankondi­gingen van de komende Messias vervuld in de Here Jezus. Een duide­lijk voorbeeld van deze manier van omgaan met de profeten vinden we in de bijbel zelf. Als de minister van financiën uit Ethiopië op weg naar huis hardop uit de profetie van Jesaja zit te lezen, vraagt Filippus met de opzet van de Geest: Verstaat u ook wat u leest? Hij kan dan de leergierige hoogwaardigheidsbekleder ant­woord geven op de vraag wie of de profeet op het oog heeft, wanneer deze spreekt over het lam dat naar de slachtbank geleid wordt. Wij hanteren daarom bij de oudtestamentische profetie als leesregel het schema van belofte en vervulling. Hier ligt een fundamenteel verschil tussen de kerkelijke en de synagogale vertolking. Aan Joodse zijde werd steeds de belijdenis van Jezus als de Messias weersproken. Wellicht kennen we het verhaal van de man, die vlakbij de Olijfberg overnachtte. Hij werd gewekt door de klank van de sjofar. Aangezien hij leefde in de verwachting van de komst van de Messias, vernam hij in dat geluid het signaal dat het zover was. Hij liep snel naar het raam toe en keek naar buiten. Bij het licht van de opkomende zon zag hij hoe nog alles er precies eender uitzag als de vorige dag. Teleurgesteld keerde hij terug naar zijn bed. De Messias kon nog onmogelijk gekomen zijn, want anders zou het aangezicht van de aarde ingrijpend gewijzigd zijn! Er is ook in de bijbel een voorbeeld van heilig ongeloof te vinden. Vanuit de gevangenis laat Johannes de Doper aan Jezus vragen: Bent U degene, die komen zou, of verwachten we een ander? (Lukas 7:20). Het is dan heel opmerkelijk, hoe Jezus zijn heraut verwijst naar de profetie. We kunnen daarbij letten op Jesaja 29:18 en 35:5, maar misschien zat Johannes al wat verder te lezen bij hoofdstuk 61:1!

 

Naar mijn besef moeten we de vertolking aan de ene kant binnen de kerk en aan de andere zijde in de synagoge zien als complemen­tair. Niet zonder reden maakten de rabbijnen overigens reeds vroeg onderscheid tussen twee lijnen in de profetie. Enerzijds de profetie aangaande vernedering en lijden en anderzijds die van triumf en glorie. Ze dachten soms aan twee messiaanse figuren. Eén Messias als de Zoon van Jozef, die zou lijden en sterven in de strijd met de vijanden van God. Een andere als de Zoon van David, die in heer­lijkheid zou regeren. De Here Jezus bracht de twee divergerende lijnen voor de vrienden van Emmaüs bijeen. O, onver­standige en tragen van hart, om te geloven ál hetgeen de profeten gesproken hebben! Moest de Messias niet deze dingen lijden en alzo in zijn heerlijkheid ingaan? Je zou verwachten, dat de mannen van Emmaüs met rode oren luisterden naar die ge­dood­verfde vreemdeling van Jeruzalem. Zélf verklaarden zij later, dat ze er een warme gloed in hun binnenste was toen de Schriften werkelijk voor hen verklaard werden. Wie had er niet bij dit onderricht present willen zijn? We ­mogen gevoeglijk aanne­men, dat de Here Jezus niet met losse teksten werkte. De hoogste Profeet en leraar zal de allesbeslissende lijn hebben aangegeven. Overal in de Boeken van Mozes, de Profeten en ook de Psalmen zien we hoe God door de diepte van lijden en dood voert naar de heerlijkheid van zijn bestuur over de gehele schepping.

 

De Joodse vertolking

 

Betreffende die elkaar aanvullende vertolking willen we toch eerst nog afzonderlijk aandacht besteden. Bij elke benade­rings­wijze stoten we op een pijnlijke eenzijdigheid. Allereerst geven we onze aandacht aan de Joodse vertolking. We zullen de zogenaamde twee-wegen-leer moeten afwijzen. Daarin wordt gesteld, dat God met Israël een andere weg tot behoud gaat (trouw aan de Thora), dan met de kerk (geloof in Jezus Christus). Op die manier maken we ons te gemakkelijk af van het schisma tussen de synagoge en de kerk. Het gaat om de aanlokkelijke voorstelling van Franz Rosenzweig. Jezus van Nazareth is de Messias voor de volkeren. Dankzij Hem mogen ze delen in het heil van de God van Israël. De Joden hebben Hem niet nodig, want die zijn altijd reeds bij de Vader. Met deze troost is het chronische hartzeer, waarvan de apostel Paulus in zijn brief aan de Romeinen (9:2) spreekt, niet weggenomen.


Het gesprek met Israël zal dan ook vooral mogen gaan over de Messias en het Koninkrijk van God. Onder de Joden leeft dikwijls helemaal niet de hoop op de komst van de persoon van de Messias, maar veel meer het verlangen naar het aanbreken van de messiaanse tijd. Men heeft het zelfs betwijfeld of er in het Joodse geloof plaats is voor de verwachting van de komst van een persoon­lijke Messias. Dit wordt evenwel in de dertien van artikelen de belijdenis van Maimonides duidelijk uitgesproken.

 

Aangezien binnen de christelijke gemeente dikwijls uitsluitend het aksent gelegd wordt op de eeuwige zaligheid van de individuele gelovige, kan het geen kwaad wanneer daar van Joodse vertol­king der profeten geleerd wordt wat de bijbelse verwachting van de toestand van vrede en gerechtigheid op aarde is. In gesecula­riseerde vorm vinden we deze bijbelse voorstelling terug in de marxistische verwachting van een klassenloze maatschappij als de heilsstaat op aarde. Karl Marx stamde dan ook zowel van vaders als ook van moeders zijde uit een rabbijnengeslacht. Het moet ons ook niet te veel gevraagd zijn het bijbelse goed recht in de poli­tieke prediking en de bevrijdingstheologie te erkennen. Wel is er sprake van een horizontalistische tendens. We zullen er dan ook steeds op mogen wijzen, hoe de hoorders van de profe­tische verkon­di­ging voortdurend worden opgeroepen om zich te bekeren tot de God van Israël.

 

De christelijke vertolking

 

Voor het verstaan van de bood­schap van het Oude Testament reikte Lu­ther ons als leesregel aan: Was Christum treibet. Dat wil dus zeggen, dat we alles lezen met het oog op de Here Jezus. We zullen daar juist ook vandaag onze winst mee mogen doen. Op die manier kunnen we bewaard blijven voor het moordend wetticisme, dat zich telkens in gemoderniseerde vorm aandient. Wie wil er immers terug achter de bevrijdende ontdekking van Luther? Wanneer de aandacht geheel en al gericht wordt op Christus, zullen we in de praktijk ervaren hoe de rechtvaardige uit het geloof leeft.

 

Bij het lezen van de profeten is er gebruik te maken van de zogenaamde typologische uitleg. In de oudtestamentische figuren ziet men dan hoe de contouren van de persoon en het werk van de Here Jezus Christus zich aftekenen. Wel dreigt daar het gevaar, dat we alles slechts zien als een voorafschuwing van de komende Messias. Daar kleven nogal wat bezwaren aan. Willekeur wordt vaak niet uitgeslo­ten. Zo bestak een gevierde predikant het om in de mier, die door de Spreukendichter aan de luiaard ten voorbeeld gesteld wordt, de meest nederige voorloper van Christus te zien.  De heilshistorische bete­kenis van de bijbelse boodschap wordt door deze sterk symbo­lische exegese snel tekort gedaan. Bij de allegorische duiding komt dit euvel nog sterker naar voren. Het gaat dan om de methode van Schriftverklaring, waarbij men aan de eigenlijke en letterlijke zin van de woorden voorbij gaat door er een figuurlijke of wel geestelijke betekenis aan toe te        s­chrijven. Het is in de loop der eeuwen wel gebleken hoe dan erg eigenzinnig met de bijbel kan worden omgegaan. Het blijft nodig om steeds weer zeer kritisch te kijken naar de methode van de allegorese. Het blijkt dikwijls een verlegenheidsoplossing te zijn. Voor het eerst werd de vergeestelijking toegepast op bepaalde passages uit de werken van Homerus, die men vanwege de enorme erotische geladenheid als stuitend ervaarde. Laten we ook niet vergeten dat het boek Hooglied dankzij de rabbijnse allego­rese in de kanon werd opgenomen. Bij de bezinning op de omgang met de bijbel zullen we ons steeds moeten afvragen, waarom iemand voor de vergeestelijking kiest. Er kan de voorkeur gegeven worden aan het zoeken naar een diepere, verborgen zin in de tekst vanwege het verlangen naar de bevrediging van een spirituele behoefte. Vaak echter wordt de allegorese toegepast, wanneer iemand moeite heeft met hetgeen er precies staat. Beide motieven spelen ook wel samen. We merken hoe men aan het hemelse de voorkeur geeft boven het aardse. Ook konstateren we dat men er motieven voor heeft overal waar in de tekst gesproken wordt over Israël dit te betrekken op de kerk.

 

In de christelijke vertolking van de Schrift zullen we vooral dienen te pleiten voor - wat ik wil noemen - een realistische uit­leg. Het is namelijk riskant om ongenuanceerd een pleidooi te voeren voor het lezen wat er letterlijk staat. Een poëtische tekst moet je niet met nuchtere logica gaan ontleden. Apocalypti­sche beelden kun je niet fysisch duiden en symbolische getallen mag je niet aritmetisch opvatten. Maar deze kritische opmerkingen zijn niet bedoeld om ook maar enigszins afbreuk te doen aan de betekenis van de bijbelse woorden voor de konkrete werkelijkheid. Vandaar het pleit voor een realistische exegese.

 

Wat ons te wachten staat

 

Het zal tegenover gelovigen met een sterke bevlogenheid voor de verwachting van de toekomst ook steeds van belang zijn te vragen om een zekere terughoudendheid te betrachten. Op basis van de Schrift kun je niet verantwoord met grote stelligheid allerlei uitspra­ken doen over de loop van het wereldgebeuren. Ieder kent wel mensen, die het tijdpad precies kunnen aangeven. Eerst komt de verdruk­king waar Daniël van spreekt, dan zal de opname van de gemeente volgen, Israël gaat de zware tijd van het Armageddon tegemoet of het volk van God zal zich juist mogen verheugen in een tijd van bijzondere vrede. Dan zal de Messias komen. Of is de Verlosser allang in heerlijkheid verschenen. Onderling zijn er de nodige verschillen in de blauwdruk, die men ter beschikking denkt te hebben. Met veel aplomb wordt het alles geponeerd. Alsof de Here Jezus nimmer tot zijn leerlingen gesproken heeft, dat de Vader de kennis aangaande de beslissende momenten en ook de bijzondere perioden in de geschiedenis aan zichzelf voorbehouden heeft (Handelingen 1:7). Als we onze gelovige aandacht aan de bijbelse boodschap aangaande de toekomst schenken, gaat het er niet zozeer om wat we er dan allemaal precies van weten, als wel hoe we er met de nodige onduidelijkheden toch met groot verlangen naar uitzien dat God zijn beloften ten volle in vervulling zal laten gaan.

 

Wat zal de toekomst ons brengen? Wij mogen er vast van overtuigd zijn, dat God al zijn beloften zal vervullen. Daar hebben we trouwens sinds het begin van onze jaartelling nog een extra garantie bij ontvangen: Alle beloften van God zijn in Christus Jezus ja en amen. We mogen dan ook rekening houden met een meervoudige vervulling van het profetisch woord. Dikwijls bemerk je hoe er nog een onvervulde rest is. We zagen dat reeds met betrek­king tot de beloften aangaande de komende Verlosser. Wat gezegd is door Jesaja over de lijdende knecht ging ten volle in vervul­ling bij de komst van onze Here Jezus Christus. Volgens een gangbare Joodse uitleg heeft dat alles betrekking op Israël. Wij mogen geloven, dat Jezus zich als de man van smarten geheel geïdentificeerd heeft met zijn volk. Volgens de klassieke belijdenis van de kerk was Hij op een unieke wijze de Middelaar van de verzoening. In het bekende drie-en-vijftigste hoofdstuk van de profetie van Jesaja vinden we dit verwoord: Om onze overtredingen werd Hij verwond. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem. Maar er is door de profeten nog meer heil verkondigd. De Verlosser zal zich openbaren als de wijze en rechtvaardige koning uit de roem­ruchte dynastie van David. Legio voorbeelden zouden daarvan te geven zijn. We moeten ons er tot één beperken. Terecht kunnen bij de viering van het kerstfeest de woorden van Jesaja (9:5) in herin­nering geroepen worden: Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. De uiteindelijke vervulling van het vervolg van de profetie laat nog op zich wachten: Aan de heerschappij van deze Vredevorst zal geen einde zijn op de troon van David (9:6).

 

Als er over de meervoudige vervulling van de profetie gesproken wordt, moeten we vooral ook denken aan de beloften voor Israël. Nog steeds wordt gedacht, dat de kerk in de plaats van Israël gekomen is. Maar God schenkt de erfenis aan wie Hij deze beloofd heeft. Als Hij dat anders deed, was dat een voorbeeld van grote ontrouw zijn. Zo'n gedachte alleen reeds is Godslasterlijk. Van veel toezeggingen in de boeken van de profeten geldt, dat God deze aanvankelijk gestand heeft gedaan. Gedurende de voorbije eeuwen was er verschil van inzicht betreffende de vraag wat we nog van God mochten verwachten. De geschiedenis heeft hen in het gelijk gesteld, die rekenden op het herstel van de staat Israël en op de terugkeer van de Joden naar het land der belofte. Het geeft ons alle reden ook te verwachten, dat God het koninkrijk aan Israël zal oprichten en dat Jezus als Messias door zijn volk erkend zal worden.

 

Het lijkt me op zijn plaats als ervoor gewaarschuwd wordt hier niet te nieuwsgierig mee bezig te zijn. Voor sommige mensen lijken de gedeelten van de onvervulde profetie de brokstukken te vormen van een legpuzzel. Het frame vindt men doorgaans in de Openbaring aan Johannes en daarbinnen worden allerlei stukjes uit de oudtestamentische profetiëen keurig ingepast. Het gaat dwars tegen de bedoeling van God in, wanneer we met veel bijbeltek­sten een scenario van de eindtijd opstellen. Dit valt onder het oordeel van de apostel Petrus over de eigenmachtige uitleg van het profetische woord.

 

Bij het lezen van de bijbelse profetie zullen we elkaar steeds mogen wijzen op het gevaar dat we er aan toe af af doen. In de Openbaring aan Johannes worden we daar ernstig voor gewaarschuwd (22: 18 en 19). Prof. dr. J.H. Gunning, de originele theoloog uit de vorige eeuw, heeft erop gewezen welke grote schade er aan het geeste­lijk leven der gemeente gedaan wordt, wanneer we dit doen. We verliezen onszelf in toekomstdromen of we laten de hoop der toekomst varen. U geldt voor twee, wanneer deze waarschuwing ter harte wordt genomen.

 

In ongezonde nieuwsgierigheid heeft men telkens teveel willen weten. Gewaagde voorspellingen en dwaze berekeningen waren het droeve resultaat. Het is moeilijk te zeggen hoeveel schade daar­door is aangericht. Oprechte gelovigen raakten geheel ontgoocheld en traditioneel ingestelde kerkmensen werden nog meer kopschuw gemaakt voor alles wat te maken heeft met een meer realistische toekomstverwachting.

 

Betreffende de eschatologie (leer van de laatste dingen) kunnen we in de gereformeerde belijdenis niet veel lezen. De drie formulieren van enigheid dragen duidelijk het stempel van de tijd, waarin deze geschriften ontstaan zijn. Wie heel ontvankelijk de bijbel leest, bemerkt dat er door God veel meer aangaande de toekomst geopen­baard is. Door de loop der eeuwen bleef binnen een kleine, veel­zins verguisde groep de hoop daarop levend gehou­den. In onze eeuw wil God kennelijk onze gelovige aandacht in toene­mende mate daarop richten. Nog steeds is er een te weinig verwach­ting betreffende de heerlijke toekomst van de Here. Heel accuut wordt dan ook de vraag, die Hij destijds zelf stelde: Als de Zoon des mensen komt, zal Hij ook het geloof op aarde vinden?

 

Uiteindelijk is het de kwestie: nemen we het profetische Woord van God werkelijk serieus? Waarschijnlijk mocht er onder ons wel wat meer ontroering zijn vanwege het feit, dat we een sprekende God hebben! Daarmee hebben we in dit artikel de kring rond op wel een van de meest belangrijke punten.

 

 

 

Gespreksvragen

 

l. Een meisje kreeg verrassend vlug huisbe­zoek, nadat ze nog maar enkele maanden tevoren door het koffiebar-werk bij het gemeentelijke leven betrokken was geraakt. Ze had in het kerkblad gelezen, dat er op een bijbelkring gesproken zou worden over de Openbaring aan Johan­nes. De ouderling raadde het haar sterk af om dit te doen. "Jij kunt je maar beter gewoon aan de Bijbel hou­den", zei hij letter­lijk. Naar zijn stellige overtui­ging is het gevaarlijk om je met de profetische geschriften bezig te houden. Je raakt daar volgens hem alleen maar door in verwar­ring. Het gaat er immers uiteindelijk om dat je weet, dat er echt iets in je leven gebeurd is. Wat zou u tegen deze ouderling willen zeggen?

 

2. De anders zo uitermate vriendelijke predikant heeft al verschil­lende keren behoorlijk heftig gerea­geerd, wanneer er gevraagd werd om in de prediking eens wat meer aandacht te schenken aan de verwachting van de toekomst des Heren, als ook aan de plaats van het volk Israël in het heilsplan van God. In een contact met een groep van jong-volwas­senen heeft hij wat lucht gegeven aan zijn opgekropte ergerni­s. Al dat ge­praat over Israël vindt hij bij­voor­beeld maar modieus gedoe. Hij heeft er in tegen­stelling tot vele van zijn collega's niet de minste moeite mee om te zeggen, dat de kerk in de plaats van Israël gekomen is. Het gaat nu naar zijn besef vooral om, dat de gemeente uit Joden en heide­nen zich erop voorbe­reid dat Jezus wederkomt om te oordelen de levenden en de doden. Op welke manier denkt u dat zo'n gesprek het meest vrucht­baar gevoerd kan worden?

 

3. Een gemeentelid vindt het erg jammer, dat de aandacht voor de toekomst des Heren in de gereformeerde belijdenisge­schrif­ten erg gering is. Naar zijn stellige overtuiging vraagt de tijd waarin we nu leven om duidelijke uit­spraken betreffende onze ver­wachting aangaande de komst van het Koninkrijk Gods. Wat zijn uw gedachten hierover?

 

 

G. Hette Abma, Hoe lezen we de profeten? In: Hoop doet leven, over de christelijke toekomstverwachting, Amersfoort, z.j. (pag. 23-33)
 

Doorzoek de pagina

Bezoekers

Artikelweergaven (hits) : 302615