• Decrease font size
  • Reset font size to default
  • Increase font size

Nieuws

20-08-2016: Link naar brief over ziekte

Tips!

Gebruik het email icoon voor een printervriendelijke versie!
Probeer ook eens de zoekmachine rechts bovenin! Ongetwijfeld bespaart dat veel moeite bij het zoeken.
Levensschets van mijn vader PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door G. Hette Abma   
zaterdag 06 maart 2004 19:27

Levensbericht van ds. Hette Gerrit Abma (1917-1992)

Soms is iemand een droom vrijwel direct vergeten, maar het kan ook zijn dat hij er later toch onwillekeurig weer aan moet terugdenken. Als jongen zag Hette Abma zich achter het stuur van een auto, terwijl de predikanten Kersten en Zandt op de achterbank hun plaats hadden ingenomen. Waarschijnlijk leefde diep in zijn gedachten het verlangen hen zijn diensten aan te bieden in een verkiezingscampagne die destijds met een opvallende felheid gevoerd werd. Op een bepaalde manier is deze curieuze droom verwerkelijkt. Op vierenveertig jarige leeftijd werd dominee H.G. Abma gekozen als voorzitter van de Staatkundig Gereformeerde Partij. Hij herinnerde zich nog levendig waar hij als kind van droomde. Met een zekere aarzeling vertelde hij erover [i] . Wie zich gekwalificeerd acht een duiding van dromen te geven zou mogelijk snel spreken over een ambitieuze gedachte. Voor hemzelf speelde eerzuchtig streven geen rol, maar er leefde wel het verlangen om geheel te staan in de traditie van zijn illustere voorgangers.

Liefde voor bevindelijke waarheid

Van huisuit lag het niet in de lijn dat hij zich ooit zou inzetten voor het uitdragen van de Staatkundig Gereformeerde beginselen. Aanvankelijk kon men eerder verwachten dat hij zich aangetrokken zou voelen tot de eigensoortige Friese afdeling van de Christelijk Historische Unie. Naderhand in mindere mate lag de Anti-Revolutionaire Partij voor de hand. Op 23 januari 1917 werd hij geboren in Wouterswoude. Zijn vader was daar hoofd van de Hervormde school. In augustus 1916 waren ze vanuit Sloten naar de Friese Wouden verhuisd. In hun vorige woonplaats waren Gerrit Hettes Abma en zijn vrouw Annigje Kool in contact gekomen met ds. J.H. Koster, die in Wyckel stond. Door de wijze waarop deze het Woord verkondigde groeide er een blijvende band, omdat de liefde tot de bevindelijke waarheid was gewekt. Ze waren dankbaar dat ds. Koster van 1918 tot 1923 de gemeente van Wouterswoude diende. In hetzelfde jaar vertrok de predikant naar Montfoort en kreeg het hoofd der school een benoe­ming in Polsbroek in de Lopikerwaard. Samen met zijn oudere zuster Doeke en zijn jongere broer Berend zat Hette daar op de lagere school. In 1927 werd hun vader hoofd van de Her­vormde Koepelschool in de Maandertbuurt van Ede. Van jongsaf leefde bij Hette het verlangen om predikant te worden. Nadat hij zijn middelbare schoolopleiding aan het christelijk lyceum had afgerond, volgde dan ook de theologische studie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht.

Kennismaking met de SGP

In Ede werd nog gesproken over de tijd van 1915-1919 dat dominee Zandt daar had gestaan. De wijkpredikant was ds. D.J. van der Graaf, die deel uitmaakte van het hoofdbestuur van de SGP. Na diens vertrek kwam in 1935 ds. H.A. Leenmans van Delft naar Ede. Ook deze was hoofdbestuurslid. Met dominee Zandt was hij goed bevriend. Vooral in de Delftse jaren was er een nauw contact. De theologische student Hette Gerrit Abma werd meer vertrouwd gemaakt met de SGP, toen hij kennis kreeg aan Johanna Hendrina, de enige dochter van ds. Leenmans. In november 1940 heeft hij het kandidaatsexamen afgelegd en het daaropvolgende jaar werd hij toegelaten tot de evangeliebediening in de Nederlandse Hervormde Kerk. Op 21 augustus 1941 trad hij in het huwelijk. Tien dagen later werd hij door zijn schoonvader beves­tigd in zijn eerste gemeente Driesum, gelegen op een afstand van enkele kilometers van zijn geboorteplaats Wouterswoude. In de periode (1941-1944) dat hij in zijn A heitelân @ predikant was, hield hij zich ten gevolge van de oorlog niet bezig met partijpolitieke vragen. Maar ook toen hij in zijn volgende gemeente IJsselstein (1944-1948) de bevrijding beleefde, ging zijn belangstelling in een andere richting. Het leek hem beter om zich maar niet in te laten met de politiek. Naar zijn eigen getuigenis leefden er vragen en bijkomstige bezwaren. Er bestonden aarzelingen bij hem als het ging om punten uit het program van beginselen, zoals de af­wijzìng van het vrouwenkiesrecht, de vaccinatie en de sociale wetgeving. Het standpunt van diverse leidinggevende figuren uit de Staatkundig Gereformeerde Partij betreffende de Duitse bezetting kon hij niet delen. Er werd onomwonden gepredikt, dat men zich diende te onderwerpen aan de bezettende macht als het wettige gezag. De verschrikkingen van het nazisme werden immers gezien als een gerechtvaardigde straf van God voor nationale en persoonlijke zonden in de vooroorlogse jaren. Maar al is het goed een levend schuldbesef te kennen, dit behoefde niet te leiden tot defaitisme. Door doffe berusting verdwijnt de hoop op de uiteindelijke be­vrijding van onder het juk van de bezetter. Bedenkingen koesterde hij tegen de wijze waarop de verant­woordelijke personen omgingen met kritiek op het reilen en zeilen binnen de partij. Er waren in die tijd enkele geruchtmakende affaires [ii] . Kritiek werd direct afgedaan als laster en vijandschap en verdween ijlings in de doofpunt. Enkele jaren na zijn intrede in Rotterdam-Delfshaven (1948-1955) begon hij toch te spreken voor kiesverenigingen. Naar zijn eigen zeggen uit een pastoraal verantwoordelijkheidsgevoel. Terwijl collega = s vrijmoedig hun support betuigden aan de Anti-Revolutionaire Partij, hield ieder die sympathie had voor de Staatkundig Gereformeer­de Partij zich angstvallig stil. Wie van een dergelijke voorkeur blijk gaf, werd al snel gediskwa­lificeerd als een onruststoker.

Tot voorzitter aangewezen

Een politieke loopbaan lag nog niet direct in het gezichtsveld. Een plaats op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van de Tweede Kamer in 1956 werd niet geambieerd. Wel is hij in dat jaar op voordracht van ds. P. Zandt als lid van het hoofdbestuur gekozen. Bij de aan­vaarding van deze benoeming moest hij wel eerst ijlings lid van de partij worden. Zo actief betrokken was hij op dat moment dus nog niet. Inmiddels was hij verhuisd naar Monster (1955-1959). Gedurende die periode heeft hij diverse malen persoonlijk contact gehad met de SGP-voorman in het naburige Delft. Na diens overlijden schreef ds. Abma over hem: A Ds Zandt was een mens met deugden en ondeugden. Bewogen wist hij zich A een man van onreine lippen wonende in het midden van een volk dat onrein van lippen is @ . Wie het voor­recht had een intiem gesprek te voeren mocht echter bij ogenblikken ontroerd begrijpen A dat zijne ogen de Koning, de HEERE der heirscharen hadden gezien @ . Mogen we zo deze voor­ganger, ondanks alle zwakheden en gebreken, gedenken @ [iii]. Volgens ingewijden had ds. Zandt vlak voor zijn overlijden aangegeven, dat de predikant van Monster op zijn begrafenis moest spreken. Het werd de opvolger ds. D. van der Ent Braat, want inmiddels was ds. Abma ver­trokken naar Putten (1959-1963). Na het heengaan van ds. Zandt werd hij tijdens de vergade­ring van het Hoofdbestuur van de SGP op 22 februari 1961 in diens plaats als voorzitter aangewezen. Wellicht speelde de jongensdroom door zijn gedachten toen hij na enige dagen van beraad kenbaar maakte dat hij meende zich om verschillende redenen niet te mogen onttrekken aan dit verzoek: A Toen ik nog maar een jongen was waren de namen van de eerste en van de latere voorzitter van onze partij begrippen. Ik voel me nog niet veel anders dan die jongen, wanneer ik me probeer in te denken, dat ik, onervaren en dwaas, deze eerbiedwaardige voorgangers moet opvolgen @ [iv] . Aan een journalist liet hij weten: A Kersten en Zandt zijn typisch vertrouwensmensen geweest @ . Zo = n positie hoopte hij zelf in het contact met leden en kiezers te verwerven. Trefzeker werd als > kop = boven het verslag van een gesprek met de nieuwe partijvoorzitter gezet: A Eerst vertrouwen winnen @ , zegt dominee Abma @ . Zijn opzet was helder: A Het is in ieder geval de bedoeling om de lijn van mijn voorgangers vast te houden @ [v] . Op het eerste gezicht lijkt er een tegenstrijdigheid te bestaan tussen het feit dat hij nogal wat bezwaren koesterde tegen de wijze waarop alles reilde en zeilde binnen de partij én de wijze waarop hij als pas gekozen voorzitter zo nadrukkelijk het vertrouwen wilde inboezemen. In de loop der jaren zou hij bij zijn streven het staatkundig-gereformeerde geluid te laten horen steeds diep respect betonen voor degenen die hem op dat spoor waren voorgegaan. Nimmer heeft hij bruskerend punten uit het beginselprogram ter discussie gesteld. Vervreemding trad vooral op wanneer hij de aloude principia vertolkte in een soms al te moeilijk en vooral te frivool ervaren taalgebruik.

Tot kamerlid verkozen

In 1962 kwam hij op een verkiesbare plaats te staan op de kandidatenlijst met het oog op de kamerverkiezing in 1963. Het was een moeilijke beslissing om daarin toe te stemmen. Later gaf hij daarover te kennen: A Noodgedwongen en vol onderzoekingen des harten liet ik me op de lijst plaatsen @ [vi] . Op 31 juli 1963 werd hij op zijn verzoek eervol ontheven uit zijn ambt als predikant. Krachtens de Kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk wordt het bekleden van enige staatsrechterlijke functie onverenigbaar geacht met het predikantschap. Niet graag wilde hij al zijn werkzaamheden als dienaar des Woords opgeven. Graag wilde hij de mogelijk­heid hebben om te blijven preken en in voorkomende gevallen ook de sacramenten te bedienen. Op voorhand verkreeg hij echter de rechten als van een emeritus niet. Het Breed Moderamen van de Generale Synode zou moeten beoordelen of de verlening van die bevoegdheden in overeenstemming geacht konden worden met het belang der kerk. Voor hemzelf was het in elk geval onaanvaardbaar als hij na het aanvaarden van het kamerlidmaatschap deze rechten niet zou verkrijgen. Hij zag zijn activiteit als politicus geheel in het verlengde van zijn werk als predikant. Als tekst voor de preek tijdens de afscheidsdienst in de Oude Kerk van Putten op zondag 5 september 1963 werd de oproep van Jezus gekozen: Volg gij Mij (Joh. 21:22b). In een persoonlijk woord zei hij: A Ik ben, Gode zij dank, overtuigd in mijn hart dat ik geen begeerte volg, geen ambitie, geen dingen die mijn lust en mijn leven zijn; in tegendeel: ik volg tegen mijn zin. Maar dit wil ik toch wel in uw midden uitspreken, dat ik een roeping volg, zonder mijn roeping te verzaken @ . Zijn laatste woord in die gedenkwaardige dienst was: Ik hoop van harte - al is het misschien een wisseling van regiment - dat ik niet van Koning veran­der @ . Het bleef lang onduidelijk of hij als predikant kon blijven functioneren. Pas na ruim drie jaar van onzekerheid in een slepende kwestie werden hem uiteindelijk toch de rechten als van een emeritus verleend [vii] .

Zijn politieke werkzaamheden

Gedurende achttien jaar was ds. Abma lid van de Tweede Kamer (1963-1981). Na het vertrek van de hoogbejaarde heer C.N. van Dis werd hij in 1971 fractieleider en bekleedde deze functie tot zijn afscheid op 9 juni 1981. Direct in aansluiting op die lange periode van het lidmaatschap van de Tweede Kamer was hij nog een klein aantal jaren senator (1981-1986). Bovendien was hij een korte periode lid van de gemeenteraad van Gouda (.1966-1970) en later ook van Putten (1982-1987). Bij het zoeken naar een rake typering scheren de meeste opmerkingen over de oppervlakte heen. In talloze interviews keerden steevast opmerkingen terug over de donkere kleur van zijn kleding en vooral ook betreffende de moeizame wijze waarop hij zijn woorden zocht om te reageren op stereotiepe vragen aangaande het vrouwenkiesrecht, de vaccinatie of andere netelige punten uit het partijprogram. Toch wist deze bedachtzame man wel gehoor te vinden door wat geroemd werd als zijn speelse woordkeus en subtiel gevoel voor humor. Om zijn diepste overtuiging te vertolken wist hij de taal te hanteren, zodat daardoor de aandacht gertrokken werd binnen het brede spectrum van de politieke wereld. Ooit schreef ds. L.H. Ruitenberg in Hervormd Nederland , dat ds. Abma de beste stylist van de Tweede Kamer was. Opmerkelijke staaltjes kunnen daarvan gememoreerd worden. Bij het aantreden van het kabinet-Den Uyl sprak hij over A een rede zonder bede en een bede zonder reden @ . Daarmee gaf hij uitdrukking aan de pijn vanwege het verdwijnen van de bede uit de troonrede en tegelijker­tijd gaf hij te kennen het onbillijk te vinden dat er zo = n forse verhoging van de belastingen in het vooruitzicht gesteld werd. Bij de verzuchting van Den Uyl dat er in de politiek nog maar smalle marges waren, reageerde hij als het dan maar geen malle charges worden. Op die manier oefende hij fijnzinnig kritiek op de veelvuldige nachtelijke beraadslagingen, die dikwijls een chaotisch karakter hadden.

Parlementariër-dominee op zijn best

Het sterkst kwam de SGP-politicus naar voren wanneer het ging over levensbeschouwelijke aangelegenheden. Onvergetelijk wordt genoemd zijn rede in het debat over de eventuele vrijlating van de Drie van Breda op 29 februari 1972 [viii] . Hij tilde daarbij aan de pijn van hen die nog dagelijks aan de oorlog herinnerd werden. Hij had de gedachte, dat wij dan A riemen van barmhartigheid en vergevingsgezindheid snijden uit het levende vlees van anderen, van velen van ons volk en van onze Joodse volksgenoten met name @ . Dit werd een gevleugeld woord, dat zelfs geciteerd werd op de voorpagina van de Jerusalem Post . Drs. G. van Leijenhorst schreef: A In zulke interventies was de parlementariër-dominee op z = n best. De Kamer luisterde alom met intense aandacht. Na zijn rede verdrongen liberale, socialistische, KVP-, AR- en CHU-collega = s zich achter het groene gordijn om hem voor zijn speech te bedanken. Of men het er mee eens was of niet, er was iets substantieels, zo niet fundamenteels gezegd! @ [ix] Ook maakte het indruk op welke wijze in 1980 samen met dr. Verburgh een intiatief-wetsontwerp met betrekking tot abortus provocatus verdedigd werd. De kamervoorzitter dr. D. Dolman gaf daarover te kennen: A Met ontzag hebben we geluisterd, hoe ingetogen Abma zijn intiatief verdedigde. Die rustige, diep ernstige stijl heeft Ria Beckers bij de laatste algemene beschou­wingen de uitspraak ingegeven, dat wij hem zullen missen @ [x] .

Niet altijd goed begrepen

Terwijl het respect bij buitenstaanders werd afgedwongen, rezen bij de achterban twijfels wat betreft de zuivere vertolking van de aloude beginselen van de SGP. Van meetaf is de positie van ds. Abma dan ook omstreden geweest. Vroeger moest er door de voormannen van de SGP smaad en hoon geïncasseerd worden en zou er dan nu blijk gegeven worden van waardering? Het is triest te moeten constateren dat ds. Abma gekwetst zou worden door degenen, die uiteindelijk zijn geestverwanten waren [xi] . Een deel van de partijleden was dermate aan een bepaald jargon gehecht, dat het voor hen niet mogelijk was de vertaalslag mee te maken naar een steeds meer geseculariseerde samenleving. Het ging deze critici vooral ook om het vervul­len van een getuigende rol. Het streven naar de toepassing van de aloude beginselen in de actuele omstandigheden van de snel veranderende cultuur in de jaren zestig en zeventig had hun aandacht niet. Vol achterdocht vroegen zij zich af of dit wel hetzelfde was wat de vertrou­wenwekkende voorgangers ds. Kersten en ds. Zandt in > s lands vergaderzalen naar voren hadden gebracht. Gedachtig aan de jongensdroom van ds. Abma zelf zou beeldend gezegd kunnen worden: voert hij de op de achterbank gezeten oud-partijleiders niet in een verkeerde richting, nu hij het stuur in handen heeft gekregen? Na zijn overlijden werd het als tragisch aangeduid, dat zijn originele en diepzinnige gedachten vertolkt met een fijnzinnig gevoel voor het gebruik van de taal voor de traditionele achterban moei­lijk te volgen waren en daarom vervreemding hebben opgeroe­­­­­­­­pen [xii] . Toen hij in de kring van de SGP het begrip theocratie introduceerde, werd argwanend gevraagd of hier niet de invloed van de hervormde theoloog A.A. van Ruler was te bespeuren. Moet achteraf niet gezegd worden dat hij uiteindelijk ten diepste heeft proberen weer te geven waar het in de Staatkundig Gereformeerde Partij om gaat, namelijk: het streven dat God door ieder geëerd en gediend wordt? Theocratie behoeft dan niet tegen de democratie te worden uitgespeeld. Naar zijn genuanceerde en milde oordeel gaat het er niet om de wet van God met dwangmaatregelen aan de mensen op te leggen, maar er mag geproclameerd worden dat het Woord Gods een heilzame betekenis heeft voor allen. In de titel van zijn eerste partijrede komt dat reeds treffend tot uitdrukking: tot welzijn van heel het volk (1962).

Waar bij buitenstanders steeds meer waardering werd ontvangen, daar bleef in de gelederen van zijn eigen partij de achterdocht een hinderlijke rol spelen. Bij de jaarlijkse partijdag stegen de spanningen steevast ten top. In de kring van het gezin was dat merkbaar wanneer eind februari de verjaardag van één van de kinderen gevierd werd. Het kwam ongelooflijk hard aan wanneer onze sterk in zichzelf gekeerde vader weinig zachtzinnig werd behandeld. Vooral heeft het hem lelijk verwond, dat mensen de euvele moed hadden hem zelf als een vijand van Gods volk aan te wijzen [xiii] . Bij alle zonde en gebrek was er een diep gevoelde liefde tot de Heere, Die hem eerst had liefgehad.

Schaduw over zijn leven

Na vierentwintig jaar is hij in 1985 abrupt afgetreden als partijvoorzitter in verband met de verkiezing van ir. B.J. van der Vlies als nieuwe lijsttrekker. Het waren niet direct bezwaren tegen de persoon van zijn opvolger, als wel zijn onoverkomelijke moeite met de gang van zaken. Het Hoofdbestuur had hem de opdracht gegeven de heer C.N. van Dis te polsen voor die functie. Later werd echter met een nipte meerderheid toch een andere keus gemaakt. Het griefde hem diep dat niet alleen de heer Van Dis gepasseerd werd, maar vooral ook dat zo een loopje genomen werd met wat het meest heilig is. Hoe kun je God bidden om wijsheid bij het nemen van een beslissing om dan later weer een heel andere besluit te nemen? Daarom trok hij de conclusie uit deze droevige affaire door voortijdig het voorzitterschap van de partij neer te leggen [xiv] .

Ook het vertrek uit de gemeentepolitiek in zijn woonplaats Putten was niet erg verkwikkelijk. Wellicht was het beter geweest, wanneer hij zich daar op het laatst van zijn leven niet meer mee had ingelaten. In zijn afscheidswoord op 5 maart 1987 zei hij zich in de gemeenteraad gevoeld te hebben als iemand, die achter de toonbank van een winkel staat en in Den Haag is bezig geweest met een heel groot postorderbedrijf. Het directe contact met de bevolking zal hem hebben aangesproken. Voor een kruidenierszaak bleek hij toch niet de geknipte figuur te zijn. Vooral was het stuitend voor hem wat men van onder de toonbank wilde verkopen. Het bracht hem in botsing met zijn eigen partij, toen hij bij de raadsverkiezing van 1986 lijsttrekker werd van een plaatselijk samenwerkingsverband van de Gereformeerde gezindte: de GGP. Er werd zelfs een serieus voorstel ingediend om hem daarom te royeren als lid van de SGP. Zover is het gelukkig nooit gekomen. Het wierp wel een schaduw over de laatste periode van zijn leven. Helaas heeft hij niet meer kunnen meemaken dat de affaire werd bijgelegd.

Levend in het werk des Heeren

Kennelijk heeft hij gevoeld dat het einde van zijn leven naderde. Op oudjaarsavond zei hij tegen zij vrouw: A Als er iets gebeurt, dan is het vrede @ . Nadat hij zijn avondgebed op de eerste dag van het nieuwe jaar 1992 had uitgesproken ging hij op zijn bed liggen om door een korte benauwdheid heen in te mogen gaan in de vreugde van zijn Heere. Niet lang te voren had hij nog gepreekt over Psalm 4. Nu werd het slot van dat lied realiteit: A Ik zal in vrede neerliggen en slapen; want Gij, o HEERE! alleen zult mij doen zeker wonen @ . In een dankwoord tijdens de dienst in de Oude Kerk in Putten voorafgaande aan de begrafenis sprak zijn oudste zoon: A Toen de vijand zich nog opmaakte, was de vrede al getekend. Gods tijdenleer zet onze grammatica op z = n kop @ . Al wikkend en wegend waren de woorden voor de rouwkaart op hun plaats gevallen: A levend in het werk des Heeren @ . Dit werd ook gebeiteld in de grafzerk op de begraafplaats > Schootmanshof = te Putten. Sterk is de symboliek in al zijn eenvoud. Slechts een zwakke rimpeling wordt zichtbaar aan de oppervlakte. Mijn vader was een stil water met diepe gronden in het eeuwig welbehagen van God.


[i] . In een brochure met de titel: Dominee in de politiek, verantwoording van een weg , De Banier, Utrecht 1966, pag. 3

[ii] . Zie: Biografisch Woordenboek van Nederland - deel 5 , uitgave Instituut voor Neder­landse Geschiedenis (ING), onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Weten­schappelijk Onderzoek (NWO), 's-Gravenhage 2001, pag. 3-5

[iii] . Dit schreef hij in zijn vaste rubriek Courante Commentaartjes voor het blad Om Sions Wil , 11 maart 1961

[iv] . Deze brief werd gepubliceerd in De Banier van 21 september 1963

[v] . Nieuwe Haagse Courant , 4 oktober 1961

[vi] . Zo liet hij Rik Valkenbrug weten in een discussie-interview voor Koers, later gepubliceerd in Waar het om gaat , Dordrecht 1971

[vii] . In de genoemde brochure Dominee in de politiek, Utrecht 1966 heeft hij openhartig getuige­nis afgelegd over de wijze waarop hij de leiding van God in deze moeilijke periode heeft ervaren

[viii] . Opgenomen in de bundel Woord en Wet, 1918-1988, 70 jaar SGP, > s-Gravenhage1988, pag.206-211

[ix] Drs. G. Van Leijenhorst: Ds. Abma, waardig theocraat ...., met humor , In het boek: Dominee in de politiek , onder redactie van mr. G. Holdijk, > s-Gravenhage 1982, pag 45

[x] . Dr. D. Dolman, Getuigenis van de kamervoorzitter , In het boek Dominee in de politiek , onder redactie van mr. G. Holdijk, > s-Gravenhage 1982, pag 24

[xi]Van Goedertierenheid en Trouw , 75 jaar Staatkundig Gereformeerde Partij (1918-1993), 's-Gravenhage 1993, pag 58vv

[xii] . A. de Jong, Niet iedereen begreep Abma de fijnzinnige , In de serie over Dominee in de politiek van het Reformatorisch Dagblad 15 maart 1999

[xiii] . Van Goedertierenheid en Trouw , > s-Gravenhage 1993, pag. 125

[xiv] . Idem Van Goedertierenheid en Trouw , 's-Gravenhage 1993, pag 70

 

Doorzoek de pagina

Bezoekers

Artikelweergaven (hits) : 300660