• Decrease font size
  • Reset font size to default
  • Increase font size

Nieuws

20-08-2016: Link naar brief over ziekte

Tips!

Gebruik het email icoon voor een printervriendelijke versie!
Probeer ook eens de zoekmachine rechts bovenin! Ongetwijfeld bespaart dat veel moeite bij het zoeken.
Besprenkelen en onderdompelen PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door G. Hette Abma   
dinsdag 13 november 2007 07:45

Hette Abma geeft een ‘update’ van het hoofdstuk uit de geloofsleer over de doop. De doop der besprenkeling voor zuigelingen, de doop door onderdompeling voor volwassenen. Waarom niet?

G. Hette Abma

Onze oren tuiten als we van een enthousiaste catechisant te horen krijgen dat hij zich tijdens een evangelisch jongerenfestival in het Veluwemeer heeft laten dopen. Dolgraag greep hij de mogelijkheid aan om tot uitdrukking te brengen dat hij radicaal voor God wil gaan. Een al wat ouder geworden gemeentelid vertelt in bevlogen woorden een vergelijkbaar verhaal over een reis naar het voormalige Oostblok. Geweldig toch iets te kunnen doen voor broeders en zusters met een veel lagere levensstandaard dan wij. Maar tevens wordt heel wat terug ontvangen. Hoe bemoedigend is de ontmoeting met medegelovigen. Een onvergetelijke ervaring om zomaar ergens in een rivier gedoopt te worden! Wat moet je met zulke verhalen?

Fanatiek
Als vroeger bij betrokken gemeenteleden - die ooit als kind gedoopt werden - het verlangen gewekt was zich als volwassene te laten dopen dan kon je voorspellen wat de consequentie zou zijn. Dit betekende vaak dat ze na indringende gesprekken het besluit namen naar een pinkstergemeente of evangelische groep over te gaan. Tegenwoordig is er helemaal niet de intentie de kerk te verlaten. Op het punt van de doop is er verschil van inzicht, maar verder voelt men zich helemaal op zijn plaats in de eigen gemeente. Wat moeten ouders ermee aan? En hoe kunnen kerkenraden het beste op dergelijke ontwikkelingen inspelen?
Soms wordt snoeihard gereageerd. Zo iets is beslist niet te aanvaarden. Destijds ben je gedoopt als kind. Zo heeft de HERE bekrachtigd dat je tot het verbond behoort. Dit is een eenmalig, onherhaalbaar gebeuren. Als je nu verlangt als volwassene gedoopt te worden, dan is de betrouwbaarheid van God in het geding. Waarom – vraag ik me af - moet er zo fanatiek gereageerd worden? In de praktijk van het kerkelijk leven blijkt zelfs dat degenen die zich hebben laten ‘overdopen’ opeens te horen krijgen dat ze niet meer aan het Avondmaal mogen deelnemen. Maar waar zijn we dan in de Naam van de Here Jezus mee bezig?
Het lijkt me raadzaam om binnen de Protestantse Kerk over deze vragen openhartig met elkaar te spreken. Inmiddels blijkt zo’n gesprek al wat op gang te komen. Graag wil ik mijn visie erop geven als bijdrage in de gedachtewisseling. Dit lukt me waarschijnlijk het beste als ik dit naar voren breng aan de hand van mijn biografie als predikant van enkele hervormde gemeenten.

Poortvliet
Destijds begon ik mijn ambtelijke loopbaan in Poortvliet op het eiland Tholen. Al snel bleek dat het van pas kwam dat we in de studentenkringen stevig met elkaar in gesprek waren gegaan over de vragen rond het verbond van God. Als toppunt van degelijkheid lapt men de doop aan de vrome laars. Men beschouwt dit sacrament namelijk slechts als een bevestiging van het feit dat we tot het uiterlijke verbond van God behoren. Wat ooit dr. J.G. Woelderink als “De gevaren van de doopersche geestesstroming” (’s-Gravenhage, 1941) signaleerde, kun je nog altijd tot je schrik op het eiland terugvinden. Al zijn geschriften las ik met intense aandacht om zo schijnvroom verzet tegen de genade op bijbelse wijze te kunnen ontmaskeren. Ook bestudeerde ik het boek over “De kinderdoop” van J.A. Wormser (Amsterdam 1853). De intentie van dit geschrift is mooi samen te vatten in de these: als we onze doop leren verstaan, zijn we gered! Met heel je zondige hebben en houden ben je overgeschreven op de Naam van onze unieke Verlosser. Wanneer je dit beseft hoef je als catechisant geen belijdenis te doen om vervolgens toch niet deel te nemen aan het Heilig Avondmaal. Naar de hoogste wijsheid in de vrome kring ontvang je bij de belijdenis slechts een kerkelijk recht, maar nog geen goddelijk recht om aan de maaltijd des Heren deel te nemen. Door de geestelijke strijd gedurende de eerste jaren van mijn predikantschap leerde ik eens en voorgoed zien wat de gratia preveniens is: de genade van God die aan al onze eigen worsteling en strijd voorafgaat. Als je daarvan doordrongen raakt, hoef je nooit op je eigen inzet terug te vallen. Graag haalde ik aan hoe Luther tijdens zijn heftige aanvechting met een krijtstift op zijn bureaublad schreef: baptizatus sum. Het is een uniek houvast te weten: ik ben gedoopt!

Baby
Toch werd er bij mij ook enige twijfel gewekt. Er was namelijk een wat oudere vrouw die vroeger van het eiland was vertrokken en uiteindelijk aansluiting had gevonden bij een volle evangeliegemeente. Ze had zich daar als volwassene laten dopen. Nadat ze haar werk had beëindigd keerde ze terug naar haar geboortedorp en gaf zorg aan haar hoogbejaarde vader. Soms bezocht ze elders de samenkomsten van een pinkstergemeente maar verder leefde ze weer intensief met onze hervormde gemeente mee. Op de bijeenkomsten van de bijbelkring had ze een waardevolle inbreng. Op de kerkdiensten reageerde ze vaak in positieve zin, alleen vroeg ze permissie na een doopdienst te mogen zeggen: “dat kan ik absoluut niet beamen. Aan alles is het me duidelijk dat u spreekt uit een diepe overtuiging. Maar hoe kan wat Paulus schrijft gelden van hen die als baby gedoopt worden? De apostel roept toch in herinnering wat gemeenteleden bij volle bewustzijn hebben meegemaakt: “weet gij niet dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn”? (Rom.6:3)

Goed recht
Meerdere keren werd me in de loop der jaren gevraagd naar het goed recht van de kinderdoop. Er staat toch: “wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden.” (Mark. 16:16) Keurig netjes antwoordde ik: dat gold in de zendingssituatie. Uiteraard werden de zogenaamde oikos-teksten er door mij bij gehaald: Lydia en ook de gevangenisbewaarder werden gedoopt en hun huis. Snel voegde ik eraan toe: we moeten er maar niet over bekvechten of er een wieg stond bij die vrouw van de haute couture of een box bij de cipier van Filippi. Maar wat denk je wat er gebeurde als er een kind was? Nu dit werd gedoopt! Wat het behoorde immers tot het verbond van God. Over teksten moeten we maar niet redetwisten, de kinderdoop wordt bediend op basis van het verbond van God.
Inmiddels ben ik tot de overtuiging gekomen dat een frequent gebruikt argument vóór de kinderdoop beslist niet geldig is, namelijk de stelling dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen. Met die bewering komen we onvermijdelijk in de sfeer van de vervangingstheologie. Nog altijd worden Joodse jongetjes op de leeftijd van acht dagen besneden. Zelfs kinderen van Joden die belijden dat Jezus de Messias is. Geen probleem zou ik denken. Jezus werd eerst besneden en liet zich later dopen!
Laat er geen misverstand rijzen: ik kan gelukkig nog steeds uit overtuiging kinderen dopen. Ze behoren immers tot het verbond van God. Aan de Messiasbelijdende Jodin Rebecca de Graaf-van Gelder die opteerde voor het dopen van volwassenen vroeg ik destijds: als gelovigen uit de volken kregen onze heidense voorouders een plaats in de olijfboom. Het is toch niet steeds weer nodig dat iedere generatie opnieuw geënt wordt in de edele olijf? Ze wist me geen antwoord te geven.

Verkeerd teken
In mijn huidige gemeente Gouda spelen vragen rond de doop al vele jaren een rol. Toen enkele medewerkers van de koffiebar zich lieten dopen veroorzaakte dat nogal commotie. De kerkenraad vroeg aan prof. dr. C. Graafland tijdens een gemeenteavond daarover te spreken. Later werd zijn gefundeerde reactie uitgeven: volwassendoop, kinderdoop en herdoop. (Amersfoort, 1979) Toch blijft de kwestie van de zogenaamde herdoop de gemeente beroeren. Al weer enige jaren geleden verzocht ik Graafland present te zijn bij een serie gespreksavonden. Wat me vooral is bijgebleven was de vraag van een jeugdig gemeentelid: zou het misschien kunnen zijn dat er destijds een verkeerd teken gekozen is om te bevestigen dat iemand tot het verbond van God behoort? Daar wisten wij allebei geen antwoord op te geven. Op dit moment neem ik aan dat we het beschouwd hebben als een retorische vraag!

Laurenskerk
Een lang verhaal zal ik moeten inkorten. Het is een hele puzzel aan te geven wat er in de Bijbel geschreven is over de doop. Ik waag het erop te poneren dat je uit volle overtuiging jonge kinderen kunt dopen en tevens verklaren dat je ook stevige argumenten kunt aandragen voor de doop op belijdenis. In de Laurenskerk worden de ouders op een verrassende manier met die gedachte geconfronteerd. Als ze hun kind laten dopen zien ze hoe Han Petri in zijn ontwerp van het doopvont drie volwassen mensen de handen omhoog laat steken. Gaat het er niet om dat je bewust oprijst uit het water om een nieuw leven te leiden? Het randschrift laat er geen twijfel over bestaan: “Indien wij dan met Christus gestorven zijn geloven wij ook dat we met Hem zullen leven.” Opeens blijkt dat het doopwater kruipt waar het dogmatisch en kerkordelijk gezien niet gaan kan!

Opnieuw dopen
Op welke manier moeten we ermee omgaan als zeer betrokken gemeenteleden zich opnieuw laten dopen? Moeten we tot in lengte van dagen als Protestantse Kerk een verzoek om met onderdompeling gedoopt te worden afwijzen? Missen we dan niet de ark van het behoud met een groot aantal leden die heel sterk betrokken zijn op Jezus Christus als hun unieke Redder? Geruime tijd heb ik zitten peinzen over deze vragen. Om te beginnen weten we dat met het bedienen van de kinderdoop de zaak nog niet afgerond is. In mijn vorige gemeente waren veel ouders die hun kind wilden laten dopen, maar zelf nog geen belijdenis hadden afgelegd. Als kerkenraad vroegen we hen een serie gespreksavonden te volgen over alles wat daarmee te maken heeft. Velen kregen net het duwtje dat ze nodig hadden om belijdenis te doen. Gelukkig maar want wat betekent de Doop voor iemand als hij nimmer persoonlijk belijdenis van het geloof aflegt?
 
Volwassendoop
Wanneer iemand als kind gedoopt werd en later het verlangen krijgt om als volwassene gedoopt te worden, moeten we daar niet zo spastisch op reageren. Je zou kunnen denken aan een extra onderstreping van wat in de kinderdoop reeds gegeven is. Gelet op de traditie van de Reformatie moeten we blijven benadrukken, dat het niet nodig is voor iemand die als kind het teken van de doop ontving nog eens als volwassene gedoopt te worden. Het mag wel, als men de kinderdoop maar niet veracht. Het zal ten diepste gaan om een verdere ontplooiing.
Ooit schreef de apostel over de basic zaken, die hij bekend veronderstelde. In dat verband wordt over de leer der dopen gesproken (Hebr. 6:2). Ik wil proberen een update van dit hoofdstuk uit de geloofsleer te geven door te spreken over de doop der besprenkeling voor zuigelingen en de doop door onderdompeling voor volwassenen. Uiteraard is die laatstgenoemde doop bedoeld voor iemand die nog niet eerder gedoopt werd en op latere leeftijd tot geloof komt, maar deze kan voortaan ook worden bediend aan iemand die graag een bevestiging van zijn kinderdoop wil ontvangen. Voor alle duidelijkheid wil ik nogmaals aangeven: het gaat niet zoals men vaak suggereert om de afwijzing van de kinderdoop, maar juist om de bevestiging daarvan. Inmiddels is door de preses van de synode het voorstel gedaan in die situatie te denken aan voetwassing. Dit beantwoordt zeker niet aan het verlangen van hen die de doop door onderdompeling bewust willen ervaren. Soms wordt laatdunkend gesproken over een behoefte die voorkomt uit onze emotiecultuur. Is dat terecht? Heeft Paulus niet het accent gelegd op het beleven van het sterven en de opstanding van de Here Jezus? Het verlangen naar een duidelijke markering van de besliste keuze van het geloof durf ik niet te diskwalificeren.
Waarschijnlijk is de rite van de voetwassing een adequate respons op de vraag van iemand die ooit door onderdompeling werd gedoopt en na vervreemd te zijn van de dienst van God op de dwaling van zijn weg terugkeert.

Het zou me niet verwonderen wanneer mensen met bevreemding op mijn voorstel reageren. Maar op deze manier kunnen we een akelig dilemma overstijgen. Vanuit klassiek gereformeerd standpunt hoeft niet meer zo verschrikt gereageerd te worden wanneer iemand die als kind gedoopt werd graag bewust de aanvaarding van Jezus als Here en Heiland wil ervaren in de doop door onderdompeling. Wie vanuit evangelische bevlogenheid daar erg voor pleit wordt gemaand tot voorzichtigheid: de mogelijkheid bestaat om als volwassene gedoopt te worden, maar je redding hangt er echt niet van af.

Ds. G. Hette Abma is als predikant verbonden aan de St.-Janskerk te Gouda

Artikel in Woord en Dienst van 26 oktober 2007
 

Doorzoek de pagina

Bezoekers

Artikelweergaven (hits) : 283082