• Decrease font size
  • Reset font size to default
  • Increase font size

Nieuws

20-08-2016: Link naar brief over ziekte

Tips!

Gebruik het email icoon voor een printervriendelijke versie!
Probeer ook eens de zoekmachine rechts bovenin! Ongetwijfeld bespaart dat veel moeite bij het zoeken.
Is de doop in de plaats van de besnijdenis gekomen? PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door G. Hette Abma   
zaterdag 03 april 2004 07:49

Is de doop in de plaats van de besnijdenis gekomen?

Graag wil ik ieder uitnodigen te kijken naar een oud wandtapijt, dat dateert uit de zestiende eeuw. Aangezien links boven een grote zevenarmige kandelaar staat afgebeeld, kan het voor ons direct duidelijk zijn dat er een indruk gegeven wordt van de wijze waarop het joodse geloof beleefd wordt. Op dezelfde manier is het voor geen misverstand vatbaar dat op de rechterzijde van het wandkleed de christelijke symbolen in beeld komen. Door het magnifieke kruis wordt die idee bevestigd. Als er iemand Hebreeuwse letters kan lezen, wordt gevraagd wat er op die antieke twee-zitsbank geschreven staat. Het blijkt een meubel te zijn, waar in de loop der eeuwen gebruik van gemaakt werd bij een besnijdenisplechtigheid. Links neemt de gelukkige persoon plaats die de kleine jongen mag vasthouden en de rechtse plek blijft open, want die is voor Elia. Aan de presentie van deze profeet wordt bij iedere mielàh (besnijdenis) gedacht om het verlangen naar de Messiaanse tijd levend te houden. Direct valt het ons op dat er in het patroon donkerrode draden zijn geweven, zodat de aandacht naar links gericht wordt op een doopvont direct onder het reeds genoemde immense kruis.

Het mag ons niet ontgaan dat de kunstenaar heeft willen aangeven dat de besnijdenis als het oude teken van het verbond van God met Israël uiteindelijk zijn vervulling heeft gevonden in de doop. Linksboven is alles met donkere tinten weergegeven, terwijl rechtsonder alles blinkt van de goudgele kleurstelling. In onze verbeelding is de tapissier een tijdgenoot van Petrus Datheen, die destijds het formulier heeft opgesteld dat nog steeds in orthodoxe gemeenten wordt gelezen voorafgaande aan de bediening van de heilige doop. Door de gedachten van de tapijtwever spelen kennelijk steeds weer de woorden: dewijl dan nu de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen .... Ook al hebben we een grote bewondering voor het artistieke vermogen van de man die het wandkleed heeft gemaakt, toch dringt zich onvermijdelijk aan ons de vraag op of hij wel een juiste voorstelling van de heilszaken geeft.  Alle reden voor ons om daar eens wat dieper op in te gaan.

Nog steeds worden Joodse jongetjes besneden

Nog altijd is de besnijdenis voor het Joodse volk een belangrijke ceremonie. Da's geen wonder. De Eeuwige gaf daartoe ooit nadrukkelijk aan Abraham de opdracht: ADit is mijn verbond, dat gij houden zult tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde. Gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u. Wie acht dagen oud is, zal besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten (....) zo zal mijn verbond in uw vlees zijn tot een eeuwig verbond (Genesis 17:10vv). Het is opmerkelijk hoe het volk daaraan heeft vastgehouden. De profeten gingen enorm te keer tegen degenen die een gemengd huwelijk aangingen, zich verslingerden aan de afgodendienst of de sabbat ontheiligden, maar er klinkt geen verwijt vanwege het feit dat het inwijdingsritueel  van de besnijdenis achterwege gelaten werd. Zelfs in tijden van bittere vervolging was men bereid grote gevaren te trotseren. De rite werd zelfs geheiligd door het martelaarschap. Er stond immers een enorme sanctie op als het gebod niet werd nagekomen: AEn de onbesnedene, de man namelijk, die het vlees van zijn voorhuid niet laat besnijden, die mens zal verwijderd worden uit zijn volksgenoten: hij heeft mijn verbond verbroken (Genesis 17: 14).

Het is een geweldig voorrecht het teken van Gods verbond te mogen dragen. Toch wijst rabbijn S. Ph de Vries erop dat het niet een soort insigne of kokarde is waarmee men in bepaalde omstandigheden kan pronken of die in precaire omstandigheden kan worden afgelegd en thuisgelaten. Abraham en al zijn nakomelingen zullen het teken aan hun lichaam dragen. Op een veelbetekenende plek. Het allesbeheersend principe van het geloof wordt door de Eeuwige aangeduid: Heilig zult gij zijn, want Ik de HERE ben heilig (Leviticus 19). Daarin ligt de roeping tot de heiliging van het gehele leven opgesloten. Zelfs de meest intieme kant hoort daarbij. Ook de geslachtsdrift dient geheiligd te worden. Anders dreigt het gevaar van liederlijkheid. Dit was reeds bekend voordat men in commerciële televisieprogramma's  pogingen ging ondernemen om op vulgaire wijze in te spelen op sluimerende begeerten. Door de besnijdenis wordt een waarschuwing gegeven tegen een ontaarde manier van lustbevrediging. Tegelijk is door deze ingreep de seksuele opwinding voorgoed verzwakt. Het vormt een blijvend teken van levensheiliging. Na afloop van de ceremonie zegt de vader: Gezegend zijt Gij, o HERE onze God, Koning van het heelal, die ons geheiligd hebt met uw geboden en ons opgedragen hebt om onze zonen in het verbond van Abraham, onze vader te laten opnemen. Alle aanwezigen reageren daarop met de wens dat de kleine jongen zal mogen opgroeien tot een gelovige Jood. Zonder het zich nog bewust te zijn heeft hij het teken van het verbond ontvangen. Het verlangen leeft dat hij zich later de oneindige waarde daarvan zal realiseren. Dan blijkt het niet slechts om het uiterlijke teken van het verbond te gaan, maar vooral ook om de besnijdenis van het hart. Dat hoort samen te gaan. Alleen op die manier zal het volk aan de door God gegeven roeping kunnen beantwoorden.

En de volgelingen van Yeshua?

Het ligt voor de hand als iemand zich afvraagt: waarom worden alle volgelingen van Yeshua eigenlijk niet besneden? Van origine horen de niet-Joodse gelovigen niet bij het verbond van God met Israël. Als onbesnedenen waren zij uitgesloten van de gemeenschap van Israël en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. Daaraan is een eind gekomen toen de Messias de scheidingsmuur heeft neergehaald door zijn dood aan het kruis. Door zijn komst verkondigt Hij shalom aan hen die veraf waren en die dichtbij waren. Gojim zijn niet langer vreemdelingen en bijwoners, maar mogen nu medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods zijn. Tegelijk heeft Yeshua haMessiah wel de wet der geboden met de diverse verordeningen buiten werking gesteld, schrijft Paulus in de veelzeggende passage van de Efezebrief (2:11-22). Als er dan ook op getamboerd wordt dat de besnijdenis een noodzakelijke conditie is voor de gelovigen uit de gojim om in de verlossing te delen, dan keert de apostel zich in een felle polemiek tegen dergelijke drijvers. Paulus bespeurt daarin een wettische miskenning van het feit, dat het heil alléén in Yeshua is gelegen. Dit werd kort en bondig door hem geformuleerd: Indien gij u laat besnijden, zal de Messias u niets baten (Galaten 5:2).

Moeten we uit deze felle pennestrijd de slotsom trekken, dat de apostel zich absoluut keert tegen de besnijdenis? Op die vraag zullen we heel behoedzaam een antwoord moeten zoeken. Het had de goedkeuring van Paulus dat zijn medewerker Timotheus besneden werd. Wat dit betreft wilde hij de Joden ter wille zijn (Handelingen 16:3). Met deze gedragslijn kwam hij kennelijk niet in conflict met zijn felle afwijzing van de besnijdenis, zoals we die in de Galatenbrief tegenkomen. Overigens lezen we daar wel dat hij niet wil zwichten voor de pressie van de messiasbelijdende Joden, die willen dat een andere medewerker Titus besneden wordt. Daarbij is de vrijheid in Christus in het geding (Galaten 2:3v). Titus was immers van origine een Griek. In die situatie zou de besnijdenis een verloochening inhouden van de belijdenis dat het heil alleen ligt in Yeshua haMessiah. Alleen als het dus gaat om gelovige Joden, dan is in de optiek van Paulus de besnijdenis geoorloofd. Als wordt beweerd dat deze apostel Joden ertoe stimuleerde met de thora van Mozes de hand te lichten en hun kinderen niet te besnijden, dan wordt dit gerucht direct ontzenuwd (Handelingen 21: 20vv). Uit alles blijkt dat de besnijdenis het teken blijft van de uitverkiezing van Israël. Nergens lezen we dat de besnijdenis voor hen die in Yeshua zijn gaan geloven een achterhaalde ceremonie zou zijn. Was het de overtuiging van Paulus geweest dat de doop in de plaats van de besnijdenis was gekomen, dan zou dat in het geval van Timotheus ongetwijfeld naar voren gekomen zijn. Alles wijst erop dat de doop een andere functie heeft. Daarbij gaat het om de inlijving in Christus en in het lichaam van Christus, zijn gemeente.

Continuïteit van het verbond

Hoe zit het met de doop van de gelovigen uit de volken? Wie belijden dat Jezus hun Heer en Heiland is, mogen worden gedoopt. Maar hoe gaat het met de kinderen? Volgens een oude traditie dienen die ook gedoopt te worden, omdat zij van hun geboorte af bij de kerk behoren. In de gereformeerde traditie geldt daarbij als doorslaggevend argument de overtuiging dat de doop in de plaats van de besnijdenis gekomen is. Zo staat het niet alleen in het liturgische formulier, maar ook in de belijdenisgeschriften. Dat is geheel in de lijn van het theologisch denken van Calvijn (Institutie IV, 16). Ooit heeft God  het verbond met Abraham en al zijn nakomelingen opgericht met het daarbij behorende teken van de besnijdenis. Naar analogie daarvan is er ook een verbondsmatige samenhang der geslachten in de gemeente des Heren, die bekrachtigd wordt met het teken van de doop. Door de wederdopers werd die parallellie bestreden. Naar hun inzicht werd de volksgemeenschap van Israël bijeengehouden door de band van het bloed. In reactie daarop heeft de Hervormer van Genève gesteld, dat het bij de besnijdenis niet gaat om de bloedverwantschap, maar om een teken van het verbond. Aan het Joodse volk waren niet alleen garanties geschonken betreffende een aardse toekomst, maar ook geestelijke beloften voor de eeuwige redding van het volk van God. Besnijdenis en doop zijn slechts verschillend wat de uiterlijke ceremonie aangaat, maar hebben uiteindelijk betrekking op hetzelfde heil.

Bij Calvijn wordt een sterk accent gelegd op de continuïteit van het oude en nieuwe verbond. In wezen en kern is er helemaal geen verschil, alleen de bediening verschilt (Institutie II, 10,2). Door de evangelisten wordt verkondigd dat de Messias is gekomen, maar bij Mozes en de profeten wordt de komst reeds aangekondigd. Abraham heeft van verre de dag van de Messias gezien (Johannes 8:56). Hieruit kan de conclusie getrokken worden, dat het ten diepste slechts gaat om één verbond, waarvan Yeshua haMassiah het fundament is. In de Heidelbergse Catechismus wordt dit geloof in de ene heilige, katholieke kerk prachtig onder woorden gebracht, namelijk: dat de Zoon van God uit het hele menselijk geslacht zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door zijn Geest en Woord, in enigheid van het ware geloof, van het begin der wereld tot aan het einde, vergadert, beschermt en onderhoudt (antwoord 54). Een prachtige bron van inspiratie voor wie een wandkleed wil maken of een schilderij. Vanuit een verrassende invalshoek wordt een indruk gegeven van het verlossingswerk van Christus.  Betekent dit echter dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen?

Wie de veronderstelde parallellie van doop en besnijdenis ontkent, die moet wel voor de gevolgen willen instaan. De hele dogmatiek wordt uit de voegen gelicht. Of anders gezegd: het gevaar dreigt dat het schitterende wandtapijt met de voorstelling van het joodse en christelijke geloof geruïneerd wordt. Op grond van kunsthistorische overwegingen verdient het daarom aanbeveling ervoor pleiten een schilderij of wandkleed ongemoeid te laten. Het behoudt voor ons zijn waarde als de uitdrukking van het geloof in vroeger eeuwen. Maar wat de geloofsleer betreft kunnen we een poging doen opnieuw te vertolken wat de kern van de bijbelse boodschap is. Een eigentijds kunstenaar kan proberen daar een goede impressie van te geven. In dit artikel wil ik slechts met enkele houtskoollijnen een beeld schetsen van de verhouding van het volk van Gods bijzondere liefde en de gemeente van Jezus Christus.

Het verbond altijd met Israël gesloten

De notie van het verbond speelt in Tenach, het zogenaamde Oude Testament een belangrijke rol. Op die manier wil de HERE het heil realiseren. Als de God van het verbond geeft Hij aan Israël de belofte van zijn trouw en vraagt van zijn volk de gehoorzaamheid van het geloof. Telkens blijkt de verbondspartner ontrouw aan de dag te leggen. Dan neemt God telkens het initiatief om een nieuwe verbondsrelatie aan te knopen. De profeet Jeremia heeft daar op de meest karakteristieke wijze over gesproken. Aangezien dit getuigenis zo'n fundamentele betekenis heeft, wil ik het in zijn geheel citeren: Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des HEREN. Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des HEREN: Ik zal mijn thora in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer een ieder tot zijn naaste en een ieder tot zijn broeder zeggen: Ken de HERE, want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HEREN, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken (Jeremia 31: 31-34).

Bij de vernieuwde verbondsluiting blijkt het te gaan om een renovatie van het oude relatie, die helaas door de zonde van het volk tot een fiasco is geworden. Er worden forse maatregelen getroffen. Het blijkt onvoldoende te zijn dat de wil van God in stenen tafelen geschreven is. Door de werking van de Geest wordt de thora in het hart geschreven, zodat het volk van binnenuit gedrongen wordt naar Gods wil te handelen. Calvijn heeft de spijker op de kop geslagen met zijn opmerkingen betreffende de eenheid van het oude en het nieuwe verbond. Er is sprake van continuïteit. Het vernieuwde verbond is substantieel hetzelfde als de vroegere relatie van God met zijn volk.  Waar de HERE eens zijn woord heeft gegeven, daar blijft dat nog altijd van kracht. Het moet ons evenwel bij nader inzien te denken geven dat er in het zogenaamde Nieuwe Testament veel minder over het verbond geschreven wordt. Helaas kwam men in de geschiedenis der kerk tot de voorbarige conclusie dat Israël het oude verbondsvolk is in tegenstelling tot de kerk als de gemeente van het nieuwe verbond. Ieder verbond is echter met Israël gesloten! Lees het nog maar eens opnieuw in het gedeelte dat werd aangehaald uit de profetie van Jeremia. Ook Paulus spreekt er op dezelfde manier over als hij worstelt met de vraag betreffende de positie van het uitverkoren volk, nadat het merendeel van de Joden Jezus als hun Messias heeft verworpen. De privileges blijven onverkort gelden, want voor zijn broeders naar het vlees zijn de verbonden (Romeinen 9:4). Uiteindelijk zal dan ook heel Israël behouden worden. Want eens gaat de belofte van het nieuwe verbond in vervulling, als de HERE hun zonden zal wegnemen (Romeinen 11: 26v).

Verbondmatig handelen in de gemeente
 
Israël blijft altijd een unieke plaats behouden in het heilsplan van God. Welke positie neemt de gemeente van de gelovigen uit de volken dan in?  Daarvan geeft de apostel het magnifieke beeld van de wilde loten die in de edele olijfboom geënt worden (Romeinen 11: 13-24). Op die manier mogen wij er ook bij horen. Primair is steeds het verbond met Israël gesloten en niet zomaar met ons. Wij zijn als bij Israël ingelijfd en mogen de naam van Sions kinderen dragen (Psalm 87). Ongetwijfeld wil God ook in de gemeente van zijn Zoon verbondsmatig handelen. Men kan dan twisten over de vraag of de teksten waar gesproken wordt over de doop van de huisgemeenschap van Lydia (Handelingen 16:15) of van de cipier van Filippi (16:31-34) daarvoor een bewijs leveren. Wij weten immers niet of ze reeds uit de kleine kinderen waren of dat die nog bij hen over de vloer kropen. Wel wordt er onmiskenbaar op een collectieve manier gedacht. Op grond daarvan is het niet vreemd dat men er reeds in het begin van de geschiedenis der kerk toe kwam om kleine kinderen te dopen.

Vervangingsideologie afzweren

Als steekhoudend argument voor de kinderdoop kunnen we beslist niet aandragen met de overweging, dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen. Maar wordt daarover niet gesproken door Paulus in zijn brief aan de gemeente van Colosse (2:11v)?  Die tekst moet nog wel aan de orde komen. Steeds heeft men daarin een Schriftbewijs gevonden voor de stelling, dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen. Al moest wel worden toegegeven, dat het de enige tekst is waar een uitdrukkelijk verband gelegd wordt. Wat wil de apostel daar zeggen? Moet de doop gezien worden als de vervulling van de besnijdenis, zodat de oude ceremonie achterhaald blijkt te zijn? Iets dergelijks staat er niet al is het er wel vlotweg in gelezen. Paulus wil zeggen dat de zegenrijke betekenis van de besnijdenis die Christus zelf onderging door de doop op ons wordt toegepast. Daarom is het niet het werk van mensenhanden. Het gaat om een innerlijke realiteit door de werking van de Geest, die ons immers het heil eigen maakt dat we in Jezus mogen hebben. Niet slechts de voorhuid wordt verwijderd, maar heel het lichaam van het vlees. Derhalve mogen we dankzij het geloof in Jezus weten dat ons oude, zondige bestaan is afgelegd. Bij de doop blijkt het te gaan om eenzelfde realiteit van de verlossing als bij de besnijdenis. Het is echter niet Gods bedoeling het ene teken tegen het andere in te wisselen. Een zorgvuldige bestudering van de Bijbel brengt tot de slotsom, dat de besnijdenis gewaardeerd moet worden als het blijvende teken van de uitverkiezing van Israël. Nimmer kan de gedachte aan vervanging bij God een rol gespeeld hebben. Zoals de kerk niet in de plaats van Israël is gekomen, zo ook de doop niet in de plaats van de besnijdenis. Die vervangingsidee moeten we nu eindelijk eens definitief afzweren. In de loop van de christelijke jaartelling heeft die ideologie al zo ontzettend veel onheil veroorzaakt. Laten we daarom niet weer een barrière leggen op de weg van het heilshandelen van God met zijn eens en voor altijd uitverkoren volk Israël.

 

Doorzoek de pagina

Bezoekers

Artikelweergaven (hits) : 283087