• Decrease font size
  • Reset font size to default
  • Increase font size

Nieuws

20-08-2016: Link naar brief over ziekte

Tips!

Gebruik het email icoon voor een printervriendelijke versie!
Probeer ook eens de zoekmachine rechts bovenin! Ongetwijfeld bespaart dat veel moeite bij het zoeken.
Waarom vieren we de sjabbat niet? PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door G. Hette Abma   
maandag 28 juli 2003 07:50

Waarom vieren we de sjabbat niet?

 

Een klein beetje geïnteresseerde catechisant moet het op een gegeven moment opvallen, dat er in heel wat kerken met regelmaat gelezen word­t: Gedenk de sabbat dat gij die heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden, maar de zevende zult gij geen werk doen. Terwijl wij hebben echter op de eerste dag van de week rusten. Toch eens vragen aan de dominee: hoe zit dat eigenlijk? Uiteraard weet deze direct te vertellen, dat wij op de zondag gedenken dat de Here Jezus uit de doden is opgewekt. Of het vierde gebod voor ons niet letterlijk geldt, daar kan hij niet meteen uitsluitsel over geven. Dat zou hij toch eerst nog eens wat verder moeten bestuderen. Een volgende keer komt hij er dan graag op terug. In ieder geval durft hij niet meer zo onbekommerd als predikanten in vroeger tijd te zeggen, dat de christelijke zondag in de plaats van de joodse sjabbat gekomen is.

 

Door een vrij argeloze vraag worden we geconfronteerd met een netelig vraagstuk. Ongemerkt wordt door ons een terrein betreden, dat vol zit met anti-joodse voetangels en zelfs antisemitische klemmen. Oplettendheid is derhalve geboden. Laten wij niet te snel in zelfgenoegzaamheid denken dat we nooit in zo'n valstrik zullen lopen. De ge­schiedenis leert dat het de beste vertegenwoordigers van de christelijke gemeente is overkomen.

 

 

Geldt het vierde gebod nog?

 

Dikwijls wordt erop gewezen dat in het zogenaamde Nieuwe Testament nergens te lezen is dat van de volgelingen van Jezus uitdrukkelijk gevraagd werd om het gebod van de sjabbat te onderhouden. Wel krijgen we enkele keren te horen, dat de discipe­len en de gemeente op de eerste dag der week samenkwamen (Joh. 20:19, 26; Hand. 20:7; 1 Kor.16:2). Maar is daarmee tegelijk ook gezegd, dat de zondag in de plaats van de sjabbat gekomen is? In de calvinistische traditie met een sterke nadruk op de eenheid van het oude en nieuwe verbond is daar vaak voetstoots vanuit gegaan. Met name mannen als Gisbertus Voetius en Jacobus Koelman hebben op grond daarvan een pleidooi gevoerd voor een zeer strikte viering van de zondag.

 

Wanneer een veel minder strakke opvatting gehuldigd wordt, beroept men zich op bepaalde uitspraken van Paulus. Daarin wordt namelijk de indruk gewekt, dat er voor christenen geen directe aanwijzing bestaat om een speciale rustdag te houden. We behoeven volgens de apostel van de gojim niet de ene dag boven de andere te stellen. Op dit punt moet ieder zelf in zijn geweten overtuigd zijn wat goed is (Rom. 14:5). Wanneer er echter een voor de zaligheid noodzakelijk punt van gemaakt wordt, keurt Paulus het zelfs af wanneer dagen, maanden, tijden en jaren onderhouden worden (Gal. 4:10). Verder zou hij wat laatdunkend zaken als feestdag, nieuwe maan of sjabbat getypeerd hebben als slechts een schaduw van wat komen zou. De realiteit is gegeven in Christus (Col. 2:16). Menigeen ziet daarin het bewijs, dat de viering van de sjabbat behoort tot een voltooid verleden tijd.

 

Vanuit de kerkgeschiedenis valt beslist niet te bewijzen dat de volgelingen van Jezus al heel snel de zondag hebben onderhouden op grond van het vierde gebod. Tot in de tweede eeuw vinden we bijvoorbeeld geen enkele aanwijzing dat de christenen van hun arbeid gerust hebben op de zondag. Vermoedelijk kwam men op de morgen of de avond bijeen om de verlossing van de Here Jezus te gedenken. Eerst in het jaar 321 werd door keizer Constantijn de Grote de zondag als rustdag geproclameerd. Maar ook toen bestonden er niet direct heel strenge voorschriften. Er werd desnoods gewoon op het land gewerkt. Wanneer God in zijn voorzienige bestuur daartoe de gelegenheid bood, greep men die graag aan om te zaaien of te oogsten. Intussen heeft keizer Constantijn nog niet meteen tegenover de wetsgetrouwe Joden zijn christelijke gelijk kunnen halen. De Griekse kerkhistoricus Sozomenus weet ons te melden, dat er tot in de vijfde eeuw niet alleen samenkomsten der gemeente waren op de zondag, maar ook op de sjabbat. Er bleef wel een continue strijd over de wijze waarop de zondagsrust gehandhaafd moeste worden. Op het concilie van Orleans (511) werd het bevel tot onthouding van landbouwwerkzaamheden op zondag gegeven. Maar een verbod om niet op de rustdag te rijden of eten klaar te maken of  andere huishoudelijke werkzaam­heden te verrichten wilde men niet uitspreken. Naar hun idee behoort een dergelijke benadering meer tot het Joodse bijgeloof, dan tot de christelijke levensstijl.

 

Sjabbat tot verkwikking

  

Voordat we in een antisemitische voetklem stappen is het goed ons eerst ervan te vergewissen welke betekenis de sjabbat eigenlijk heeft. Volgens een bekend kerkelijk vooroordeel heeft Jezus zijn volgelingen gelukkig bevrijd van de angstvallige onderhou­ding van het gebod betreffende een wekelijkse rustdag. Alleen reeds door wat serieuze bijbelstudie kunnen we heel wat wijzer worden. Mozes moest de kinderen van Israël manen tot het onderhouden van de sjabbat als teken van een eeuwige verbondsrelatie. Er wordt een zeer verhelderende motivatie bijgegeven. Dit wordt van hen gevraagd, omdat de HERE in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt heeft en op de zevende dag gerust en zich verkwikt heeft (Ex. 31:12-17). Wanneer we dit voortdurend bedenk­en, is het toch onmogelijk dat de sjabbat tot een kwellende aangelegenheid wordt. Dat geldt precies zo wanneer aan het volk van Israël een andere motivatie voor de viering van de rustdag gegeven wordt. Onderhoudt de dag van de sjabbat, want gij zult ge­denken dat gij een slaaf in Egypte geweest zijt en dat de HERE, uw God u van daar heeft uitgeleid (Deut. 5:12-15). Op zo'n bevrijdingsdag kun je toch moeilijk met een droefgeestig gezicht rondlopen. In tegendeel: de sjabbat mag zijn tot een verlustiging in de HERE (Jes. 58:13v). Het is dezelfde toon die de muziek maakt van het lied voor de dag van de sjabbat: Het is goed, dat men de HERE love en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste (Ps. 92). 

 

Doorgaans is het voor kerkmensen moeilijk in te leven welke vreugde de Joden ervaren tijdens de viering van de wekelijkse rustdag. Voortdurend speelt de herinnering door hun gedachten aan de conflicten van de Here Jezus met de Farizeeën en de Schriftge­leerden. We moeten ons daarbij realiseren dat het ging om een halachische discussie (gedachtenwisseling over de practijk van het onderhouden van de geboeden). De geldigheid van de  was daarbij absoluut niet in het geding. Het ging alleen om de rechte interpretatie ervan. Jezus wilde het vreugdevolle karakter ervan benadrukken. Men maakt wel op de sjabbat een os of ezel los van de voederbak om het dier te laten drinken. Waarom zou Jezus dan niet een dochter van Abraham mogen bevrijden uit de boeien waarin de satan haar reeds achttien jaar gekneveld houdt (Luk. 13:10-17)? Bij al die meningsverschillen wilde Jezus duidelijk maken, dat de sjabbat gemaakt is voor de mens en niet omgekeerd (Mark. 2:27). Hij verzette zich tegen het formalisme, omdat dan het gebod tot een dwangbuis wordt. De HERE heeft juist het heilzame oogmerk zijn schepselen met regelmaat op adem te laten komen. Een onbekommerd vieren van de rustdag mag echter niet ontaarden in een eigenmachtige invulling ervan.

 

Libertinisme

 

Je kunt zowel links als ook rechts het heilsspoor bijster raken. Om te beginnen zijn mensen altijd weer geneigd om de hand te lichten met de geboden van God. Het blijkt telkens erg moeilijk te zijn om de werkzaamheden gedurende één dag op te schorten. In de dagen van Amos horen we de handelaars verzuchten: Wanneer zal de nieuwe maan overgaan, dat wij leeftocht mogen verkopen? en de sjabbat, dat we koren mogen verkopen? verkleinende de efa en de sikkel vergrotende en verkeerd handelend met bedrieglijke weegschalen; dat wij de armen voor geld mogen kopen en de nooddruftige om een paar schoenen; dan zullen wij het kaf van het koren verkopen (8:5v). In de Heidelbergse Catechismus wordt bij de uitleg van het vierde gebod de spijker eigenlijk prachtig op de kop geslagen: Adat ik al de dagen van mijn leven van mijn verkeerde werken rust ....=. Toen Nehemia probeerde het volksleven te hervormen stuitte hij op het fenomeen dat mensen bij hun streven naar winst moeilijk de wekelijkse rustdag in ere konden houden: In die dagen zag ik in Juda, die persen traden op de sjabbat en die garven inbrachten, die zij op ezels laadden; als ook wijn, druiven en vijgen en alle last die zij te Jeruzalem inbrachten op de dag van de sjabbat en ik betuigde tegen hen ten dage als zij etenswaren verkochten (13:15vv). Het ontheiligen van de rustdag wordt hoog opgenomen. De HERE had deze bijzondere dag immers gekarakteriseerd als een teken van zijn verbond met Israël. Er stond een strenge sanctie op de overtreding van het vierde gebod: Wie op de dag van de sjabbat arbeid verricht, zal zeker gedood worden (Ex. 31:15). De schending van de zevende dag wordt dan ook genoemd als de oorzaak van rampen (Neh. 13:18, Ezech. 20:13). Het vieren van de rustdag is een proef op de som van het Sjema Jisraël: Wordt het heft in eigen handen genomen of vertrouwt men zich in gehoorzaamheid aan de Eeuwige toe?

 

Wetticisme

  

Van de weeromstuit gaan uiterst serieuze mensen over tot een soort stiptheidsactie. Wij zijn vooral bekend met een farizeïstische vertekening van het gebod. Er wordt gezocht naar een exacte omschrijving van wat niet geoorloofd is doen op de sjabbat. In de Misjna worden niet minder dan negenendertig verboden werkzaamheden opge­somd. Om enkele voorbeelden te noemen: zaaien, ploegen, oogsten, dorsen, wannen, spinnen etc. Maar ook is het niet toegestaan vuur aan te steken of te blussen, iets van de ene plaats naar de andere te dragen, twee draden te weven, twee steken te naaien of twee letters te schrijven. In de Talmoed is ook te lezen dat het doden van een luis op sjabbat wel mag, maar een vlo niet. Het laatste is namelijk een soort jacht. Met dergelij­ke voorbeelden kunnen we de overdreven ernst in een ridicuul daglicht plaatsen. Laten we dat echter niet doen. Ten diepste gaat het bij een dergelijke regelgeving om het respect voor de Eeuwige, die vraagt de sjabbat te heiligen. Om de identiteit van het Joodse volk te bewaren moet de  gehouden worden. Helaas gaat de traditie een alles overheersende rol spelen. Als getrouwe zoon van het verbond gaat Jesoea tegen die alles verstikkende tendens in. In het evangelie worden de  conflicten beschreven. De rabbi van Nazareth duldt het niet dat het feest van de sjabbat bedorven wordt. Het is een bevrijdingsdag en daarom moet niemand zich opnieuw tot slavernij laten brengen. Wetticisme is een schadelijke karikatuur van de oprechte gehoorzaamheid aan God. De  is niet bedoeld als een knellende dwangbuis. Naar de genadige bedoeling van de Eeuwige is de sjabbat goed voor de mens. Het is triest te moeten constateren dat er in de geschiedenis van de christelijke kerk vaak zo'n naargeestige zondagsviering gevon­den wordt. Het bevrijdende woord van Jezus heeft dat helaas niet kunnen verhinderen.

  

Frappante overeenkomsten

  

Wanneer we letten op de wijze waarop de Joden hun sjabbat vieren en de christenen hun zondag, dan zijn er treffende overeenkomsten aan te wijzen. Beide dagen hebben een speciaal karakter. De sjabbat wordt gevierd met het oog op het feit dat de Eeuwige gerust heeft na het scheppingswerk van zes dagen (Ex. 20) of het heugelijke gebeuren van de exodus uit Egypte (Deut. 5). Op de zondag gedenken de christenen dat Jezus Christus uit de doden is opgestaan. Het vormgeving van beide gedenk- en vierdagen is gelijk: men rust van de dagelijkse arbeid en men wijdt zich aan de lofprijzing van God. Zowel bij de viering van de sjabbat als ook bij het in ere houden van de zondag kan een droevige vertekening opgetreden. Wie niet echt bevrijd is, weet niet van ophouden. Uit reactie tegen het libertinisme laat men zich een wettisch juk op de schouders leggen.

 

Onvermijdelijk dringt zich de vraag aan ons op: waarom houden de christenen zich niet exact aan het vierde gebod? Gelukkig durven velen niet meer argeloos te zeggen, dat de zondag in de plaats van de sjabbat gekomen is. Toch mag je vaak niet aan de zondag komen, want dan zou je tekort doen aan het heilswerk van Hem die op de eerste dag der week uit de doden is opgestaan. Wie studie maakt van de kerkgeschie­denis, moet tot de slotsom komen dat dit argument er later bijgesleept is. Aanvankelijk hebben de Joden die beleden dat Jesjoea de Messias is, gewoon de sjabbat gevierd. Na afloop werd dankbaar in gedachtenis gehouden dat hun Heer uit de doden werd opgewekt. Vaak kwamen de gelovigen in de vroege morgen van de volgende dag bijeen om dit heilsfeit te vieren. Maar verder werd er op de zondag gewoon gewerkt. Zoals we zagen kwam de grote verandering ten gevolge van de beslissing van keizer Constantijn om de zondag als rustdag te proclameren. De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen, dat hier een anti-joodse bedoeling achter stak!

 

Bij nader inzien is het toch merkwaardig, dat er aan het gebod om de sjabbat te houden zo'n eigenzinnige invulling gegeven werd. Geldt dan de letter van de decaloog op dit ene punt niet? Volgens Augustinus hebben we negen geboden in de eigenlijke zin te houden, tewijl dit voor het vierde niet opgaat. In dezelfde geest heeft ook Calvijn zich daarover uitgesproken. Men durfde het niet aan te verklaren dat het vierde gebod achterhaald is. Men nam de toevlucht tot het toepassen van een nogal willekeurig onderscheid tussen de ceremoniële en morele betekenis van het gebod. Daarachter stak natuurlijk de bedoeling te speuren naar wat de blijvende waarde van de wet is. Toch dook steeds weer de vraag op: waarom houden de volgelingen van Jezus de sjabbat niet?

 

Onnodige bezwaren

  

Allereerst wordt hier van Joodse zijde verzet tegen aangetekend: De sjabbat is in Tenach exclusief aan Israël gegeven als teken van het verbond (Ex. 31:12; Ezech. 20:20). Ook al willen we alle respect tonen voor de overtuiging van de ander, toch moeten we constateren dat op deze wijze het schisma bewust in stand gehouden wordt. Voor ons is het belangrijk steeds in herinnering te roepen wat de apostel der gojim schreef aan de gemeente van Efeze: Jesjoea heeft de scheidingsmuur afgebro­ken (2:14)! Door eigenmachtige regelgeving was er een vijandige verhouding ontstaan. Maar Hij is onze shalom! We mogen in zijn voetstappen wandelen (Ef. 2:10). En dat is niet anders dan het treden op de weg van de  (Matth. 5:17-20). Uiteindelijk hebben de geboden een universele gelding (Pred. 12:13). Naar de belofte zullen alle geslachten van het aardrijk in Abraham gezegend worden (Gen 12:3). Zou dat om te beginnen niet zijn de zegen van de viering van de sjabbat?

  

Vervolgens wordt ook binnen de gemeente bezwaar gemaakt tegen het vieren van de sjabbat in plaats van de zondag. In de boeken van de evangelisten en apostelen zou het vierde gebod niet nadrukkelijk gehandhaafd zijn. Daarom zou ik willen reageren met de nuchtere vraag: Moet dat dan? Wat er dik in zit, hoeft toch niet dun overgedaan te worden? Toch wordt soms de indruk van het tegendeel gewekt: het gebod omtrent de sjabbat geldt niet voor de christenen! Vandaar het gebrek aan eenstemmigheid. Laten we daarom samen vaststellen, dat de Here Jezus zich alleen maar tegen de farizeïsti­sche karikatuur van Gods bedoeling heeft verzet. Zelf heeft Hij zich nadrukkelijk gehou­den aan het gebod om de sjabbat te heiligen. Kennelijk wordt dit door Hem ook ver­wacht van al zijn volgelingen. Is dit echter ook het gevoelen van Paulus? De apostel laat zich nogal eens relativerend uit over het onderhouden van bijzondere dagen. Aan de gemeente te Rome schrijft hij: De een acht wel de ene dag boven de ander, maar de ander acht alle dagen gelijk. Een ieder zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd (14:5). Gaat het dan echter om de sjabbat? Doelt hij niet meer op het houden van vastendagen? Op zo'n punt van ondergeschikt belang mogen we elkaar niet veroorde­len. In de brief aan de Galaten uit Paulus zich echter veel scherper: Hoe keert gij u weer tot zwakke en arme beginselen? Gij onderhoudt dagen, maanden, tijden en jaren (4:9v). Naar de overtuiging van de apostel is het evangelie van Jezus Christus in het geding. Het onderhouden van Joodse riten en symbolen wordt tot een voorwaarde van het heil. Een radicale breuk met de zogenaamde judaïstische dwaling is absolute noodzaak. Maar daarmee wordt niet gezegd, dat de hand met de  gelicht kan worden! Tenslotte schrijft Paulus aan de gemeente van Kolosse: Dat u dan niemand oordele in spijs of drank, of in het stuk van de feestdag of van de nieuwe maan of  van de sjabbat, welke zij een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus (2:16v). Op deze manier verweert hij zich tegen het propageren van een ascetische levensstijl. De gelovigen dreigen in de ban daarvan te komen door acties vanuit het jodendom als ook vanuit het heidendom. Dikwijls wordt het apostolisch woord geciteerd met een laatdunkende toevoeging, dat het slechts om schaduwen zou gaan. Dat zegt Paulus niet. Destijds werden met de schaduwen de contouren aangegeven van wat komen zou. Wie zou daar geringschattend over willen spreken? Alleen dienen de gelovigen wel met Gods heilstijd mee te gaan: waar steeds de schaduw van gezien werd, daar is met de komst van Jesjoea de gestalte zelf verschenen! Maar daarom zijn de instellingen van God niet afgeschaft. In tegendeel: zij herkrijgen hun oorspronkelijke glans. De Zoon des mensen is een Heer ook van de sjabbat (Mark. 2:28)! En deze sjabbat zelf is weer een voorafschaduwing van wat komen gaat, een verwijzing naar zijn komend vrederijk waarin heel de aarde, ja heel de schepping zal kunnen opade­men.

  

Pleidooi voor de viering van de sjabbat

  

Zouden we dan eigenlijk toch niet beter de sjabbat kunnen vieren in plaats van de zondag? Door de loop van de christelijke jaartelling is deze vraag positief beantwoord door degenen, die denigrerend sjabbatisten werden genoemd. Ongetwijfeld kunnen we allen voorbeelden noemen: Waldenzen, Moravische broeders, Wederdopers, Zevende­dagsadventisten of volgelingen van broeder Verwoerd uit Waarder. Helaas zijn ze geen van allen vrij gebleven van sektarische smetten. Vaak wordt met zeker gemak gezegd, dat door dergelijke groepen een onbetaalde rekening aan de kerk gepresenteerd wordt. Wanneer we daarvan oprecht overtuigd zijn, dan willen toch zo snel mogelijk onze schuld af betalen?

  

Hoe meer we ons in deze zaken verdiepen, des te meer zullen we van de noodzaak daartoe doordrongen raken. Jürgen Moltmann gaf kort en bondig zijn visie ten beste: Übertragung des Sabbatsgebotes auf den christlichen Sonntag ist historisch und theologisch falsch. Er is in de bijbel geen directe aanwijzing voor de viering van de rustdag op de eerste dag van de week. Destijds werd de beslissing om de zondag te houden ingegeven door anti-joodse sentimenten. De argumenten werden erbij gezocht: we gedenken de opstanding van de Here Jezus! Het was mooi gevonden, maar daar­mee is wel een extra distantie tot het Joodse volk gekomen. Naar mate de dag des Heren dichterbij komt, zullen we moeten zien deze nodeloze barrière op te heffen. Als er in de kerken behoefte bestaat aan een degelijk onderwerp van gesprek dan hoeft er niet lang naar gezocht te worden. Naar mijn overtuiging leeft deze zaak heel sterk aan de basis. Zoals dikwijls in de kerkgeschiedenis gaan de eenvoudige gelovigen voor op de weg die ons in het Woord gewezen wordt. Voor zover ik het thans kan bezien is hier geen kwestie aan de orde waarmee de kerk staat of valt. Enerzijds zou ik willen zeg­gen, dat ieder sektarisch drammen is uit den boze is. Je kunt wel gelijk hebben, maar je moet nooit je gelijk willen halen. Anderzijds mogen we deze zaak naar mijn gevoel niet achteloos op zijn beloop laten, omdat het nu eenmaal vele eeuwen binnen de kerk gebruikelijk is de zondag te vieren. Wie met sterk verlangen uitziet naar het aanbreken van het komende vrederijk, die een oeroude traditie graag zo snel mogelijk in bijbelse richting omgebogen zien. Naar mijn stellige overtuiging zal in de messiaanse toekomst de sjabbat zowel door de Joden en als ook door de gelovigen uit de volken gevierd worden (Jes. 56:6v en 66:23) Of denkt u soms dat de Messias straks de zondag in ere zal gaan houden? Dat moet dan op een teleurstelling uitlopen: zo christelijk zal Hij niet blijken te zijn!

  

G. Hette Abma

 

Luister-Post, 5e jaargang, nummer 4, december 1998

 

Stichting Vanuit Jeruzalem
 

Doorzoek de pagina

Bezoekers

Artikelweergaven (hits) : 302625